Arbeidsomstandigheden verbeteren

0

Arbeidsomstandigheden verbeteren

in bedrijven met een personeelsvertegenwoording (PVT)

Colofon

Dit is een uitgave van FNV Bondgenoten,

bedrijfsgroep Metaal & Techniek

Tekst: Hans van den Hurk, publicist en adviseur

Vormgeving: FNV Bondgenoten

Utrecht, september 2000

Oplage: 2500

Inhoudsopgave

1.                      Arbo in de Metaal en Techniek – omdat je zuinig moet zijn op je lijf.

Arbo in de Metaal en Techniek. Waarom het belangrijk is dat je in het bedrijf werkt aan betere arbeidsomstandigheden

2.                      Arbo in de Metaal en Techniek – Waar gaat het om?

Arbeidsomstandigheden kunnen verdeeld worden in een aantal hoofdcategorieën. Gevaarlijke stoffen, omgevingsfactoren, veiligheid, lichamelijke belasting en werkdruk.

3.                      De Arbowetgeving

Een schets van de Arboregelgeving. Met aandacht voor de RI&E, de voortgangsrapportage, de bronaanpak en de Arbodienst.

Praktijkintermezzo 1: Verrijdbare tafels in metaalbewerkingsbedrijf “Excellent”

In een paar ‘praktijkintermezzo’s’ geven we weer hoe een PVT, in het bijzonder op arbogebied, te werk kan gaan. Het gaat dan om zaken als: hoe vaak overleg met de directie, de omgang met de directie, de omgang met de achterban, welke onderwerpen kunnen behandeld worden etc.

4.                        PVT en arbo. Regels, rechten en bevoegdheden.

De personeelsvertegenwoordiging is nog een jong orgaan. We beschrijven in dit hoofdstuk in vogelvlucht de rechten en bevoegdheden van de PVT. Met natuurlijk speciale aandacht voor de rechten en bevoegdheden op het gebied van arbo.

Prakijkintermezzo 2: de PVT van motorhuis “safety first”.

5.                       PVT en arbo. In de praktijk

Formele regels zijn erg mooi om op terug te kunnen vallen, maar de praktijk stelt vaak zijn eigen regels. Hoe kunnen PVT’ers een bijdrage leveren aan betere omstandigheden? We geven aan wat verstandig is om formeel aan te pakken, en wat beter informeel kan worden geregeld.

Praktijkintermezzo 3: De PVT van metaalbewerkingsbedrijf “Vulcanus”.

6.           De PVT in een bedrijf zonder arbobeleid.

Wat kan een PVT doen als de werkgever zich niet aan de arbowet houdt? We geven een aantal tips.

7.                       De voordelen van een klein bedrijf

Er wordt nogal eens gemopperd op de nadelen van kleine bedrijven. Maar werken in een klein bedrijf heeft ook voordelen! We noemen er een paar.

8.                       Tips

Deze titel spreekt voor zichzelf!

9.                      Literatuur

Voor wie verder wil lezen. Een paar titels die door FNV Bondgenoten worden aanbevolen.

10.                    Bijlagen

Bijlage 1: literatuur

Bijlage 2: aandachtspuntenlijst arbeidsomstandigheden

Bijlage 3: nuttige adressen

1. ARBO in de Metaal en Techniek – omdat je zuinig moet zijn op je lijf.

Als je jaren ergens werkt, raak je gewend aan de gang van zaken. Aan rondslingerend gereedschap. Aan afvalbakken zonder deksel waar gevaarlijke stoffen in worden weggegooid. Aan nauwe kruipruimtes waar je lang in dezelfde houding zit te werken – soms zelfs met je neus in de lijmdampen. Aan lawaai, tocht, kou. En: aan collega’s die hun gehoorbescherming, handschoenen of veiligheidsbrillen niet gebruiken.

Je kunt daar aan wennen, omdat alles jaren goed kan gaan. Vluchtige toxische stoffen, lawaai, tocht, stof, verkeerde houdingen – je merkt er op de korte termijn nauwelijks iets van. Daardoor kunnen onverschilligheid, gemakzucht, soms ook overmoed en zelfs roekeloosheid ontstaan. Zij kunnen echter ziektes veroorzaken die op kousenvoeten aan komen sluipen, maar je nooit meer verlaten. Ziektes als lawaaidoofheid, gewrichtsaandoeningen, aantasting van de hersenen.

Typische sluipmoordenaars van onze gezondheid zijn ook zaken als een slechte sfeer op het werk. Werkdruk.. Pesten en agressie niet te vergeten, door collega’s of door klanten. Zorg voor betere arbeidsomstandigheden is en blijft hard nodig. Want veilig en gezond werken gaat niet vanzelf.

In deze brochure willen we laten zien dat werknemers ook in kleine bedrijven heel goed een bijdrage kunnen leveren aan betere arbeidsomstandigheden. We willen tevens een indruk geven hoe zij dat zouden kunnen aanpakken met een personeelsvertegenwoordiging (PVT).

Wij hebben deze brochure leesbaar willen houden, en zijn ons ervan bewust dat we niet compleet zijn. Van de arboregelgeving bijvoorbeeld wordt een korte schets gegeven. Voor wie meer wil weten heeft FNV Bondgenoten meer brochures. U kunt de arbotelefoon bellen (030 27 38 738),en onze website bezoeken. (WWW. Bondgenoten.fnv.nl/arbo) En u kunt steun vragen aan de vakbondsbestuurder. Voor telefoonnummers en titels: zie achterin deze brochure.

     Deze brochure is specifiek bedoeld voor werknemers in bedrijven met een personeelsvertegenwoordiging (PVT). Een PVT is verplicht als in het bedrijf tussen de 10 en de 50 werknemers werken, en de meerderheid van de werknemers laat weten een PVT te willen.

    We hebben ook brochures die bestemd zijn voor kaderleden in de Metaal en Techniek die zich met Arbo-kwesties willen bezighouden, en werkzaam zijn in bedrijven met een ondernemingsraad (OR) of in bedrijven zonder vertegenwoordigende medezeggenschap.

2. ARBO in de Metaal en Techniek – Waar gaat het om?

Bij de zorg voor goede arbeidsomstandigheden gaat het om veel uiteenlopende zaken. We kunnen die in een paar hoofdcategorieën onderverdelen:

ü                      Gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het, bijvoorbeeld, om roetdeeltjes, accuzuur, lasrook, oplosmiddelen of cfk’s. Spuitbussen en uitlaatgassen in garages. Mensen die daarmee werken lopen soms grote risico’s op aantasting van de huid, de ogen of op chronische, ernstige ziektes. Zodra een dergelijke aandoening wordt vastgesteld, is het vaak al te laat. Met de inrichting van aparte, goed afgezogen ruimtes, goede apparatuur en verstandig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen kan al veel worden gedaan. Werkoverleg kan helpen om een sfeer van stoerheid of gemakzucht te overwinnen.

