Toelichting op de arbowet

0

1. Inleiding

De Arbowet heeft tot doelbij te dragen aan een goed niveau van arbeidsomstandigheden in de bedrijven. Hiermee kan voorkomen worden dat werknemers ziek worden en moeten stoppen met werken als gevolg van gezondheidsschade die door het werk veroorzaakt is.
De wet verplicht werkgevers om arbobeleid te voeren.

Het doel van deze toelichting is ondernemingsraden (OR-en), personeelsvertegenwoordigingen (PVT), kaderleden en werknemers te ondersteunen wanneer zij hun werkgever willen aanspreken op de naleving van de basis-arbozorg die in de bedrijven aanwezig hoort te zijn.

De laatste jaren heeft de overheid geprobeerd het woud van regels en bepalingen uit te dunnen en te vereenvoudigen. Deze dereguleringsoperatie verloopt moeizaam: als regels geschrapt worden, ligt het gevaar op de loer dat het beschermingsniveau van de werknemers daalt. Bij de laatste arbowetswijzigingen zijn daarom veel van de oorspronkelijk geschrapte bepalingen via moties in de Tweede Kamer teruggehaald.

Enkele van de belangrijke nieuwe bepalingen die sinds 1999 van kracht zijn:

  • in plaats van het tot 1999 verplicht gestelde arbo-jaarplan heeft de werkgever nu de verplichting om een plan van aanpak bij de risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) te maken, dat met de werknemers(vertegenwoordiging) besproken moet worden.
  • de Arbeidsinspectie kan in het kader van het “lik-op-stuk-beleid” boetes opleggen aan bedrijven die de Arbowetgeving overtreden. Als uw bedrijf bijvoorbeeld geen RI&E heeft, kan uw werkgever bij een bezoek van de Arbeidsinspectie een boete krijgen.

In plaats van voor te schrijven hoe goede arbeidsomstandigheden bereikt moeten worden (de zogenaamde middelbepalingen) wil de regering zich steeds meer richten op wat er bereikt moet worden (de zogenaamde doelbepalingen).
Verder wil de overheid, als nieuw middel ter verbetering van arbeidsomstandigheden, de zogenaamde ‘arbeidsconvenanten nieuwe stijl’ inzetten. In deze convenanten worden per bedrijfstak nadere maatregelen genomen om
bepaalde arborisico’s in een sector te verminderen. Deze afspraken worden gemaakt door de overheid, werkgeversorganisaties en vakbonden.

Naast bovengenoemde maatregelen wil de regering terugvallen op zelfwerkzaamheid en zelfregulering in de bedrijven: werkgevers en werknemers nemen zelf de verantwoordelijkheid voor goede arbeidsomstandigheden, zodat de Arbeidsinspectie steeds minder hoeft te controleren. Werknemers moeten dus aan de bel te trekken als de werkgever het niet zo nauw neemt met de naleving van de Arbowetgeving. In de praktijk gebeurt dit nog te weinig.

2. Wegwijs in de Arbowet

In deze brochure wordt uitgegaan van de huidige Arbowetgeving, die in november 1998 in de Tweede Kamer is aangenomen en op 1 november 1999 is ingevoerd. In de nieuwe Arbowet wordt de term Arbo (=arbeidsomstandigheden) gebruikt waar voorheen Veiligheid, Gezondheid en Welzijn stond. Deze termen hebben dezelfde betekenis.

Geschiedenis van de wet

  • De eerste Arbowet is van kracht geworden tussen 1983 en 1990 en verving de Veiligheidswet uit 1934.
  • De eerste Arbowet is gefaseerd ingevoerd tussen 1983 en 1990; in de laatste fase zijn zaken als Arbo-jaarplan, Arbo-jaarverslag, welzijn e.d. van kracht geworden.
  • In 1994 zijn behoorlijk wijzigingen ingevoerd om te kunnen voldoen aan de Europese regelgeving. Risico-Inventarisatie en Evaluatie en aansluiting bij Arbodiensten werden verplicht.
  • In februari 1999 is wederom een herziene Arbowet in de Tweede Kamer behandeld en op onderdelen flink aangepast. Deze wet is 1 november 1999 ingevoerd, nog steeds geldig, em heeft als officiële naam ‘Arbowet 1998’.

