Red de arbowet

0

Werkgeversorganisatie VNO/NCW heeft in zijn blad Forum een top 10 van “te schrappen arboregels” opgeschreven. Voor FNV Bondgenoten een flop 10. Waarom kunt u hieronder lezen.

Nummer 1: “De verplichte aansluiting bij een gecertificeerde arbodienst. Dit is een regel uit het tijdperk dat de arbodienstverlening net op gang kwam en die nu niet meer nodig is. Ondernemingen kunnen heel goed zelf beslissen hoe ze arbodienstverlening gestalte geven.”

De werkelijkheid ligt anders. Los van het verre van optimaal functioneren van arbodiensten, zien we dat werkgevers vooral in zee gaan met arbodiensten om het verzuim aan te pakken. 99% heeft een contract met een arbodienst voor verzuimbegeleiding. Voor preventieve taken – de kern van goed arbobeleid – liggen die percentages stukken lager: – arbeidsomstandighedenspreekuur: 78% – toetsing risico inventarisatie: 70% – periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek: 40% (Bron: Arbobalans 2003) Let wel: we hebben het hier over aktiviteiten die sinds 1998 wettelijk verplicht zijn! FNV Bondgenoten vreest – weet bijna zeker – dat de vrije hand geven aan werkgevers, betekent: adieu arbodienstverlening.

Nummer 2: “De verplichting om werknemers een periodiek arbeidsgeneeskundig onderzoek aan te bieden. Voor veel bedrijven is dit – gezien de aard van het werk – niet nodig. Beter is het te kijken naar speciale beroepen en speciale functies.”

Een rare misser van de werkgevers: de inhoud van dit verplichte onderzoek dient volgens de arbowet afgestemd te zijn op de specifieke risico’s van beroepen, functies en werksituaties. Met andere woorden: wat VNO/NCW wil, staat al in de wet. Of wil men eigenlijk iets anders???

Nummer 3: “De verplichte melding van beroepsziekten door bedrijfsartsen. Het klinkt misschien simpel, maar deze verplichting leidt tot grote onduidelijkheid, draagt niet bij tot het voorkomen van beroepsziekten en evenmin aan een snellere reïntegratie.”

Zien we ook hier een dubbele werkgeversagenda? De werkelijke zorg van werkgevers is dat het goed in kaart brengen van beroepsziektes leidt tot meer (hoge) schadeclaims. De FNV vraagt juist om een verdere aanscherping van deze verplichting, zodat er eindelijk betrouwbare gegevens komen over aard en aantal van de beroepsziektes in Nederland.

Nummer 4: “Alle formuleringen in de wetgeving met het woord ‘hinder’. Dat is namelijk een subjectief begrip; wie bepaalt wat hinder is”?

Dit liedje kennen we al langer: voor werkgevers is ook werkdruk ‘subjectief’, net als RSI en nog een reeks kwalen die veroorzaakt worden door slechte arbeidsomstandigheden, tot aan rugklachten toe. Inmiddels bestaan voor al deze onderwerpen goede, wetenschappelijke onderbouwde, methodes om te bepalen hoe de zaken er objectief voor staan. Dat geldt ook voor het bepalen van hinder door b.v. lawaai en gevaarlijke stoffen.

Nummer 5: “Een groot deel van de lijst met zogeheten reproductietoxische stoffen (die schadelijk kunnen zijn voor zwangeren en het ongeboren kind); de stoffen waarvan niet wetenschappelijk is aangetoond dat ze bij normaal gebruik een schadelijk effect hebben kunnen worden afgeschaft.”

Zelden eentoniger verhalen gehoord van die van VNO/NCW: de werkgevers wachten liever tot er slachtoffers vallen, net zoals ze bij asbest of oplosmiddelen deden. En zelfs dan nog zijn er werkgevers die de risico’s van stoffen blijven ontkennen….
Niet alleen de gezondheid van hun werknemers legt weinig gewicht in de schaal, hetzelfde geldt kennelijk voor hun nageslacht. Juist bij reprotoxische stoffen is extra voorzichtigheid op zijn plaats. Of zoals een verantwoordelijk werkgever ooit zei: bij twijfel niet inhalen.