ü                      Omgevingsfactoren. Dit zijn zaken als licht, stof, lawaai, hitte, kou en tocht. Dit zijn sterk onderschatte sluipende gevaren. Medewerkers lopen het gevaar op aandoeningen aan gewrichten en het gehoor. Chronische en onomkeerbare kwalen. Toch valt er veel aan te doen door vaak eenvoudige middelen, als tochtdeuren, goede zonwering,  warmteafzuiging, thermisch ondergoed. Ook hier kan werkoverleg van groot belang zijn.

ü                      Veiligheid. Bij veiligheid gaat het enerzijds om de meer klassieke gevaren als knel- plet- en snijgevaar, veroorzaakt door scherpe randen, onzorgvuldig gebruik van machines of gereedschap, struikelen en vallen. Anderzijds zijn er ook meer sociale factoren: agressieve of zelfs gewelddadige klanten kunnen zowel lichamelijk als geestelijk letsel opleveren. Door onoplettendheid, onzorgvuldigheid en overmoedigheid werken werknemers niet zelden zichzelf in de problemen. Uiteraard moet de werkgever zorgen voor veilige machines, gereedschap en werkruimtes.

ü                      Lichamelijke belasting. Hiervan is sprake zodra werk gedaan moet worden waarbij getild, geduwd of getrokken moet worden. Of werk waarbij werknemers langdurig moeten staan of zitten in dezelfde houding. Of, moeten… soms ook tillen werknemers zware lasten omdat het gebruik van een heftruck even lastig is. Soms staat iemand langdurig gebukt hoewel een hefbrug aanwezig is. Lichamelijke belasting kan rugklachten of gewrichtsklachten opleveren. Voetbalknietjes of tennisellebogen ontstaan niet alleen op het sportveld! Voldoende afwisseling, hulp bij het tillen, het  juiste gebruik en de juiste instelling van apparatuur etc. kan hier al veel doen.

ü                      Werkdruk. Er is sprake van werkdruk als er te weinig tijd beschikbaar is om het werk in een normaal tempo te kunnen doen. In de bedrijven van de Metaal en Techniek wordt werkdruk een steeds groter probleem. Hogere eisen van klanten en de krapte op de arbeidsmarkt drijven het tempo op. Het risico dat werknemers gaan uitvallen of ziek worden grijpt in rap tempo om zich heen. Om dat te voorkomen is een goede organisatie van het werk van steeds groter belang. Te vaak wordt gedacht dat werkdruk alleen tot psychische stoornissen leidt. Ook de kans op RSI (‘muisarm’) of op ongelukken neemt toe als de werkdruk te groot wordt.

Arbo in de Metaal en Techniek – waarom en voor wie?

Gezond oud worden is natuurlijk in de eerste plaats voor de betrokken werknemers van groot belang. De afgelopen jaren hebben veel te veel mensen veel te jong wegens gezondheidsklachten vroegtijdig hun werk verlaten. Ernstige chronische ziektes zorgen voor veel menselijk leed. En het stemt somber dat die ernstige ziektes voorkomen hadden kunnen worden.

Maar ook voor de werkgever zijn zaken als een hoog ziekteverzuim en een hoge WAO-instroom nare kwesties. Het kan hem geld, erg veel geld aan loondoorbetaling en boetes kosten. Geld dat beter aan het voorkomen (preventie) van ziekte en WAO besteed had kunnen worden! Daarom zijn juist arbokwesties zaken waar werkgever en werknemers goed op kunnen samenwerken. Vooral de vaak hoge kosten kunnen een goed werkend argument zijn om de werkgever over de streep te trekken.

De opvoeding van je collega’s

Een lastig probleem voor kaderleden van de bond en anderen die zich inzetten voor arbozaken, is de soms ernstige nonchalance van de eigen collega’s – soms ook van de bedrijfsleiding. De voorbeelden liggen (helaas) voor het oprapen. Even een proefritje met de zojuist gerepareerde motor – en verzuimen de helm op te zetten. Even iets slijpen zonder veiligheidsbril. ‘s Zomers geen overall met lange mouwen aan.

Veel collega’s zitten al jaren in het vak. “Wat zeur je nou, ik doe het altijd zo. En bovendien, ik moet toch een keer dood”. De bedrijfsleiding maakt het vaak niet veel beter door investeringen in arbozaken al snel te duur te vinden.

Deze situatie is vervelend, maar niet hopeloos. Je verandert dit soort dingen niet van de ene dag op de andere. Maar door veel te praten en vooral door het geven van het goede voorbeeld lukt het meestal wel een andere cultuur op het werk te krijgen.

3. De Arbowetgeving

3.1. De achtergrond van de Arbowet

De achtergrondfilosofie van de arboregelgeving in Nederland is eenvoudig en effectief. De werkgever is verplicht om een zo goed mogelijk arbobeleid te voeren. Hij mag echter niet in zijn eentje bedenken hoe dat moet. Over het arbobeleid moet hij overleg plegen met zijn werknemers. Werkgevers en werknemers moeten samenwerken om te zorgen voor zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. Tevens moet de werkgever zich laten bijstaan door een gecertificeerde Arbodienst.

Voor werknemers in de Metaal en Techniek is nog het volgende van belang. Indien niet gewerkt wordt in het eigen bedrijf, maar op het terrein van anderen, moeten er goede afspraken worden gemaakt over arbeidsomstandigheden voor het werk begonnen wordt. Beide werkgevers zijn daarvoor verantwoordelijk.

3.2. De arboregelgeving in vogelvlucht.

In deze korte brochure kunnen we alleen maar de belangrijkste aspecten van de arboregelgeving behandelen. U kunt meer informatie vinden in de naslagwerken die in de bijlage staan genoemd. We behandelen hier in het kort:

ü                      De Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E),

ü                      De Voortgangsrapportage,

ü                      De Bronaanpak,

ü                      Het overleg met werknemers

ü                      De Arbodienst

3.3 Risico-inventarisatie en evaluatie

Het hart van de Arbowet wordt gevormd door de plicht van de werkgever om een risico-inventarisatie en evaluatie, kortweg RI&E, op te stellen. Alle bedrijven moeten zo’n RI&E maken, ongeacht hun grootte. Niet alle bedrijven houden zich aan hun wettelijke plicht, vooral in kleinere bedrijven wordt er nogal eens de hand mee gelicht. Bovendien is de kwaliteit niet altijd zoals het hoort.