Opbouw van de regelgeving

De arbowetgeving is een stelsel van regels en bepalingen, dat naast de eigenlijke Arbowet bestaat uit een Algemene Maatregel van Bestuur (het Arbobesluit) en een Ministeriële Regeling (de Arboregeling).
Deze drie hebbe alle kracht van wet: men is verplicht ze na te leven.

Daarnaast zijn er arbo-beleidsregels: een reeks artikelen die aangeven op welke wijze de arbowet het best kan worden uitgevoerd. De Arbeidsinspectie hanteert deze beleidsregels als ‘maat’ bij het handhaven van de arbowet. Een werkgever die niet voldoet aan de bepalingen uit een arbo-beleidsregel is verplicht aan te tonen dat hij op een andere wijze toch minimaal aan de wettelijke bepalingen heeft voldaan, waarbij de Arbeidsinspectie beoordeelt of die ‘andere wijze’ook voldoende is. In die zin zijn de Beleidsregels ook de opvolgers van de vroegere P(ublicatie bladen van de Arbeidsinspectie.

Over het algemeen is het aan te bevelen de arbowetgeving toe te passen volgens de lijnen van de arbo-beleidsregels.

Steeds vaker wordt in arbo-regels verwezen naar NEN-normen. Daar waar dit gebeurt, moet de werkgever zich ook aan die normen houden.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geeft samen met Sdu-uitgevers de zogenaamde ‘Arbo Informatiebladen’ (afgekort AI-bladenen) uit, met meer tekst en uitleg over een reeks belangrijke onderwerpen die in de arbowet zijn geregeld.

Tot slot: de arbowetgeving heeft in toenemende mate raakvlakken met andere wetten, zoals milieuwetten, de arbeidstijdenwet, de Wet op de Ondernemingsraden, het Bouwbesluit.


Nog wat nadere toelichting op karakter en opbouw van de arbowet:

  • De Arbowet is een raamwet, waarin alleen de hoofdlijnen van het arbobeleid worden beschreven. Soms worden bepalingen nader uigtgewerkt in andere regels (Arbobesluit, Arboregeling, Arbo-beleidsregels).
    Maar los van de vraag of iets precies geregeld is in de wet, wordt van de werkgever verlangd dat hij zelf kijkt wat mogelijk en haalbaar is (dat heet dan: voldoen aan de de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening)
  • In het Arbobesluit, dat een stuk toegankelijker is geworden dan zijn voorgangers, staan gedetailleerdere voorschriften. De meeste actuele bepalingen uit de oude besluiten zijn overgenomen. Sommige normen, zoals de minimale grootte van kantines, zijn vager geworden.
    Het arbobesluit behandelt een hele reeks concrete onderwerpen. Zie daarvoor bijlage 3.
  • In de Arboregeling staan detailvoorschriften voor een reeks onderwerpen. We noemen er een paar: –> certificering arbodiensten –> melden van beroepsziekten –> veiligheids- en gezondheidssignalering –> fiscaal voordelige arbo-voorzieningen (de zogenaamde FARBO-regeling)
  • In de Arbobeleidsregels staan richtlijnen voor de uitvoering van de wet. Er is sprake van semi-wetgeving: wanneer de uitvoering conform de beleidsregels geschiedt, is het goed. Als een werkgever de wet op een andere manier uitvoert, moet hij kunnen aantonen dat een gelijkwaardig beschermingsniveau van de arbeidsomstandigheden geboden wordt. Daarnaast zijn er technische normen ontwikkeld, de zogenaamde NEN-normen, die dezelfde status hebben als de Arbobeleidsregels, indien de wetgever hiernaar verwijst. Formeel zijn de Arbobeleidsregels de opvolger van de P-bladen (zie ook volgende paragraaf)
  • De Arbo-Informatiebladen (AI-bladen) zijn informatief en hebben geen officiële status. Ze geven meestal een helder overzicht van een bepaald onderwerp en lijken qua opzet sterk op de vroegere P-bladen. De AI-bladen geven voorlichting, dragen oplossingen aan en geven een goed overzicht van de geldende wetten en normen.
  • De NEN/ISO-normen hebben een formele status als er in de beleidsregels naar verwezen wordt. De aanschafkosten voor de normen zijn hoog. Wat het geheel rond de normen onoverzichtelijk maakt, is dat er zeer veel normen zijn en dat de beleidsregels regelmatig veranderen.
  • Het Arbobesluit, de Arboregeling en de Arbobeleidsregels zijn gericht op onderwerpen (gevaarlijke stoffen, fysieke belasting enz.) en hebben allemaal dezelfde hoofdstuk- en artikelnummering. Hoofdstuk 6.1 uit de Arboregeling behandelt dus hetzelfde onderwerp als hoofdstuk 6.1. van het Arbobesluit.

