Arbosite FNV Bondgenoten:dossier

0

1 Wanneer is geluid op het werk schadelijk?

Geluid op het werk kan schade aan het gehoor veroorzaken wanneer het geluidsniveau op de arbeidsplaats gemiddeld hoger is dan 80 decibel. Langdurige blootstelling aan dergelijke niveaus veroorzaakt afsterven van zintuigcellen in het binnenoor, met een blijvend gehoorverlies als resultaat. De kans dat gehoorschade ontstaat, neemt sterk toe naarmate het geluidsniveau hoger is: grof gezegd verdubbelt de schadelijke werking met elke drie decibel toename van het geluidsniveau. Gelijktijdige blootstelling aan trillingen en geluid vergroot het risico van gehoorschade, evenals blootstelling aan organische op-losmiddelen. Het rookgedrag heeft eveneens een grote invloed: rokers lopen een veel groter risico dan niet-rokers. Gehoorverlies door teveel lawaai kan dermate ernstig zijn, dat mensen er sociaal geïsoleerd door raken.

Lawaaislechthorendheid is niet te genezen; ook met een gehoorapparaat kan nooit de oorspronkelijke gehoorscherpte worden her-steld.

2 Waarom is geluid een prioritair arbeidsrisico?

Rond 9% van de werknemers in Nederland werkt regelmatig in schadelijk geluid, wat neerkomt op een risicopopulatie van ongeveer 550.000 personen. Van deze mensen gebruikt ongeveer tweederde geen gehoorbeschermers, of doet dat niet consequent. Hierdoor lopen meer dan 350.000 mensen het risico op den duur een gehoorbeschadiging op te lopen. Naar schatting groeit hierdoor het aantal mensen met ernstige gehoorschade jaarlijks met meer dan 2000. Ook in de officiële cijfers komt dit tot uiting: het Nederlands CentrumVoor Beroepsziekten registreerde in 1999 747 meldingen van lawaaislechthorendheid, dat is 23% van het totale aantal meldingen. Lawaaislechthorendheid is daarmee een van de meest voor-komende beroepsziekten.

Lawaaislechthorendheid op zich leidt doorgaans niet tot uitval wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid, hoewel er aanwijzingen zijn dat de uitval onder mensen die blootstaan aan schadelijk geluid een stuk groter is dan bij wie dat niet het geval is.

Maar los daarvan is het terugdringen van de WAO-instroom niet het enige doel dat de overheid nastreeft bij het maken van afspraken met het bedrijfsleven via convenanten. Het voorkomen van blijvende gezondheidsschade is evenzeer van groot belang. Het overheidsbeleid is er op gericht het aantal mensen dat onbeschermd blootstaat aan schadelijk geluid vóór 2003 met 50% terug te brengen tot maximaal 175.000.

Om dit doel te realiseren wordt een pakket beleidsmaatregelen uitgevoerd, waaronder het sluiten van arboconvenanten met branches waar de kans op gehoorschade groot is.

3 Wat kun je doen om gehoorschade door lawaai te voorkomen?

In de eerste plaats zodanige productiemethoden en productiemiddelen kiezen dat geen schadelijk geluid wordt geproduceerd. Zo kan heroverweging van het productieproces er in bepaalde gevallen toe leiden dat lawaaiige werkzaamheden achterwege kunnen blijven, of dat ze kunnen worden uitgevoerd met aanzienlijk minder geluidsbelasting voor de werknemers. Aandrijvingen, transportsystemen, bewerkingsmethoden, je kunt het zo gek niet verzinnen of er zijn in de loop van de tijd geluidsarme versies van ontwikkeld. Ook gelijksoortige apparaten en machines verschillen onderling vaak sterk qua geluids-productie. In de wetgeving is vastgelegd dat ‘machines, werktuigen, apparaten, installaties, vervoer- en transportmiddelen’ zodanig moeten zijn geconstrueerd, ingericht, opgesteld of ondersteund, en onderhouden, dat ze op de arbeidsplaats geen geluidsniveau van meer dan 85 decibel veroorzaken, tenzij dat in redelijkheid niet kan worden gevergd. Voor het verrichten van werkzaamheden geldt een soortgelijke bepaling. In de bijbehorende arbobeleidsregel wordt uitgelegd dat de stand van de techniek altijd moet worden toegepast. Zolang dat niet het geval is, is een beroep op het redelijkheidsbeginsel niet mogelijk. Immers, in het begrip ‘stand der techniek’ is al rekening gehouden met de technische, operationele en economische haalbaarheid. Wat de stand van de techniek voor een bepaalde sector is, moet via onderzoek worden vastgesteld. Voor machines en apparaten is de beleidsregel nog explicieter. Om te voldoen aan de stand der techniek met betrekking tot de geluidsproductie moet een machine in vergelijking met andere, overigens gelijksoortige machines, behoren tot de stilste 25%. Belangrijk onderdeel van een onderzoek naar de stand der techniek in een bepaalde branche zal dus zijn het vaststellen van de branchespecifieke productiemiddelen die aan dit criterium voldoen.

Voor machines en apparaten die in een aantal verschillende bedrijfstakken worden gebruikt (denk hierbij aan allerlei hulpapparatuur en transportmiddelen) is brancheoverstijgend onderzoek het meest aangewezen middel om hierover duidelijkheid te verschaffen.