De RI&E hoort uit drie aspecten te bestaan:

De risico-inventarisatie.

In de risico-inventarisatie staan de arboknelpunten in het bedrijf. Het gaat om situaties en omstandigheden die gevaar opleveren. Het is goed denkbaar dat eerst een vrij grove opsomming wordt gemaakt. Na deze eerste globale inventarisatie hoort een zekere eerste beoordeling plaats te vinden. Daarbij hoort de vraag beantwoord te worden of de lijst compleet is, tevens of de risico’s juist worden ingeschat. Het is in deze fase van belang om scherp toe te zien of zaken als lichamelijke belasting en werkdruk afdoende in de inventarisatie terecht komen. Om één of andere reden zien we een collega die urenlang op zijn knieën zit of boven zijn macht werkt, makkelijker over het hoofd dan een bus met onbekende chemicaliën.

De inventarisatie kan en mag gemaakt worden door (werknemers van) het bedrijf zelf, maar ook door een Arbodienst.

De risico-evaluatie.

Het hoort niet maar het gebeurt wel: in nogal wat gevallen blijft de RI&E beperkt tot een knelpuntenlijstje. Maar de risico’s moeten ook gewogen worden! Daarbij gaat het om drie belangrijke facetten:

_                         Hoe vaak worden medewerkers aan een bepaalde gevaarlijke situatie blootgesteld?

_                         Hoe lang zijn medewerkers aan die gevaarlijke situatie blootgesteld?

_                         Wat is over deze gevaarlijke situatie vastgelegd in de Arbowet?

_                         Hoe groot is de kans dat een gevaarlijke situatie tot ongevallen of gezondheidsschade leidt?

_                         Indien dat gebeurt, hoe ernstig zijn de gevolgen daarvan?

Om dit goed te kunnen doen, zijn diverse methodes en handleidingen voorhanden. Een aantal branches in de Metaal en Techniek hebben zogenaamde branchemodellen of voorbeeldteksten. U kunt het bedrijfsschap of de branche-organisatie (de werkgeversorganisatie) waar uw bedrijf onder valt, daarover raadplegen. U kunt natuurlijk ook FNV Bondgenoten bellen.

Het Plan van Aanpak.

De RI&E hoort naast een lijst van knelpunten en een weging van de ernst daarvan, ook een Plan van Aanpak te bevatten.  In dat Plan van Aanpak staan de maatregelen die de problemen moeten wegnemen of verminderen. Om de goede maatregelen te kunnen nemen, is het nodig dat er een juist beeld bestaat van de oorzaak van de risico’s. Het komt nog al te vaak voor, dat allerlei technische maatregelen worden genomen die de oorzaak van het probleem niet wegnemen. Bijvoorbeeld dat werknemers die geregeld verf spuiten een snuitje krijgen in plaats van oplosmiddel-vrije verf.

Verder moet in het Plan van Aanpak worden vermeld:

ü                      Welke maatregelen genomen gaan worden om de benoemde risico’s weg te nemen of te verminderen.

ü                      Op welke termijn die maatregelen worden uitgevoerd.

ü                      Wie ervoor verantwoordelijk  zijn dat de maatregelen getroffen worden.

De RI&E moet in zijn geheel getoetst worden door een Arbodienst. Dat mag niet vanuit een bureaustoel: er moet werkplekonderzoek voor worden gedaan. Minstens éénmaal per jaar moet bekeken worden of de RI&E nog actueel is. Dat is een mooi moment om er met de werkgever over te overleggen.

3.4. De voortgangsrapportage

De Voortgangsrapportage werd vroeger Arbojaarverslag genoemd. De Voortgangsrapportage is bedoeld om na te gaan of de maatregelen die zijn aangekondigd in het Plan van Aanpak inderdaad effectief zijn. Het gaat hierbij om vragen als:

ü                      Zijn de maatregelen inderdaad uitgevoerd?

ü                      Is het probleem verholpen of verminderd?

ü                      Worden de persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt?

ü                      Zijn de verantwoordelijkheden duidelijk?

ü                      Is de tijdsplanning realistisch?

3.5. De bronaanpak

Er zijn grofweg 5 manieren om arboproblemen aan te pakken. De eerste (bronbestrijding) is de beste, de tweede is de op één na beste enzovoort. We benoemen de 5 manieren en geven steeds als voorbeeld een lawaaiige machine.

ü                      Bestrijding aan de bron. Dit is: het wegnemen van de oorzaak. Bijvoorbeeld het vervangen van een lawaaiige machine door een stillere.

ü                      Afschermen van de bron. Als een stillere machine niet bestaat of te duur is, kan deze worden afgeschermd door een kast.

ü                      Aanpassen van de omgeving. Dit kan door de bron apart ergens onder te brengen. Dus bijvoorbeeld een aantal lawaaiige machines in een aparte ruimte.

ü                      Beperking van de blootstelling. Als de drie bovenstaande mogelijkheden niet kunnen, kan het risico worden gespreid. Bijvoorbeeld door het werken aan lawaaiige machines te verdelen over meer mensen.

ü                      Afschermen van de mens. Dit betreft de persoonlijke beschermingsmiddelen. Dit zijn zaken als veiligheidsbrillen, veiligheidsschoenen, oordopjes etc.

De Arbowet schrijft voor dat bij arboproblemen eerst getracht moet worden het probleem aan de bron te bestrijden. Als dat om technische redenen niet gaat, moet getracht worden de bron af te schermen. Het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen hoort dus pas in het vizier te komen als alle betere oplossingen in die specifieke situatie niet kunnen of niet afdoende zijn! Persoonlijke beschermingsmiddelen horen dus het sluitstuk te zijn van het arbobeleid. En niet, zoals in de praktijk in veel bedrijven het geval is, de kern van het arbobeleid.

3.6. Het overleg met werknemers

De verplichting om een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid te voeren ligt bij de werkgever. Maar die mag niet op eigen houtje dat beleid vaststellen en uitvoeren. Hij moet volgens de Arbowet overleg plegen met de “belanghebbende werknemers”. Volgens de wet moet de werkgever met hen moet overleggen over de uitvoering van het arbobeleid. Dat overleg van de werkgever met werknemers kan plaatsvinden in de PVT. Daarover gaan de hoofdstukken 4 en 5 en de “praktijkintermezzo’s”.  Indien er geen PVT is moet de werkgever twee keer per jaar overleggen met het voltallige personeel. We spreken dan van de Personeelsvergadering.

