Arbosite FNV Bondgenoten – roken op het werk en medezeggenschap

0

Rookbeleid is te omschrijven als ‘een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden’.
Dat is de omschrijving die in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) gebruikt wordt in artikel 27, en daarmee heeft de medezeggenschap instemmingsrecht op het te voeren rookbeleid.

Het instemmingsrecht is als volgt te omschrijven: de werkgever mag een maatregel waarvoor instemmingsrecht geldt niet invoeren zonder toestemming (= instemming) van Ondernememingsraad (OR) of Personeelsvertegenwoordiging (PVT).
Bovendien verlangt de arbowet dat werkgevers en werknemers (en daarbij hoort nadrukkelijk de OR en/of PVT) samenwerken aan goede arbeidsomstandigheden.

Daarmee heeft de medezeggenschap dus een sterke positie: eenzijdige maatregelen van de werkgever zijn taboe, OR en PVT hebben de mogelijkheid om al overleggend en onderhandelend te komen tot een regeling waarmee alle betrokkenen het eens kunnen zijn.

Maar let op: wettelijke bepalingen gaan boven het instemmingsrecht. Alleen als de wet de werkgever enige speelruimte biedt (en dat is het geval met rookbeleid!), geldt ook dit instemmingsrecht van OR en PVT. Anders hebben werkgevers en werknemers gewoon te doen wat de wet gebiedt!

Met andere woorden: samen overleggen of en op wat voor wijze rokersfaciliteiten in het bedrijf nodig zijn kan (en moet).

Maar samen afspreken dat werknemers maar voor lief moeten nemen dat ze af en toe aan tabaksrook worden blootgesteld, mag niet, want is in strijd met de wet.

Artikel 27 wet op de ondernemingsraden:

Artikel 27
1. De ondernemer behoeft de instemming van de ondernemingsraad voor elk door hem voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van:

a. een regeling met betrekking tot een pensioenverzekering, een winstdelingsregeling of een spaarregeling;

b. een werktijd- of een vakantieregeling;

c. een belonings- of een functiewaarderingssysteem;

d. een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden of het ziekteverzuim;

e. een regeling op het gebied van het aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid;

f. een regeling op het gebied van de personeelsopleiding;

g. een regeling op het gebied van de personeelsbeoordeling;

h. een regeling op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk;

i. een regeling op het gebied van het werkoverleg;

j. een regeling op het gebied van de behandeling van klachten;

k. een regeling omtrent het verwerken van alsmede de bescherming van de persoonsgegevens van de in de onderneming werkzame personen;

l. een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van de in de onderneming werkzame personen;

een en ander voor zover betrekking hebbende op alle of een groep van de in de onderneming werkzame personen.

2. De ondernemer legt het te nemen besluit schriftelijk aan de ondernemingsraad voor. Hij verstrekt daarbij een overzicht van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben. De ondernemingsraad beslist niet dan nadat over de betrokken aangelegenheid ten minste éénmaal overleg is gepleegd in een overlegvergadering. Na het overleg deelt de ondernemingsraad zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed zijn beslissing aan de ondernemer mee. Na de beslissing van de ondernemingsraad deelt de ondernemer zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de ondernemingsraad mee welk besluit hij heeft genomen en met ingang van welke datum hij dat besluit zal uitvoeren.

3. De in het eerste lid bedoelde instemming is niet vereist, voor zover de betrokken aangelegenheid voor de onderneming reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan.

4. Heeft de ondernemer voor het voorgenomen besluit geen instemming van de ondernemingsraad verkregen, dan kan hij de kantonrechter toestemming vragen om het besluit te nemen. De kantonrechter geeft slechts toestemming, indien de beslissing van de ondernemingsraad om geen instemming te geven onredelijk is, of het voorgenomen besluit van de ondernemer gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.

5. Een besluit als bedoeld in het eerste lid, genomen zonder de instemming van de ondernemingsraad of de toestemming van de kantonrechter, is nietig, indien de ondernemingsraad tegenover de ondernemer schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De ondernemingsraad kan slechts een beroep op de nietigheid doen binnen een maand nadat hetzij de ondernemer hem zijn besluit overeenkomstig de laatste volzin van het tweede lid heeft meegedeeld, hetzij – bij gebreke van deze mededeling – de ondernemingsraad is gebleken dat de ondernemer uitvoering of toepassing geeft aan zijn besluit.

6. De ondernemingsraad kan de kantonrechter verzoeken de ondernemer te verplichten zich te onthouden van handelingen die strekken tot uitvoering of toepassing van een nietig besluit als bedoeld in het vijfde lid. De ondernemer kan de kantonrechter verzoeken te verklaren dat de ondernemingsraad ten onrechte een beroep heeft gedaan op nietigheid als bedoeld in het vijfde lid.

Arbowet artikel 12.1: samenwerking werkgever-werknemers

1. Bij de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid werken de werkgever en werknemers samen. De werkgever voert, bij het ontbreken van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, vooraf overleg met de belanghebbende werknemers over de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid.
Bij dit overleg komt in ieder geval aan de orde de risico-inventarisatie en -evaluatie en de inschakeling van arbodienst en de bedrijfshulpverlening.