3. Uitgangspunten van de Arbowet

  • De wet richt zich op de plicht van de werkgever te zorgen voor een zo goed mogelijk arbobeleid, mede gelet op de kennis van de wetenschap en de professionele dienstverlening (=Arbodienst) en rekening houdend met wat redelijkerwijs mogelijk is.
  • Bronaanpak/ arbeidshygiënische strategie De wet verlangt dat arboknelpunten in eerste instantie bij de bron worden aangepakt, zodat de oorzaak van het probleem wordt weggenomen (bijvoorbeeld: het gebruiken van een minder schadelijke stof bij het reinigen van gereedschap). Wanneer aanpak bij de bron niet mogelijk is, kunnen andere maatregelen worden genomen: technische maatregelen (afscherming, ventilatie) en als dit ook niet kan: organisatorische maatregelen (rouleren, zodat de blootstelling minder lang is). Op de laatste plaats – in principe als tijdelijke noodmaatregelen, totdat betere oplossingen voorhanden zijn – moeten Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM’s) verstrekt worden.

    Soms wordt deze aanpak ook wel de ‘Arbeidshygiënische Strategie’ genoemd

Het’redelijkerwijs’-principe

De werkgever kan stellen dat maatregelen aan de bron redelijkerwijs niet van hem verwacht kunnen worden indien aangetoond kan worden dat een van de volgende bepalingen van toepassing is.
Men noemt dat ook wel het ‘redelijkerwijs’ principe

Technisch niet haalbaar:

  • er is geen alternatieve mogelijkheid voor uitvoering van de taak
  • het risico is onvermijdelijk bij het werk (b.v. vuur voor een brandweerman).

Economisch niet haalbaar:

Dit argument is alleen te accepteren onder strikte condities, want:

  • een economisch afgeschreven machine die niet aan de VGW-eisen voldoet, moet vervangen worden;
  • een nieuwe machine moet goed zijn;
  • uitstel van maatregelen mag soms, afstel niet. Er moet tijdig geld gereserveerd (=gespaard!) worden;
  • een CE-sticker voldoet niet als garantie voor een veilige machine. Onderzoek de machine altijd zelf. Ook bestaande machines moeten voldoen aan de bepalingen van het Arbo-besluit.

