Red de arbowet

0

Toespraak door staatssecretaris M. Rutte van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de presentatie van de nota `Arbo werkt` van de FNV op 14 juni 2004 in Den Haag.

Hartelijk dank. Ik ben blij met uw rapport ‘Arbo werkt’. Dat is helemaal waar. Goede, veilige, prettige arbeidsomstandigheden zijn de moeite waard. Ik vind het goed dat uw rapport een geest ademt van ‘de handen uit de mouwen’ en ‘samen aan de slag voor betere arbeidsomstandigheden’. Dat vind ik de juiste instelling.

Als het gaat om arbeidsomstandighedenbeleid is er op hoofdlijnen, denk ik, niet veel verschil tussen de opvattingen van de FNV en die van mij. Over het belang van arbobeleid zijn we het eens. Van goede arbeidsomstandigheden wordt iedereen beter. De werknemer die prettig, veilig en gezond werkt voelt zich daar goed bij en presteert maximaal. Tot eigen genoegen en tot genoegen van de ondernemer. Goede arbeidsomstandigheden kennen alleen winnaars.

Toch is er wel sprake van een accentverschil tussen de FNV en mij als het gaat om het geloof in de heilzame werking van wetgeving. Daarover hebben we de afgelopen tijd via de media van gedachten gewisseld.

De FNV gelooft in wetgeving als instrument om goede arbeidsomstandigheden te realiseren. Ik ben daar minder van overtuigd.

Natuurlijk, als er sprake is van misstanden dan moeten we hard optreden. Dat kan niet zonder wetgeving en goede controle op de naleving daarvan. Maar ik zou hoog risico willen onderscheiden van laag risico.

Onder hoge risico’s versta ik risico’s die kunnen leiden tot calamiteiten, tot ziekte of tot arbeidsuitval. Bij lage risico’s denk ik aan toiletten en wasbakken, kantoormeublilair of de hoeveelheid licht op de werkplek.

Dat we als overheid hoog risico ernstig nemen, zal iedereen begrijpen. Dat we streng optreden als we vaststellen dat er onverantwoordelijke risico’s worden genomen op het werk, zal niemand de overheid verwijtend voor de voeten werpen.

Maar als we allerlei in wezen niet zo belangrijke regels bedenken voor werkplekken waar mensen amper het risico lopen te worden getroffen door een arbeidsongeluk, dan werkt dat contraproductief. Dat is geen reclame voor arbeidsomstandighedenbeleid. Dat roept vooral bij kleine ondernemers ergernis op. Met het risico dat ze ogen en oren sluiten zodra arbobeleid hoe en door wie dan ook aan de orde wordt gesteld.

U en ik hebben er belang bij dat we het zover niet laten komen. Het is belangrijk dat bedrijven en instellingen arbeidsomstandighedenbeleid positief benaderen. Het niet zien als een uiting van hinderlijke en kostbare overheidsbemoeienis, waar je je zo weinig mogelijk mee bezig moet houden.

Werkgevers en werknemers moeten verbetering van arbeidsomstandigheden samen oppakken. Omdat ze inzien dat ze er allebei belang bij hebben.

De vakbeweging heeft de belangrijke taak mee te sturen bij arboregelingen. Zij kan erop toezien dat bij arbeidsomstandighedenbeleid de nadruk wordt gelegd op de belangrijkste risico’s in een bedrijfstak. En daarvan ook werk maken, met overheidsinzet als ruggesteun.

We moeten voorkomen dat arbodiensten of sectoren zelf handenvol regels en regeltjes in het leven roepen die het zicht op de hoofdzaken belemmeren.

Ik geef u een voorbeeld. De risico-inventarisatie en -evaluatie van de horeca telt zeventig pagina’s. Weet u hoeveel pagina’s daarvan zijn bedacht door de overheid? Twintig. De overige vijftig komen van de branche. Ik twijfel geen moment aan de goede bedoelingen van de horeca, daarover geen misverstand. Maar moeten we het zo echt doen? Dat is één kant van de zaak, het bedrijfsleven zelf dat creatief aan de slag gaat.

De andere kant is Europa. Het merendeel van de regels op het gebied van arbeidsomstandigheden wordt ons door Brussel opgelegd. Dat betekent twee dingen. In de eerste plaats dat we zelf kritisch moeten kijken naar wat we méér nodig hebben dan wat ons vanuit Europa wordt voorgeschreven en of het meerdere dat we al hebben echt nodig is. Of alleen maar tot onnodige regeldruk leidt.

En het tweede is dat we in gesprek moeten over de bestaande Europese regels op het gebied van arbeidsomstandigheden. Vanaf volgende maand is Nederland voorzitter van de Europese Unie. In het kader van dat voorzitterschap organiseren we in september een grote conferentie over arbeidsomstandigheden. Dat is een goede gelegenheid om met de andere landen van de Unie in gesprek te komen over hun opvattingen over het bevorderen van gezond en veilig werken.

Ik wil proberen ook in Europa steun te krijgen voor het onderscheid tussen hoog en laag risico. Met als inzet maximale aandacht van de overheden en van het bedrijfsleven voor de hoge risico’s. De aandacht niet af laten leiden door ondergeschikte zaken.

Nogmaals dank voor het rapport. En ik wens u een vruchtbare voortzetting van deze bijeenkomst toe.