Veelgestelde vragen: warmte

0

Laatste update 3 augustus 2005

Bij temperaturen van dik boven de 30 graden moet je allerlei maatregelen nemen om het werk nog een beetje gezond te houden.

Minder werken, vooral minder lang achter elkaar werken, vaker pauzeren in koele ruimtes, genoeg drinken (bij lichamelijke inspanning is sportdrank aan te bevelen), en indien mogelijk aangepaste kleding. Welke maatregelen precies gewenst zijn moet per geval worden bekeken door deskundigen, bijvoorbeeld door een arbeidshygienist van de arbo-dienst, die bij de beoordeling van de situatie gebruik kan maken van diverse meetmethoden.

‘s Zomers zijn er vaak problemen met werken in de warmte. Ook kantoorpersoneel heeft ermee te maken. Altijd is weer de vraag: bij welke temperatuur moet je maatregelen nemen? Bij welke temperatuur mag of moet je ophouden met werken?

Met de invoering van het arbobesluit in 1997 werd de zogenoemde PMV-index gelanceerd. Deze index is de uitkomst van een uiterst ingewikkelde berekening die allerlei zaken meeneemt: temperatuur, luchtvochtigheid, luchtsnelheid, kleding en te verrichten werkzaamheden. De stelling is vervolgens dat het binnenklimaat behaaglijk is als de PMV-index tussen de 0,5 en -0,5 ligt of als minder dan 10% van de werkzame personen klachten over het klimaat meer zal hebben. Een overschrijding van deze normen gedurende 10% van de werktijd wordt overigens acceptabel gevonden. Het probleem is dat deze officiële norm heel ingewikkeld in elkaar zit: het vraagt een hoop meet- en rekenwerk.

Op basis van deze norm en van ervaringen met praktijksituaties hanteert FNV Bondgenoten de volgende, praktische vuistregel :

  • Boven de 26 graden is er sprake van extra belasting; dan moet overleg plaatsvinden over mogelijke maatregelen zoals koele ruimtes om te pauzeren, extra ventilatie, e.d.
  • Voor (zittend) kantoorwerk geldt een maximum temperatuur van 30 graden.
  • Voor licht werk geldt een maximum temperatuur van 28 graden.
  • Voor intensief werk geldt een maximum temperatuur van 26 graden, mits er een voelbare luchtstroom is – anders maximaal 25 graden.
  • Voor zeer intensief werk is de maximum temperatuur 25 graden met een voelbare luchtstroom, 23 graden zonder luchtbeweging.
  • Als de temperatuur boven het maximum uitkomt moet alles gedaan worden om de belasting zo laag mogelijk te houden: korter werken, zo kort mogelijk aaneengesloten werken, pauzeren in koele ruimtes, aangepaste kleding, extra ventilatie, veel (sportdrank) drinken, luchtkoelingstechniek installeren voor een meer structurele aanpak.
  • Zie ook: themakaart binnenklimaat