Praktisch niet haalbaar:

  • spanningsveld met andere VGW-aspecten: een VGW-probleem wordt opgelost maar er komt een ander probleem voor in de plaats;
  • procestechnische eisen staan de VGW-maatregelen niet toe;
  • de toegankelijkheid en de veiligheid van de machine moeten gewaarborgd blijven;
  • de brandveiligheid moet gewaarborgd blijven.
  • De werkgever is primair verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden in het bedrijf.
  • Werkgevers en werknemers moeten samenwerken bij het verbeteren van arbeidsomstandigheden. De Arbodienst heeft de taak om te adviseren en de Arbeidsinspectie heeft de taak om toe te zien op de naleving van de Arbowet.
  • De Arbowet is van toepassing voor alle bedrijven. Een bedrijf met 2 werknemers heeft dezelfde verplichtingen als een bedrijf met 2000 werknemers. In de procesindustrie gelden echter meer regels dan bij de bakker om de hoek.

4. Taken voor de bij de uitvoering van de arbowet betrokken ‘partijen’

In de Arbowet wordt benadrukt dat werkgevers en werknemers samen moeten werken bij het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. De rechten en plichten voor de verschillende partijen vanuit de Arbowet worden in dit hoofdstuk opgesomd:

A. Verplichtingen van de werkgever
B. Taken voor de Ondermemingsraad (OR) en Personeelsvertegenwoordiging (PVT)
C. Verplichtingen van de werknemers
D. Taken voor de Arbodienst
E. Taken voor de Arbeidsinspectie

De werkgever heeft de eindverantwoordelijkheid voor de arbeidsomstandigheden in het bedrijf. De werkgever moet overleggen met werknemers en zich laten ondersteunen door een Arbodienst. De Arbeidsinspectie zorgt voor de naleving van de wet. De OR/PVT en werknemers hebben een controlerende én stimulerende taak op het terrein van arbozorg. De VGWM-commissie, die in deze brochure niet aan bod komt, moet gezien worden als een vaste commissie van de OR. Afhankelijk van het door de OR opgestelde instellingsbesluit wordt bepaald welke rechten en plichten de VGWM-commissie al dan niet van de OR overneemt.

Klik hier voor meer informatie over de VGWM-commissie van de Ondernemingsraad.

