FAQ: Binnenklimaat

0

Een werknemer van een constructiebedrijf moet zijn werk doen in een hal met een temperatuur van 13 graden. Niet echt aangenaam, vindt hij zelf. Wat is er wettelijk geregeld op het gebied van het werkklimaat?

Tot 1 juli 1997hadden we te maken met de zogenaamde ‘L-index’, een temperatuurnorm die o.a. was verwerkt in het Veiligheids Besluit Fabrieken of Werkplaatsen. In de praktijk hadden werknemers hier bitter weinig aan, want zowat elke temperatuur boven nul en onder de 35 graden was volgens de L-index acceptabel. Met de invoering van het arbobesluit in 1997 leek hier verandering in te komen: de zogenoemde PMV-index werd gelanceerd. Deze index is de uitkomst van een uiterst ingewikkelde berekening die allerlei zaken meeneemt: temperatuur, luchtvochtigheid, luchtsnelheid, kleding en te verrichten werkzaamheden. De stelling is vervolgens dat het binnenklimaat behaaglijk is als de PMV-index tussen de 0,5 en -0,5 ligt of minder dan 10% van de werkzame personen klachten over het klimaat meer zal hebben.

Een overschrijding van deze normen gedurende 10% van de werktijd wordt overigens acceptabel gevonden.

In de praktijk werkt het allemaal nog steeds niet vlekkeloos. In elk geval zal de werkgever in het kader van de risico-inventarisatie of n.a.v. klachten van werknemers de arbodienst moeten inzetten om op deskundige wijze de concrete situatie te onderzoeken en de noodzakelijke berekeningen uit te voeren met behulp van de daartoe beschikbare meetmethoden (bijv NEN-ISO 7730 of NEN-ISO/TR 11079). Tot slot: toen zomer 1997 een medewerker van de Arbeidsinspectie hierover aan het woord kwam, bleek dat het ook voor de Arbeidsinspectie bitter moeilijk zou worden om de naleving van deze norm te toetsen.Vandaar dat de Arbeidsinspectie in een overleg met de toenmalige Industriebond FNV heeft toegezegd met een tekst te komen, die het in de praktijk handhaven van de nieuwe klimaatnorm mogelijk maakt. …Misschien wordt het langzaamaan tijd om deze uitspraak in herinnering te brengen, want FNV Bondgenoten heeft nog geen kennis kunnen nemen van een dergelijk dokument. Wel is het zo dat Koen Zonneveld, medewerker van FNV Bondgenoten in een afstudeerscriptie stappen in de goede richting heeft gezet: “In deze scriptie presenteert de auteur een instrument voor werkgevers en werknemers in bedrijven om een tijdelijk warm binnenklimaat in bedrijfsruimten zelf te kunnen beoordelen. De literatuur en regelgeving over het beoordelen van binnenklimaten is nogal specialistisch en door leken moeilijk te interpreteren. Er wordt ingegaan op de reactie van het lichaam op koude en warmte en de mogelijke VGW-risico’s daarbij.

De belangrijkste factoren die het binnenklimaat bepalen en de belangrijkste methoden om binnenklimaten te beoordelen komen aan de orde. Er is een lijst ontwikkeld om tijdelijk warm binnenklimaat te beoordelen. Leidinggevenden kunnen daarmee de klimaatsituatie ter plaatse beoordelen en voor de langere termijn arbobeleid opstellen.. .”(citaat KDC-catalogus TNO).

Wel is een kanttekening op zijn plaats: deze beoordelingslijst is nog niet in de praktijk getoetst. Zolang de lijst nog niet is geverifieerd, kan hij alleen gebruikt worden om een globale indicatie te krijgen in welke richting de oplossing moet worden gezocht.

Werken onder een tijdelijk oncomfortabel binnenklimaat in bedrijfsruimten: naar een praktisch bruikbaar instrument voor het beoordelen van een warm klimaat / C.M.H. Zonneveld . –
Amsterdam : Universiteit van Amsterdam (UvA), 1999, 58 p.