4 Welke wettelijke bepalingen gelden er ten aanzien van schadelijk geluid?

Het arbobesluit onderscheidt een schadegrens van 80 decibel en een actiegrens van 85 decibel. Bij overschrijding van de schadegrens van 80 decibel gelden de volgende verplichtingen:

  • het geluid op de werkplek wordt door middel van metingen in kaart gebracht;
  • de werknemers worden voorgelicht over de risico’s van blootstelling aan schadelijk geluid en over de maatregelen die worden genomen om die risico’s zoveel mogelijk te beperken;
  • aan werknemers die werken op plaatsen waar schadelijk geluid heerst, worden ge-hoorbeschermingsmiddelen met voorgeschreven demping beschikbaar gesteld;
  • werknemers die tijdens het werk een dagdosis oplopen van meer dan 80 dB(A), worden in de gelegenheid gesteld periodiek hun gehoor te laten onderzoeken.

Wordt ook de actiegrens van 85 decibel overschreden, dan komen daar de volgende verplichtingen bij:

  • het geluid op de werkplek wordt door middel van bronmaatregelen tot beneden 85 dB(A) gereduceerd, tenzij dat in redelijkheid niet kan worden gevergd;
  • plaatsen waar het geluidsniveau hoger is dan 85 dB(A), worden afgebakend en gemarkeerd; de toegang tot die plaatsen is beperkt tot degenen die er uit hoofde van hun functie moeten zijn;
  • in deze gehoorbeschermingszones is het gebruik van gehoorbeschermingsmiddelen verplicht.

5 Arboconvenant: Welke gegevens moeten minimaal naar boven komen uit een nulmeting schadelijk geluid? ·

  • In welke mate worden werknemers blootgesteld aan schadelijk geluid (indeling in blootstellingsklassen: minder dan 80 decibel, 80 tot 85 decibel, 85 tot 90 decibel, meer dan90 dB)?
  • Hoeveel werknemers worden blootgesteld ?
  • Waar (in welke subbranches, in welke arbeidssituaties) doen zich knelpunten voor met betrekking tot schadelijk geluid?
  • Welke maatregelen worden op dit moment in de bedrijfstak toegepast voor het voorkómen of beperken van de blootstelling aan schadelijk geluid?
  • Wat is het effect van deze maatregelen?

6 Welke vragen moeten in een onderzoek naar de stand der techniek over schadelijk geluid ten minste worden beantwoord?

  • Wat is de stand van de techniek ten aanzien van maatregelen voor het voorkomen of beperken van de blootstelling aan schadelijk geluid en de daaruit voortvloeiende risico’s?
  • Wat is het effect van deze maatregelen?
  • Welke kosten zijn aan deze maatregelen verbonden?
  • Op welke termijn zijn deze maatregelen algemeen te realiseren?

7 Arboconvenant: aan wat voor soort afspraken valt te denken in relatie tot schadelijk geluid?

  • Afspraken over toepassing van maatregelen die geacht worden te behoren tot de stand der techniek. In de regelgeving voor schadelijk geluid is vastgelegd dat bij de bestrijding van schadelijk geluid op het werk de stand der techniek moet worden gevolgd. Hoewel procedures zijn vastgesteld om dit uitgangspunt nader te concretiseren, blijkt dit in de praktijk een lastig punt.

    Convenantsafspraken zullen voor een belangrijk deel zijn gericht op een nadere invulling en concretisering van de stand der techniek op middelenniveau.

  • Ontwikkelen van een branchespecifieke methode voor inventarisatie van de geluidsniveaus in de werkomgeving.
  • Opstellen van een mantelcontract op brancheniveau met arbodiensten met afspraken over de inzet van arbeidshygiënisten voor doelgerichte aanpak van geluidsproblemen, voorlichting en instructie en audiometrische begeleiding van aan schadelijk geluid blootgestelde werknemers.
  • Ontwikkelen van een handboek voor de aanpak van schadelijk geluid in de praktijk, te beginnen bij een inventarisatie van geluidsniveaus, via het verzorgen van voorlichting en instructie van betrokken werknemers tot en met uitvoering in de praktijk van de afspraken over toepassing van de stand der techniek.
  • Kennis over schadelijk geluid bij arbodiensten versterken door de resultaten van onderzoek gericht onder arbodiensten te verspreiden.

8 Waarom moeten risicobeheersingsmaatregelen niet al vanaf de schadegrens van 80 dB(A) worden genomen?

Geen enkele Europees land hanteert een actiegrens lager dan 85 dB(A). Om het Neder-landse bedrijfsleven niet in een nadelige positie te plaatsen ten opzichte van de buitenlandse concurrentie, is ervoor gekozen de actiegrens te leggen bij 85 dB(A). Sommige bedrijfstakken hebben in een arboconvenant vrijwillig afgesproken toch te streven naar structurele maatregeken vanaf80 dB(A)

9 Als de werkgever gehoorbeschermers beschikbaar moet stellen vanaf 80 dB(A), waarom is het gebruik ervan dan pas verplicht vanaf 85 dB(A)?

Geluid kan schadelijk zijn vanaf 80 dB(A), maar of daadwerkelijk gehoorschade optreedt, is van een aantal factoren afhankelijk. Behalve het geluidsniveau en de dagelijkse blootstellingsduur speelt daarbij ook de individuele gevoeligheid een belangrijke rol. Omdat bovendien het gebruik van gehoorbeschermers een zekere belasting betekent, is besloten de werknemers hierin een zekere eigen verantwoordelijkheid te laten.

10 Zijn er sancties mogelijk tegen werknemers die weigeren om gehoorbeschermers te gebruiken?

Op bedrijfsniveau kunnen hierover afspraken worden gemaakt. Bovendien kunnen werknemers door de Arbeidsinspectie worden aangesproken op het niet gebruiken van gehoorbeschermers in situaties waar dat verplicht is. Zij kunnen daarvoor een boete opgelegd krijgen van maximaal 225 Euro.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Terug naar top pagina