A: Verplichtingen van de werkgever

  • De werkgever moet zo goed mogelijk zorgen voor de arbeidsomstandigheden, rekening houdend met de stand van wetenschap en professionele dienstverlening, voorzover redelijkerwijs mogelijk. De werkgever heeft tevens een zorgplicht voor de werknemers (Burgerlijk Wetboek, art. 3).
  • De werkgever is verplicht de problemen bij de bron aan te pakken en verstrekt alleen persoonlijke beschermingsmiddelen als andere maatregelen niet haalbaar zijn (art.3.1.b).
  • De werkgever is verplicht duidelijk aan te geven wie welke taken en bevoegdheden heeft bij de uitvoering van het Arbobeleid (art 3 lid 2,3).
  • De werkgever moet regelmatig,en in elk geval minimaal één keer per jaar (art.5 ), het Arbobeleid toetsen aan ervaringen en zo nodig maatregelen nemen (art. 3 lid 3).
  • De werkgever heeft de verplichting om Arbobeleid te voeren over ziekteverzuim, gericht op het voorkomen en begeleiden van zieken (art 4).
  • De werkgever moet beleid hebben ter voorkoming van seksuele intimidatie, agressie en geweld (art 4).
  • De werkgever moet een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RIE) maken die in een Plan van Aanpak wordt uitgewerkt. In de RIE moet genoemd worden welke maatregelen op welke termijn genomen zullen worden.
    Jaarlijks moet een voortgangsrapportage worden gemaakt, die met de Ondernemingsraad (OR), Personeels Vertegenwoordiigng (PVT) of belanghebbende werknemers wordt besproken. Tevens dient de actualiteit van de RIE geëvalueerd te worden. Een gecertificeerde Arbodienst moet de RIE toetsen (art 5).
  • Wanneer er met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen wordt gewerkt of er anderszins risico’s zijn van zware ongevallen, gelden aanvullende verplichtingen voor de RIE en voor registratie. Dit geldt met name voor de procesindustrie (art 6 en 7).
  • De werkgever is verplicht om goede voorlichting en goed onderricht te geven over risico’s op het werk, de te nemen voorzorgsmaatregelen en de organisatie van de arbozorg. Bij het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen dient de werkgever te informeren over het doel en de werking van deze middelen. De werkgever heeft de taak toe te zien op de naleving van het juist gebruiken van PBM’s en de naleving van de door de werkgever opgestelde Arboregels in het bedrijf (art. 8)
  • De werkgever moet ongevallen die leiden tot ernstig letsel en ziekenhuisopname direct melden bij de Arbeidsinspectie (art 9).
  • De werkgever moet gevaar voor derden, zoals bezoekers en omwonenden, voorkomen (art 10). Voor de Arbowet is een uitzendkracht gelijk aan een eigen werknemer (art 1). Wanneer meerdere werkgevers op een locatie werken, moeten ze onderling afspraken maken over arbeidsomstandigheden (art. 19).
  • De werkgever moet overleggen en samenwerken met de OR, PVT of belanghebbende werknemers over de uitvoering van het Arbobeleid. (art 12).
  • Als de werkgever regelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden wil uitvaardigen, wijzigen en intrekken moet hij daarover overleggen met de OR of PVT en tijdig instemming (=toestemming!) aan hen vragen (Wet op de Ondernemingsraden (WOR) art. 27). Zie ook paragraaf B, Taken OR en PVT.
  • De werkgever is verplicht om werkoverleg over arbeidsomstandigheden te organiseren (art.13)
  • De werkgever is verplicht een gecertificeerde Arbodienst in te schakelen voor tenminste een basispakket aan taken (art 14).
  • De werkgever is verplicht om de werknemers een periodiek arbeidsgezondheidkundig onderzoek aan te bieden (art.18).
  • De werkgever is verplicht om zorg te dragen voor voldoende bedrijfshulpverlening en ontruimingsmogelijkheden bij calamiteiten (art 15 en art.3.1e)
  • Het is de werkgever verboden om kosten die verbonden zijn aan uitvoering en naleving van de Arbowet ten laste van de werknemers te brengen (art.44). De werkgever mag geen eigen bijdrage heffen voor het gebruik van (comfortabelere) PBM’s en het onderhouden van PBM’s en bedrijfskleding.

B: Taken van de Ondernemingsraad (OR) en Personeels Vertegenwoordiging(PVT)

  • De OR, PVT of belanghebbende werknemers zijn verplicht om te overleggen en samen te werken met de werkgever (Arbowet art 12). De OR heeft ook het recht om met de werkgever te overleggen over alles wat de OR aan de orde stelt (Wet op de Ondernemingsraden, afgekort WOR art. 23 lid 3).
  • De OR/PVT heeft Instemmingsrecht (=vetorecht) voor regelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden (WOR art 27 lid 1j). Het betreft regelingen als:

    ­ Keuze en contract met de Arbodienst (Arbowet art. 14)
    ­ RIE en plan van aanpak RIE (Arbowet art 5)
    ­ Beleid t.a.v. ziekteverzuim, seksuele intimidatie, agressie & geweld (Arbowet art 4)
    ­ Organisatie werkoverleg (Arbowet art 13)
    ­ Organisatie BHV (Arbowet art 15)
    ­ Organisatie PAGO (Arbowet art 18)
    ­ Sanctiebeleid, rookbeleid enz.