Hoe dan ook, in het overleg met de werknemers moet in elk geval de RI&E aan de orde komen. Tevens moet er overleg plaatsvinden voorafgaand aan de jaarlijkse rapportage over het Plan van Aanpak. Belanghebbende werknemers hebben recht op een afschrift van de RI&E en het advies van de Arbodienst daarover. Iedere individuele werknemer heeft overigens recht op inzage in de RI&E!

3.7 De Arbodienst

De werkgever is verplicht een contract af te sluiten met een gecertificeerde Arbodienst. In dat contract moet minstens een zogenaamd minimumpakket worden afgesproken. Een dergelijk minimumpakket behelst:

ü                      De ondersteuning door de Arbodienst bij de ziekteverzuimbegeleiding.

ü                      Ondersteuning bij de opzet en de uitvoering van de RI&E.

ü                      De organisatie van een Periodiek Arbeidsgezondheidsonderzoek (afgekort: PAGO).

ü                      De organisatie van een arbeidsomstandighedenspreekuur.

Praktijkintermezzo 1: Verrijdbare tafels in metaalbewerkingsbedrijf “Excellent”.

In metaalbewerkingsbedrijf “Excellent” worden onder meer spaanplaten van 38 mm. dikte verwerkt. Die platen moeten vaak diverse bewerkingen ondergaan, zoals zagen, boren en spuiten. Daarom worden zij vaak van de ene plek naar de andere getild.

Een aantal werknemers krijgt last van rugklachten. De link met het tillen van de platen is snel gelegd, en ze besluiten met de baas te gaan praten over een tilmachine. Nu is de baas de slechtste niet, hij geeft zonder veel problemen persoonlijke beschermingsmiddelen als veiligheidsschoenen en veiligheidsbrillen af. Maar de beoogde machine is hem te duur.

Dan komt tijdens een onderonsje in de werkplaats opeens een gouden idee naar boven. “Als we de platen eens met vier man op verrijdbare tafels leggen, en ze daarop laten liggen tot ze de benodigde bewerkingen hebben ondergaan?” Die oplossing is veel goedkoper, maar vereist wel enige veranderingen in de werkplaats. Er zijn ongeveer twintig van dergelijke tafels nodig. Die moeten ergens staan, zodat de voorraden ergens anders moeten liggen.

Een tweetal werknemers gaat over dit idee met de baas praten. Die is niet direct van de bruikbaarheid van de tafels overtuigd. Toch stemt hij erin toe er één te maken. “Dan zien we wel of het echt werkt”. De tafel blijkt een groot succes, en inmiddels zijn er vijftien in gebruik.

Het is overigens in soortgelijke situaties goed om te weten dat door het ministerie van Sociale Zaken een regeling is gemaakt, die tot doel heeft om investeringen op Arbo-gebied financieel aantrekkelijk te maken. Dit is de zogenaamde FARBO-regeling, die vaak juist bij kleine ondernemers onbekend is. Meer informatie is te krijgen bij het ministerie: 0800-9051.

4. PVT en Arbo. Regels, rechten en bevoegdheden

In ondernemingen waar 10 tot 50 mensen werken en waar geen ondernemingsraad is, kan de ondernemer, in het belang van het overleg met de medewerkers, een personeelsvertegenwoordiging in het leven roepen. Hij moet dat doen zodra meer dan de helft van het personeel aangeeft behoefte aan een PVT te hebben.

Extra bevoegdheden

In het algemeen heeft de PVT minder bevoegdheden dan een ondernemingsraad. De ondernemer kan echter met de PVT extra bevoegdheden schriftelijk overeenkomen. Die extra bevoegdheden hebben dan dezelfde betekenis als de wettelijke bevoegdheden. Juist op het gebied van arbeidsomstandigheden doen de bevoegdheden van een PVT echter nauwelijks onder voor die van een OR!

Samenstelling

De personeelsvertegenwoordiging bestaat uit tenminste drie leden die bij geheime schriftelijke stemming door en uit de in de onderneming werkzame personen worden gekozen. Deze “in de onderneming werkzame personen” kunnen, in een flink aantal gevallen, ook uitzendkrachten, contracters en gedetacheerden zijn!

4.1 Wettelijke bevoegdheden

De wettelijke rechten voor een  PVT vinden we vooral in de Wet op de ondernemingsraden (WOR), en in mindere mate in de Arbowet. Het gaat om:

_        overlegrecht;

_        informatierecht;

_        adviesrecht;

_        instemmingsrecht.

 

Bovengenoemde rechten behandelen we hier niet uitputtend. We gaan vooral in op de rechten en bevoegdheden die van belang zijn voor arbeidsomstandigheden. Verder verwijzen we naar het boekje ‘Inzicht in de personeelsvertegenwoordiging”(zie literatuurlijst).

Overlegrecht

Alle zaken die in de onderneming spelen, horen bespreekbaar te zijn in de overlegvergaderingen van de PVT met de werkgever (‘bestuurder’ in de woorden van de Wet op de ondernemingsraden, WOR).  Zowel de werkgever als de PVT-leden horen met agendapunten te mogen komen voor deze vergadering. Tijdens de vergadering kan iedereen zijn mening geven.

Ten minste één keer per jaar moet de algemene gang van zaken in het bedrijf aan de orde komen. En verder moeten advies- en instemmingsplichtige onderwerpen ook steeds besproken worden vóór de PVT tot haar definitief standpunt komt.

PVT’s doen er goed aan om op de overlegvergadering geregeld aandacht te besteden aan:

_        De Voortgangsrapportage. De PVT houdt de vinger aan de pols om te zien of de maatregelen die in het Plan van Aanpak staan opgesomd, inderdaad worden uitgevoerd. De bespreking van de Voortgangsrapportage geeft tevens de gelegenheid om nog een kritisch te bespreken of de maatregelen die wel zijn uitgevoerd, ook daadwerkelijk effectief zijn. Ook kan besproken worden of de veiligheidsregels worden nageleefd.

_        De Risico-inventarisatie en evaluatie. De RI&E moet, zoals we in hoofdstuk 3 hebben gezegd, geregeld worden geactualiseerd. Deze actualisatie geeft de gelegenheid om nieuwe onderwerpen te bespreken. Zoals het beleid rond roken op de werkplek.

_        De cijfers rond het ziekteverzuim en de toelichting (ziekteverzuimanalyse) van de Arbodienst daarop. Deze cijfers geven, eventueel samen met de opmerkingen van de Arbodienst, mogelijk aanleiding nog eens naar de werkplek of de werkomstandigheden te kijken.

