FAQ: roken op het werlk

0

Laatste update: 20 januari 2004

Regelmatig krijgt de arbotelefoon van FNV Bondgenoten vragen op het gebied van roken. De een belt met de vraag hoe de overlast van sigarettenrook kan worden aangepakt, de ander maakt zich juist zorgen dat er helemaal niet meer gerookt kan worden. Soms zorgt het “rookbeleid” voor een totaal verpeste werksfeer, ofschoon de bedoeling juist was de lucht te klaren

Per 16 juli 2002 is de nieuwe Tabakswet van kracht geworden. Ook deze wet voorziet in de plicht van werkgevers om hun werknemers te beschermen tegen tabaksrook. Zie ook elders op deze site

In principe is het heel simpel: tabaksrook is een kankerverwekkende stof. De Arbo-wet verplicht werkgevers om blootstelling aan dat soort stoffen te voorkomen. Iedere werknemer heeft alleen daarom al recht op een rookvrije werk- en pauzeplek. Dat betekent bijvoorbeeld dat de kantine rookvrij moet zijn. Ook in werkkamers – ongeacht hoe groot ze zijn – mag niet gerookt worden zodra één gebruiker niet wenst mee te roken.

De nieuwe Tabakswet heeft eigenlijk die al eerder bestaande regels nog eens stevig bevestigd.

Een slechte zaak is dat de Tabakswet soms door lijkt te schieten. Daardoor lopen werknemers een toenemende kans te maken te krijgen met agressieve reacties van anderen. Naast bescherming van werknemers tegen schadelijke en hinderlijke stoffen zoals tabaksrook, verwacht de arbowet ook van de werkgever dat hij zijn werknemers waar mogelijk een prettige werkomgeving biedt, die niet leidt tot ziekte, onbehagen en agressie.

Dat kan betekenen dat aan nicotine verslaafde collega’s zo nu en dan een rokertje moeten kunnen opsteken.

Het betekent bovendien ook dat de werkgever maatregelen moet treffen om te voorkomen dat zijn werknemers geconfronteerd worden met de agressie van rokende (of juist niet-rokende) klanten.

In bedrijven met een Ondernemingsraad (OR) heeft die OR een sterke positie (instemmingsrecht) om hierover afspraken te maken.

Het roken moet dan wel in een aparte, goed geventileerde ruimte gebeuren. Goed ventileren is meer dan ‘ramen open’: de afgezogen rook mag beslist niet meer vermengd raken met de lucht die anderen inademen, dus dat stelt hoge eisen aan het gebruikte systeem én filters.

In veel gebouwen is het luchtbehandelingssysteem niet bestand tegen roken. Roken op een beperkt aantal plaatsen kan het hele gebouw vervuilen met gifstoffen als formaldehyde, stikstofoxiden, koolmonoxide en stofdeeltjes. Zorg dat rookruimtes voorzien worden van speciale filters, of een eigen afzuiging krijgen. 

Een paar zaken om in de gaten te houden: Als de oplossing wordt gevonden in speciale rookruimtes, let dan op dat die fatsoenlijk worden ingericht: voldoende ruimte, licht en natuurlijk de al eerder genoemde (mechanische) ventilatie.

Het is beter niet te beginnen aan discussies over “compenseren” van de tijd die met roken verloren gaat. Sommige werkgevers laten rokers langer doorwerken omdat ze een paar keer per dag enkele minuten doorbrengen in het rookkamertje. Dé manier om de onderlinge verhoudingen te versjteren.
Bovendien is het maar de vraag of rokers minder werk verzetten dan hun collega’s. Dat is niet alleen een kwestie van het aantal minuten dat je op je plaats ‘aanwezig bent’.

Als die diskussie desondanks onvermijdelijk is: probeer dan te komen tot een uniforme pauzeregeling voor iedereen. Zodat de één een bakje koffie doet, terwijl de ander zijn shaggie rookt.
Belangrijk: regelmatige korte pauzes zorgen er voor dat de productiviteit over de hele dag gemeten toeneemt!

Tot slot: het komt voor dat werknemers aan hun werkplek gebonden zijn. Ze hebben dan vrijwel geen mogelijkheden om het werk even te onderbreken om naar de rookruimte te gaan en een sigaret op te steken. De vraag is dan wel hoe het moet als deze werknemers hun werk moeten onderbreken om even naar het toilet te gaan, of iets dergelijks.

Voor beeldschermwerkers geldt bovendien dat het van belang is om regelmatig korte pauzes in te lassen om de spieren te ontspannen.

In zo’n geval is artikel 3d van de Arbowet van belang: ongevarieerde arbeid, waarbij de werknemer het tempo niet kan beïnvloeden moet worden voorkomen. Als dat niet kan worden vermeden moet het werk door andersoortige arbeid of pauzes worden afgewisseld. Dat zou een argument kunnen zijn om af en toe een pauze te kunnen inlassen.