  • De OR/PVT heeft het recht om onder werktijd kennis te nemen van de arbeidsomstandigheden in het bedrijf (WOR art 18 lid 1).
  • De OR, PVT of belanghebbende werknemers hebben vooraf overleg met de werkgever over de jaarlijkse rapportage over het plan van aanpak (gebaseerd op de RIE) en de actualiteit van de RIE (Arbowet art 5). De OR/PVT heeft het recht op een exemplaar van de RIE en de voortgangsrapportage (Arbowet art 12).
  • De OR, PVT of belanghebbende werknemers hebben het recht op afschriften van alle adviezen van de Arbodienst en het recht op overleg met deskundigen (veelal met de Arbodienst of eigen abo-deskundigen) (Arbowet art 14). Daarnaast heeft de OR/PVT het recht op inschakeling van deskundigen via de WOR. De OR moet dit melden aan de werkgever en de PVT moet om toestemming vragen aan de werkgever (WOR art 16). Werknemers kunnen te allen tijde gebruik maken van het arbeidsomstandighedenspreekuur van de Arbodienst (Arbowet art 14).
  • De werkgever heeft de plicht de OR schriftelijk te informeren over alle zaken die de OR nodig heeft voor de taakuitoefening. Voor de PVT kan de werkgever zich beperken tot het geven van mondelinge informatie (WOR art 31).
  • De OR of PVT heeft recht om de Arbeidsinspectie te vergezellen tijdens haar inspectierondes. Tevens heeft de OR of PVT het recht om de Arbeidsinspectie onder vier ogen te spreken (Arbowet art 12).
  • De Arbeidsinspectie heeft de plicht om gehoor te geven aan de vraag van OR, PVT of vakbond om een onderzoek in te stellen naar arbeidsomstandigheden op een bedrijf (Arbowet art 24 lid 6).
  • De OR heeft adviesrecht voor milieumaatregelen en milieuzorgsystemen (WOR art 25).
  • De OR heeft de taak om arbozorg en milieuzorg in het bedrijf te bevorderen en toe te zien op de naleving van de regels (WOR art. 28).

C: Rechten en plichten van de werknemers:

  • De werknemers zijn verplicht om (Arbowet art 11):

­ Machines, gereedschappen en gevaarlijke stoffen op de juiste wijze te gebruiken
­ Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM’s) op de juiste wijze te gebruiken en op te bergen
­ Beveiligingen te gebruiken en niet weg te halen
­ Deel te nemen aan voorlichting en onderricht
­ Gevaren te melden aan de leiding
­ Deskundigen te ondersteunen.

  • Werknemers hebben het recht op inzage in de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RIE) (Arbowet art 5). Werknemers hebben het recht op voorlichting en onderricht over arbeidsomstandigheden, het gebruik van PBM’s en de organisatie van de arbozorg (Arbowet art 8).
  • Werknemers hebben het recht op werkoverleg, waarin onder andere de arbeidsomstandigheden besproken worden (Arbowet art 13).
  • Werknemers hebben het recht om vrijwillig met enige regelmaat (minimaal 1x per 4 jaar) een arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) te krijgen. Afhankelijk van de arbeidsomstandigheden kan dit onderzoek vaker plaatsvinden (Arbowet art 18).
  • Werknemers kunnen een klacht indienen bij de Arbeidsinspectie als de werkgever een verplichting uit de Arbowetgeving niet nakomt (Arbowet art 24). De adressen van de Arbeidsinspectie zijn te vinden in de adressenlijst.
  • Werknemers hebben het recht om het spreekuur van de Arbodienst te bezoeken wanneer ze vragen hebben over arbeidsomstandigheden (Arbowet art 14 en art 44).
  • Werknemers hebben het recht om het werk te onderbreken bij direct gevaar voor gezondheid en veiligheid. Dit kan zowel bij directe kans op schade als bij te verwachten gevaar in de toekomst (bv. asbest). De werknemer mag geen nadeel ondervinden van de werkonderbreking. Bij een werkonderbreking moet onmiddellijk de Arbeidsinspectie ingeschakeld worden om een oordeel te geven (Arbowet art 29).
  • Werknemers kunnen via de OR, de PVT of als belanghebbende werknemers met de directie in overleg gaan over de arbeidsomstandigheden (Arbowet art 5).