Informatierecht

De PVT heeft recht op alle informatie die zij voor haar taak redelijkerwijs nodig heeft. Dat wil zeggen dat de werkgever verplicht is die te verstrekken. Daarbij kan het gaan om:

_        Een exemplaar van de RI&E. De werkgever moet een exemplaar daarvan ongevraagd aan de PVT geven.

_        Alle informatie die de werkgever van de Arbodienst krijgt, behalve wanneer dat strijdig is met de privacy-wetgeving. Denk daarbij aan de ziekteverzuimrapportages, de resultaten van het PAGO (periodiek geneeskundig onderzoek), lawaaimetingen en rapportages van gehouden onderzoeken als werkdrukonderzoek en/of werknemerstevredenheidsonderzoek.

_        Resultaten van metingen door de Arbodienst of andere externe arbodeskundigen. Dat kan, bijvoorbeeld, gaan om asbest.

_        Ongevallenrapportages. Bij een ernstig ongeval doet de Arbeidsinspectie onderzoek. In een dergelijk geval hoort de Arbeidsinspectie een afschrift van het inspectie- en ongevalsrapport direct aan de PVT te sturen.

_        Informatie over arbomaatregelen en regelingen in het bedrijf. Het gaat onder meer om het gevaarlijke-stoffenboek, de bedrijfsnoodplannen etc. 

_        Alle handboeken en documenten, waaronder de Arbo-informatiebladen, die de PVT voor haar werk nodig heeft.

Adviesrecht

De ondernemer heeft op basis van de WOR (art. 25) de plicht om de OR advies te vragen over een aantal voorgenomen  besluiten. Daarbij gaat het onder meer om:

_        Het doen van belangrijke investeringen. Daar kan de OR of VGWM-commissie letten op arbofacetten van machines of gebouwen.

_        Het invoeren of wijzigen van een belangrijke technologische voorziening.

_        Het nemen van een belangrijke maatregel betreffende het milieu of de milieuzorg.

_        Een belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming, dan wel in de verdeling van bevoegdheden van de onderneming.

Instemmingsrecht

Bij het vragen van instemming moet de werkgever zijn “voorgenomen besluit” schriftelijk aan de PVT voorleggen. Hij moet daarbij ook aangeven waarom hij dit besluit wil nemen, en wat de te verwachten gevolgen zijn voor het personeel. De PVT mag pas een beslissing nemen nadat er met de werkgever is overlegd in de overlegvergadering. Maar de PVT neemt wel zelfstandig een besluit. In dat besluit mag de PVT overigens alle relevante elementen betrekken, hij hoeft zich niet tot een ‘ja’ of een ‘nee’ te beperken. De PVT deelt de werkgever dat besluit schriftelijk mee. Het is verstandig alle elementen die in het besluit betrokken zijn, ook in deze schriftelijke reactie mee te nemen.

De werkgever moet daarna schriftelijk aan de PVT laten weten welk besluit hij genomen heeft. Als hij, ondanks een negatief besluit van de PVT, toch zijn oorspronkelijke besluit handhaaft, is dat besluit nietig. De PVT moet de nietigheid daarvan wel inroepen. Verder heeft de werkgever de keuze tussen het nemen van een nieuw besluit, of het vragen van “vervangende toestemming” van de kantonrechter. Een nieuw besluit moet, uiteraard, opnieuw aan de PVT ter instemming worden voorgelegd.

Instemmingsplichtig zijn:

_        De opzet van en de voorgenomen uitvoering van de Risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E).

_        Het Plan van Aanpak en de Voortgangsrapportage.

_        De aansluiting bij een Arbodienst. Met de  Arbodienst moet tenminste een minimumpakket worden afgesproken. De PVT heeft instemmingsrecht op zowel het contract met de Arbodienst als de inhoud ervan. Ook de keuze van de Arbodienst valt onder het instemmingsrecht.

_        De organisatie en de inrichting van de bedrijfshulpverlening (BHV).

_        Het ziekteverzuimbeleid. Daarbij kan het gaan om zaken als:  hoe wordt het arbeidsomstandighedenspreekuur gehouden?, hoe gaan we de verzuimcontrole doen?, hoe pakken we het reïntegratiebeleid aan?

_        De voorlichting em het onderricht omtrent arbokwesties.

_        De aanschaf van persoonlijke beschermingsmiddelen, waaronder werkkleding.

_        Het rookbeleid.

Voor de goede orde: het bovenstaande lijstje is niet uitputtend. Voor een grondiger uiteenzetting kan het “Jaarboek Arbeidsomstandigheden 2000″ geraadpleegd worden. (Zie de literatuurlijst.)

4.2. De faciliteiten van de PVT

Om haar taak goed te kunnen uitoefenen, heeft de PVT op grond van de Wet op de Ondernemingsraden recht op een aantal faciliteiten.

Recht op tijd voor vergaderingen en beraad

Vergaderingen van de PVT moeten zoveel mogelijk in werktijd worden gehouden. Als dat voor één of meerdere leden niet gaat – zij werken bijvoorbeeld in ploegendienst – is het redelijk dat deze tijd aan hen wordt gecompenseerd. Ook voor beraad met externe deskundigen, bijvoorbeeld de vakbondsbestuurder of de arbodienst, moeten de PVT-leden vrije uren krijgen. Datzelfde geldt voor achterbanberaad en voor andere werknemers die de PVT-leden moeten spreken omdat zij van doen hebben met een kwestie waar de PVT mee bezig is. De hoeveelheid uren die de PVT-leden nodig hebben om hun taak uit te voeren dient jaarlijks door de PVT en de werkgever te worden vastgesteld.

Recht op het gebruik van voorzieningen

De PVT mag gebruik maken van de voorzieningen die in de onderneming aanwezig zijn. Denk aan het kopieerapparaat, de telefoon, de fax, computers, vergaderruimte, internet.

Recht op scholing

De leden van de PVT hebben recht op scholing. Het aantal dagen dient jaarlijks door de PVT en de werkgever te worden vastgesteld.

Recht op raadplegen van deskundigen

De PVT heeft het recht om externe deskundigen te raadplegen, maar heeft daarvoor de toestemming van de werkgever nodig. Indien de werkgever die toestemming geeft, zijn de kosten voor hem.