Nummer 6: “Bepalingen in het arbobesluit over klimaat en verlichting. Dit zijn zaken die prima in overleg tussen werkgevers en werknemers kunnen worden geregeld.”

Was het maar zo. Elke zomer weer staat de arbotelefoon van FNV Bondgenoten roodgloeiend omdat werkgevers botweg weigeren dit soort zaken in overleg met hun werknemers te regelen. Met als uitschieters een textielhandel waar in 2003 temperaturen tussen de 40 en 50 graden werden gemeten. In 2004 nam de bedrijfsleider eindelijk dan toch maatregelen: alle in het pand aanwezige thermometers werden weggehaald…

Nummer 7: “Eisen ten aanzien van isolatie van vloeren, muren en plafonds. Ook een kwestie van werkgevers en werknemers.”
Je zal ze de kost geven: de kantoren waar je elkaar door de muren heen letterlijk kunt horen. Overigens stelt de arbowet zelf geen eisen aan de isolatie: dat doen de Woningwet, het Bouwbesluit en een aantal NEN-normen. Maar misschien was VNO/NCW even in de war?

Nummer 8: “Eisen ten aanzien van kantoormeubilair; idem dito!”

Elke onderbouwing ontbreekt. Veel mensen brengen dagelijks uren door achter hun bureau. Goed meubilair kan het verschil maken tussen gezond blijven of de WAO in gaan. Ook hier geldt – helaas – dat veel werkgevers bij het wegvallen van regels alleen nog op de prijs in ogenschouw zullen nemen. Ziet u uzelf al op een goedkoop Kwantum-stoeltje aan het werk?

Nummer 9: “Daglichtbepalingen. Veel te gedetailleerd! Het is onzin om de minimale raamoppervlakte uit te drukken in een percentage van de vloeroppervlakte. Weet u dat er bij de Arbeidsinspectie vergaderzalen zijn waar geen daglicht binnenkomt?”

Daglichtbepalingen gelden niet voor vergaderzalen, maar voor ruimtes waar men in de regel meer dan twee uur per dag werkt. VNO/NCW weet dat, en doet hier dus aan stemmingmakerij. Werkgevers proberen in toenemende mate te ontkomen aan de daglichtbepalingen (ondergronds bouwen, supermarkten). Dus, ook al doet de betreffende bepaling wat raar aan, hij is beter dan niets. Werken zonder daglicht is onprettig én ongezond.

Nummer 10:” Eisen ten aanzien van beeldschermwerk. De ontwikkelingen op dit gebied gaan zo snel dat regels al gauw achterhaald zijn. Er was heel kort een regel dat scherm en toetsenbord niet in één apparaat mochten zitten; moest meteen geschrapt worden toen er telefoontoestellen met displays op de markt kwamen.”

Je vraagt je af wie er bij VNO/NCW op de arbostoel zit…. De feiten zijn: — de bepalingen voor beeldschermwerk gelden niet voor telefoons (en hebben dat ook nooit gedaan); evenmin gelden ze b.v. voor elektrische schrijfmachines met display.(arbobesljuit artikel 5.8)

— de specifieke bepaling dat beeldscherm en toetsenbord gescheiden moeten zijn bestaan nog steeds (arboregeling 5.1), daar waar meer dan 2 uur per dag beeldschermwerk moet worden verricht

Tot slot nog dit: heel vaak zeggen regering en VNO/NCW: ‘dat regelen werknemers en werkgevers onderling wel’.
FNV Bondgenoten vindt een stevig wettelijk arbo-raamwerk absoluut noodzakelijk, maar zal – als daar aanleiding toe is – niet aarzelen zaken met de werkgevers te regelen. In goed overleg waar dat kan, met behulp van druk en actie als het moet.

Het originele artikel in het blad Forum lezen? Klik hier.