D: Taken voor de Arbodienst (Arbowet art 14)

  • De Arbodienst heeft de taak om:

    ­ De RIE te adviseren en te toetsen
    ­ Zieke werknemers te begeleiden
    ­ Een Periodiek ArbeidsGezondheidskundig Onderzoek (PAGO) uit te voeren
    ­ Een arbeidsomstandighedenspreekuur te houden
    ­ Eventuele aanstellingskeuringen uit te voeren (deze zijn alleen nog toegestaan voor specifieke functies).

  • De Arbodienst voert overleg met de OR/PVT en geeft advies. In het contract tussen de Arbodienst en werkgever dient dit te worden vastgelegd.
  • De meeste bedrijven hebben een contract met een extern gecertificeerde Arbodienst. De taken mogen door eigen deskundige werknemers worden uitgevoerd. Een aantal grote bedrijven heeft een eigen interne Arbodienst. Uiteraard moet deze, net als de externe Arbodienst, gecertificeerd zijn.
  • De OR of PVT of belanghebbende werknemers heeft/hebben recht op een afschrift van alle adviezen van de Arbodienst. Het is raadzaam in het contract vast te leggen dat de Arbodienst deze taak uitvoert.
  • De Arbodienst heeft de taak om beroepsziekten en het vermoeden van beroepsziekten te melden bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.

E: Taken voor de Arbeidsinspectie (Arbowet art 24-28)

  • De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving en handhaving van de Arbowet.
  • Sinds 1 november 1999 kan de Arbeidsinspectie boetes opleggen voor overtredingen die niet leiden tot ernstige risico’s.
  • De Arbeidsinspectie heeft het recht om onderzoek in te stellen, naleving van afspraken te eisen en het werk stil te leggen in bedrijven.
  • De Arbeidsinspectie is verplicht om zo spoedig mogelijk gehoor te geven aan een klacht die is ingediend door OR, PVT, vakbond of werknemers. De klager blijft hierbij anoniem.
  • In de praktijk worden ook klachten van werknemers, derden en leveranciers onderzocht.

Bijlage 1: Nuttige adressen en aanbevolen arbo-naslagwerken

• FNV Bondgenoten, Postbus 9208, 3506 GE Utrecht.

Telefoon: 0900-9690 Fax: 030 – 2738690

Op de website: www.arbobondgenoten.nl zijn wetteksten en Arbo-informatie te vinden.

• De arbotelefoon van FNV Bondgenoten (030 – 2738738) is van maandag tot en met donderdag van 9.00 tot 13.00 uur bereikbaar voor advies en informatie over arbeidsomstandigheden en milieu voor kaderleden, OR’en en VGWM-commissies.

• De OR-telefoon, 030 – 2738739 is te bereiken van maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 13.00 uur .

• Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, telefoon: 0800 – 9051(Publieksinformatie). Brochures over arbeidsomstandigheden: 0800-9051 (gratis).

• Adressen van Arbeidsinspectie:

Arbeidsinspectie kantoor Groningen Engelse Kamp 4 9722 AX Groningen Postbus 30016 9700 RM Groningen

Tel. 050-522 58 80


Fax. 050-526 72 02

Arbeidsinspectie kantoor Arnhem Janspoort 2 6811 GE Arnhem Postbus 9018 6800 DX Arnhem Tel. 026-355 71 11

Fax. 026-442 4046

Arbeidsinspectie kantoor Amsterdam Radarweg 60 1043 NT Amsterdam Postbus 58366 1040 HJ Amsterdam Tel. 020-581 26 12 Fax. 020-686 47 03 Arbeidsinspectie kantoor Utrecht Oudenoord 6 3513 ER Utrecht Postbus 820 3500 AV Utrecht Tel. 030-230 56 00 Fax. 030-230 56 80
Arbeidsinspectie kantoor Rotterdam Stadionweg 43C 3077 AS Rotterdam Postbus 9580 3007 AN Rotterdam Tel. 010-479 83 00 Fax. 010-4798412 Arbeidsinspectie kantoor Roermond Godsweerdersingel 10 6041 GL Roermond Postbus 940 6040 AX Roermond Tel. 0475-356 666

Fax. 0475-356 660

• Uitgeverij Kerckebosch, telefoon: 030-6984222, voor het compleet Arbo-regelgevingboek (700 pagina’s met letterlijke wetteksten) en andere publicaties over arbeidsomstandigheden.