4.3. Het overleg met de Arbodienst

De Arbodienst is er niet alleen voor de werkgever! Ook de OR of PVT moet worden ondersteund. Onder meer bestaat de wettelijke plicht om alle adviezen aan de werkgever direct in afschrift te zenden aan de PVT. De gecertificeerde Arbodiensten zijn verplicht tot samenwerking met het medezeggenschapsorgaan. De PVT doet er goed aan om te zorgen dat over deze samenwerking afspraken zijn gemaakt in het contract met de Arbodienst. De PVT heeft, zoals in het voorgaande is opgemerkt, instemmingsrecht op dit contract. Indien de samenwerking niet of slecht in het contract geregeld is, kunt u gebruik maken van het spreekuur van de Arbodienst.

Omdat in nogal wat gevallen de Arbodienst zijn taak nogal nauw opvat (meewerken aan ziekteverzuimbeleid), kan de PVT een rol spelen in het verleggen van die rol naar de verbetering van arbeidsomstandigheden. Dan kunnen ziekte en ongelukken worden voorkomen!

Praktijkintermezzo 2: de PVT van motorhuis “safety first”.

In motorhuis “safety first” bestaat al enige tijd een PVT. De relatie met de werkgever is goed. “We zijn het lang niet over alles eens, maar in ieder geval is alles bespreekbaar”, zegt de voorzitter van de PVT. “Op cursussen van FNV Bondgenoten hoor ik wel dat mensen in andere bedrijven al rode plekken in hun nek krijgen als ze naar de baas toe moeten. Dat is hier gelukkig niet het geval”.

De PVT spreekt iedere maand met de baas. Dat overleg wordt niet in eigen kring voorbesproken. Ter plekke wordt, van weerszijden, bekeken welke punten er te bespreken zijn. Dat kan dan gaan om:

·          Knelpunten in het bedrijf. Bijvoorbeeld: slechte communicatie tussen werkvoorbereiding en de productie. Dat levert slecht werk op en veroorzaakt daardoor werkdruk en stress.

·          Werktijden en roosterkwesties. Bijvoorbeeld de inroostering van vakanties. Iedereen heeft zo zijn wensen. Als daar geen rekening mee wordt gehouden, kunnen er ook stress en onaangename verhoudingen optreden.

·          Kwesties rond de bedrijfsuitvoering. Dat kunnen zaken zijn die direct te maken hebben met de veiligheid. Bijvoorbeeld als de plaatsing van nieuwe machines niet te combineren is met bestaande vluchtroutes.

Behalve dit maandelijkse overleg tussen de PVT en de baas bestaat er op “safety first” nog een overleg dat men “totaaloverleg” noemt. Dat is een overleg met het voltallige personeel en vindt vier keer per jaar plaats. Er is een vrijwel vaste agenda:

·          Mededelingen van de directie

·          De hoeveelheid werk.

·          Wat is in de nabije toekomst te verwachten aan werk?

·          De veiligheid in het motorhuis.

·          Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen.

Daarnaast is het nu en dan nodig dat de werkgever en de PVT incidenteel bij elkaar komen. Bijvoorbeeld omdat er een (bijna-) ongeluk is gebeurd. Zodra dat nodig is, roepen of de werkgever of de voorzitter van de PVT het overleg bijeen.

5. PVT en arbo in de praktijk

De personeelsvertegenwoordiging is bedoeld voor relatief kleine bedrijven. De onderlinge omgang is daar doorgaans niet formeel. De mensen kennen elkaar, zaken worden vlot onderling geregeld. De structuur en de werkwijze van ondernemingsraad (OR) en personeelsvertegenwoordiging (PVT) zoals we die in de wet vinden, passen eigenlijk niet goed in die situatie. Formele overlegvergaderingen waar wettelijke rechten uitgeoefend kunnen worden, sluiten beter aan bij wat grotere bedrijven.

We vinden in de praktijk van de medezeggenschap in kleinere bedrijven dan ook een mix van formeel en informeel overleg. De personeelsvertegenwoordiging probeert de dagelijkse zaken en problemen zoveel mogelijk  informeel te regelen en op te lossen, maar de structurele problemen in meer formeel overleg te bespreken en vast te leggen.

Om deze werkwijze goed te kunnen uitvoeren, is een aantal vuistregels te geven.

Vuistregels

·          Het is van belang dat de PVT (of een aantal leden van de PVT) goed op de hoogte is van de belangrijkste Arbo-knelpunten in het bedrijf. Meestal zijn die wel bekend. Een paar gesprekken met collega’s zijn in een klein bedrijf meestal wel voldoende om een complete lijst te krijgen. Er kan echter een zekere vorm van “bedrijfsblindheid” bestaan. Dan is het verstandig een checklist of aandachtspuntenlijst te hanteren. Een aandachtspuntenlijst is achterin deze brochure opgenomen. Natuurlijk kunnen ook andere collega’s dan uitsluitend leden van de PVT hieraan meehelpen.

·          Het is zeer aan te bevelen dat de leden van de PVT die zich bezig houden met Arbo-problemen, bekend en bereikbaar zijn in het bedrijf. Vooral collega’s die op karwei zijn of anderszins buiten het bedrijf werken, zijn vaak minder goed bekend met de gebruikelijke procedures. Het is dan voor hen van belang om te weten waar zij hun beklag kunnen doen. Gewaarschuwde PVT-leden kunnen een ongewenste situatie ter sprake brengen.

·          PVT’ers doen er goed aan om veel te investeren in een goede verstandhouding met de werkgever. Het kan van belang zijn dat u  benadrukt dat u niet de confrontatie zoekt. Dat Arbo in het belang van iedereen is, en dat de werkgever ook belang kan hebben bij goed contact met geïnteresseerde collega’s. En dat bovendien geld beter besteed kan worden aan het voorkomen van problemen dan aan narigheid als gevolg van ongevallen. Desondanks: het bereiken van een goede verstandhouding kost vaak jaren. Maar als een PVT een formele houding aanneemt en het moet hebben van de wettelijke bevoegdheden, levert dat minder op.

·          PVT-leden doen er goed aan hun verantwoordelijkheden en die van anderen in het oog te houden. Het management blijft altijd verantwoordelijk voor goede arbeidsomstandigheden. Voor collega’s is het belangrijk om te weten wie er in de PVT zitten, omdat PVT-leden onjuiste situaties ter sprake kunnen brengen. We zien nogal eens dat PVT-leden in de positie worden gebracht waarin zij zichzelf verantwoordelijk gaan voelen voor het oplossen van onveilige situaties – zonder dat zij de daarvoor benodigde bevoegdheden hebben.

Voorbeeld:

Een groepje medewerkers van Barendrecht Metaal moet op een ochtend in oktober op karwei grondwerk verrichten. Daarbij moeten onder andere ijzeren palen in de grond worden geheid. De medewerkers horen in een dergelijk geval op papier  te hebben waar mogelijk (hoogspannings)kabels lopen. Maar dat papier is er die ochtend in oktober niet. Wat te doen?

Zodra iets dergelijks bij Barendrecht gebeurt, bellen de betrokken medewerkers de voorzitter van de PVT, Jan Bloem. Bloem tracht de werkgever te bereiken. Samen met hem en zo nodig de uitvoerder wordt een oplossing bedacht. Verder geldt het parool: niet werken tot Barendrecht heeft teruggebeld!

Soortgelijke acute problemen kunnen tevoorschijn komen bij ondeugdelijke beveiliging van machines, ondeugdelijke steigers, onvoldoende bescherming tegen weersinvloeden. Het is van het grootste belang dat collega’s in dergelijke situaties weten waar ze terecht kunnen. De PVT kan daar een grote rol in spelen, en mede daarom is het bekend zijn van de ‘Arbomensen’ in het hele bedrijf van enorm belang!

ü     Gebruik de formele Overlegvergadering (OV) vooral voor het oplossen van meer structurele en formele zaken. Dat kan zijn om praktische problemen die in het bedrijf spelen op te lossen, en om het behandelen van de Risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) en de Voortgangsrapportage.

Het oplossen van structurele problemen.

Laten we nog even blijven bij het voorgaande voorbeeld rond de kabels bij Barendrecht. Dergelijke kwesties kunnen natuurlijk binnen hetzelfde bedrijf veel vaker voorkomen. Ook is het denkbaar dat in zekere gebieden heiers een bovengemiddeld risico lopen om op bommen uit de tweede wereldoorlog te stuiten. De Overlegvergadering is dan een goed platform om daar structurele oplossingen voor te bedenken. Dat kan een procedure zijn, die altijd gevolgd moet worden om te weten waar leidingen lopen. Een dergelijke procedure kan aangevuld worden met de aanschaf van een metaaldetector. Stuk voor stuk zaken waar de medewerkers van Barendrecht die op het wegdek staan te kleumen niet op kunnen wachten, maar die uitstekend in een formele vergadering kunnen worden besproken!

Daarnaast kunnen structurele kwesties bestaan (of dreigen te ontstaan!) rond de beveiliging van machines, de werkkleding, onvoorzichtige collega’s, de werktijden van collega’s op karwei…. Allemaal uitstekend te bediscussiëren op de overlegvergadering!

De Risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E)

Uiteraard is ook de RI&E van het bedrijf bij uitstek geschikt om te bediscussiëren in de overlegvergadering. De RI&E zal gecontroleerd moeten worden op:

1.         Zijn de benoemde knelpunten inderdaad de belangrijkste?

2.         Is de RI&E uitsluitend een knelpuntenlijstje of worden de risico’s ook gewogen?

3.      Bestaat er een Plan van Aanpak?

4.      Worden in het Plan van Aanpak de problemen bij de bron aangepakt?

Ook voor het zoeken naar witte plekken in de RI&E is de aandachtspuntenlijst achterin deze brochure te gebruiken.

De Voortgangsrapportage

Bij het bespreken vande voortgangsrapportage zijn vooral de volgende punten van belang:

1. Is de RI&E nog actueel?

2. Worden de maatregelen uit het Plan van Aanpak inderdaad uitgevoerd?

3. Zijn de maatregelen uit het Plan van Aanpak effectief?

ü     Werk mee aan de RI&E. De RI&E is het hart van het Arbo-beleid, en juist in kleinere bedrijven wordt daar nog wel eens de hand mee gelicht. Het komt voor dat er geluidsmetingen worden verricht tijdens een extra lange pauze of als de lawaaiigste machines niet aanstaan. Een PVT die op de hoogte is van de belangrijkste arboproblemen van het bedrijf kan een goede bijdrage leveren aan de RI&E!

Praktijkintermezzo 3: de PVT van metaalbewerkingsbedrijf “Vulcanus”.

In het metaalbewerkingsbedrijf  “Vulcanus” is de PVT al acht jaar oud. Dat klikt raar, maar dat komt omdat er al een overlegorgaan (‘de Kern’) was voor de PVT werd uitgevonden. Het personeel spreekt nog steeds van “de Kern”. De PVT is zo samengesteld, dat alle afdelingen van het bedrijf erin vertegenwoordigd zijn.

De PVT houdt als vaste regel drie keer per jaar een overlegvergadering met de directie. Twee tot drie weken daarvoor wordt dit tijdens een pauze in de kantine bekend gemaakt. Daarbij worden ook suggesties en ideeën gevraagd. Bespreekpunten van de PVT zijn onder meer:

·          De aanschaf van nieuwe machines, met name de veiligheidsaspecten.

·          De RI&E en de Voorgangsrapportage.

·          Problemen in het bedrijf.

·          Suggesties en ideeën.

Na afloop van de overlegvergadering probeert de PVT binnen twaalf uur een beknopt verslag af te hebben. Dat verslag wordt in de kantine opgehangen en er wordt opnieuw met de collega’s over gepraat.

Soms kan het nodig zijn dat een extra overlegvergadering wordt ingelast. Het initiatief daarvoor kan uitgaan van de PVT of van de directie.

Daarnaast zorgen de PVT-leden ervoor dat zij bekend zijn in het bedrijf. Zij zijn daardoor een aanspreekpunt voor de collega’s. Het is dan mogelijk om, in geval van een incident, snel een overlegsituatie te creëren. De discussies in de kantine helpen bij het bekend maken van PVT-leden. Wat ook goed helpt, is dat de directie, zodra nieuwe mensen een eerste rondleiding door het bedirjf krijgen, de PVT-leden aan hen voorstelt.

6. De PVT in een bedrijf zonder Arbobeleid.

In het vorige hoofdstuk zijn we ervan uitgegaan dat in het bedrijf de regels rond Arbo worden nageleefd. Dus dat er een contract is met een Arbodienst, dat er een RI&E bestaat, dat Arbokwesties zonder al te veel problemen op de agenda van de overlegvergadering kunnen worden gezet etc. Dat hoort zo te zijn maar is niet overal zo. In dit hoofdstuk geven we een aantal vuistregels voor PVT’ers in die bedrijven waar nog weinig of niets aan Arbo gebeurt.

Vuistregels

ü     Het is ook in deze situatie van belang dat de PVT (of een aantal leden van de PVT) goed op de hoogte is van de belangrijkste arboknelpunten in het bedrijf. De PVT kan beginnen om een groepje te vormen met werknemers die ook aan de slag willen gaan met arbokwesties. Dat kunnen gewoon een paar collega’s zijn, die gezamenlijk iets aan de arbeidsomstandigheden willen doen. Een aandachtspuntenlijst is achterin deze brochure opgenomen.