• SDU-uitgeverij voor onder andere de aanschaf van Arbeids-Inspectiebladen, telefoon: 070-3789880

• NEN (Normalisatie-instituut) voor de aanschaf van NEN-normen, telefoon: 015-2690390

• Uitgeverij Kluwer (voorheen Samsom) voor onder andere het Arbo-Normenboek, waarin een groot aantal Arbo-onderwerpen wordt besproken, en voor het Jaarboek Arbeidsomstandigheden. Telefoon: 0172-466800.

Bijlage 2: Hoofdstukindeling van de Arbowet

I: Definities en toepassingsgebied.

II: Arbeidsomstandighedenbeleid (verplichtingen van werkgever en werknemer).

III: Samenwerking en overleg (werkgever; ondernemingsraad; personeelsvertegenwoordiging; Arbodienst en bedrijfshulpverlening).

IV: Bijzondere verplichtingen (recht van de regering om nadere regels te stellen; maatwerk; arbeidsgezondheidskundig onderzoek; samenwerken verschillende werkgevers en enkele andere onderwerpen).

V: Toezicht en ambtelijke bevelen (Arbeidsinspectie; de middelen die de Arbeidsinspectie heeft; het recht van werknemers om het werk te onderbreken).

VI: Vrijstellingen, ontheffing en beroep (werkgever kan verzoeken om ontheffing van een aantal bepalingen, m.n. uit de hoofdstukken III en IV; werkgever/werknemer kan in beroep gaan tegen besluit Arbeidsinspectie).

VII: Sancties (o.a. het uitvaardigen van boetes door de Arbeidsinspectie).

VIII: Overgangs- en slotbepalingen (o.a. afwijkende formuleringen over het arbeidsveiligheidsrapport; wijziging artikel 27 WOR: VGW wordt arbeidsomstandigheden).

Bijlage 3: Hoofdstukindeling van het Arbobesluit
(Arbo Regeling en Arbo Beleidsregels volgen dezelfde hoofdstukindeling)


HOOFDSTUK 1 DEFINITIES EN TOEPASSINGSGEBIED

HOOFDSTUK 2 ARBOZORG EN ORGANISATIE VAN DE ARBEID

HOOFDSTUK 3 INRICHTING ARBEIDSPLAATSEN HOOFDSTUK 4 GEVAARLIJKE STOFFEN EN BIOLOGISCHE AGENTIA HOOFDSTUK 5 FYSIEKE BELASTING, waaronder ook tillen en beeldschermwerk HOOFDSTUK 6 FYSISCHE FACTOREN zoals klimaat, licht, geluid HOOFDSTUK 7 ARBEIDSMIDDELEN EN SPECIFIEKE WERKZAAMHEDEN, waaronder machines, gereedschap, heftrucks e.d. HOOFDSTUK 8 PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN EN VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSSIGNALERING

HOOFDSTUK 9 VERPLICHTINGEN, STRAFBARE FEITEN, BEBOETBARE FEITEN, BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN EN OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Disclaimer De gebruiker accepteert dat FNV Bondgenoten geen garanties geeft voor de informatie in deze tekst. Hoewel FNV Bondgenoten al het mogelijke doet om er voor te zorgen dat de aangeboden informatie juist, compleet en actueel is, kan FNV Bondgenoten hiervoor geen verantwoordelijkheid aanvaarden.

FNV Bondgenoten is niet aansprakelijk voor schade- of andere claims en eisen die voortkomen uit het gebruik van deze informatie.