ü     De diverse arboproblemen in het bedrijf worden daarop in volgorde van belangrijkheid gezet. Daarbij is een drietal aspecten van belang:

1.      Welk arboprobleem levert het meeste gevaar op?

2.      Welk arboprobleem “leeft” het meeste bij uw collega’s?

3.      Welk arboprobleem is waarschijnlijk het eenvoudigst oplosbaar?

ü     Het is aan te bevelen dat deze drie aspecten zichtbaar zijn in een aantal Arbo-knelpunten, die u uitkiest om verder mee aan de gang te gaan. Het moet iedereen duidelijk zijn dat er inderdaad sprake is van een onwenselijke situatie, de collega’s moeten er oog voor hebben, en het moet niet om iets gaan dat technisch zeer moeilijk veranderbaar is.

ü     Zoek een gunstig moment uit om met de Arboknelpunten bij de werkgever langs te gaan. Zoek niet de confrontatie, benadruk juist dat u wilt helpen om de problemen op te lossen. Wijs erop dat, sinds nieuwe wetgeving, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid voor het bedrijf erg duur kunnen zijn. Dat preventie vaak goedkoper is. Kom niet met een waslijst met problemen aan, en ook niet met kant en klare oplossingen. Benoem enkele van de belangrijkste problemen en bied aan mee te denken.

ü     Bied de werkgever aan om deskundigheid van buiten te vragen. De werkgever weet vaak ook niet hoe hij de dingen moet aanpakken. Via FNV Bondgenoten kunt u op diverse manieren deskundigheid krijgen. Dat kan via de vakbondsbestuurder, via de arbotelefoon, brochures, folders of via de website.

ü     Zodra er een meer of minder goede samenwerkingsrelatie met de werkgever is ontstaan wordt het wijs hem of haar op de wettelijke verplichtingen te wijzen, als het maken van een RI&E en de aansluiting bij een Arbodienst.

ü     Evenals in de situatie waarin de werkgever zich wel (volledig) aan de Arbowet houdt, is het ook hier van groot belang dat de werknemers weten wie zich met Arbokwesties bezighoudt.

Licht en tocht in garage “De Spreeuw”.

In garage “De Spreeuw” aan het Spreeuwenpark in Amsterdam Noord viel de collega’s een aantal ongemakken op. Zaken als de sterk vervuilde lucht binnen, het vaak geringe licht en de tocht. De algemene mening was dat het licht en de tocht het eerste aangepakt moesten worden. Overdag ‘s zomers was er niets aan de hand, maar als in de winter de avond wat vroeger viel werd het donkerder in de garage. De tocht werd veroorzaakt door drie grote roldeuren en veel tochtgaten bij ramen en in de muren.

Een kort onderzoekje leerde dat de TL-balken al jaren geleden waren geplaatst, en dat bovendien sinds die tijd de opstelling in de garage geheel gewijzigd was. Men was vergeten het licht mee te verplaatsen…..  De werknemers zelf hebben geïnventariseerd waar de TL-balken zouden horen te hangen in de nieuwe opstelling. Tevens hebben zij berekend hoeveel nieuwe balken en buizen nodig zouden zijn. Een kleine 200 TL-balken bleken voldoende te zijn, en de baas was snel overgehaald.

De bestrijding van de tocht bleek eigenlijk nog eenvoudiger. Tijdens een gesprek bij de koffie vroeg iemand zich af hoe vaak eigenlijk de volle breedte van de roldeur nodig was. Dat bleek om hooguit een kwart van de gevallen te gaan. Voor alle overige keren dat de hele roldeur open ging, zou een gewone deur in de roldeur genoeg zijn….. En voor die tochtgaten had de Gamma prachtige strips in huis. Ook dit probleem bleek snel en relatief goedkoop te verhelpen.

7. De voordelen van een klein bedrijf.

Wie iets wil doen aan Arbo-kwesties in een klein bedrijf loopt tegen een aantal nadelen op:

F    De wettelijke instrumenten voor werknemers zijn minder dan die in een groot bedrijf (We vertellen iets over de rechten die u wel heeft in hoofdstuk 3.6. Verder verwijzen we u naar de brochure “Toelichting op de Arbo-wetgeving”, opgenomen in de literatuurlijst achterin deze brochure.)

F    Het is vaak lastiger om een conflict met de werkgever te hebben. Je moet, met andere woorden, vaak voorzichtiger opereren.

F    De omzet in kleine bedrijven is laag. En dat maakt Arbo-maatregelen relatief duur. Het is vaak zoeken naar maatregelen die even effectief, maar wel goedkoper zijn,

F    In kleine bedrijven heerst vaak een sfeer van “snel even dit klusje afmaken, en daarna gauw even dat doen”. In de haast worden beveiligingen en persoonlijke beschermingsmiddelen vaak even vergeten.

Toch zijn er ook nogal wat voordelen en die worden vaak onderschat:

Voor het contact met collega’s:

F    Het contact houden met collega’s is vaak veel eenvoudiger. In een klein bedrijf ken je vaak iedereen bij naam. Het is mogelijk om op een informele manier, weinig in het oog lopend, te vragen wat de collega’s van arboproblemen vinden.

F    Het vormen van een werkgroepje is eenvoudiger. Je hoeft niet te wachten op ledenvergaderingen, en je hoeft niet veel aandacht te besteden aan structuren en formaliteiten.

Voor het inventariseren van risico’‘s:

F    Het zicht krijgen op Arbo-knelpunten is in grote bedrijven vaak heel lastig. In kleinere bedrijven is alles veel eenvoudiger te overzien.

Voor het contact met de werkgever.

In grotere bedrijven is de directie vaak nauwelijks zichtbaar. In kleine bedrijven is een veel informeler contact mogelijk. De baas heeft in veel gevallen vroeger zelf het handwerk nog gedaan. Er is ook geen of minder burocratie: de baas kan zelf beslissingen nemen. Daarvan kan gebruik gemaakt worden door:

F    Informele contacten te leggen op gelukkige momenten (er is net iets heel goed gegaan, als het krijgen van een grote order).

F    Een beroep te doen op de tijd dat de baas zelf nog mee werkte (“jij had toch ook altijd zo’n hekel aan ….)

F    Een beroep te doen op de kennis die de baas van zijn bedrijf en het vak heeft (“je weet toch nog wel dat Jim vorig jaar dat ongeluk kreeg?”)

F    Voorstellen te doen om te experimenteren (“laten we één of twee van die dingen kopen en kijken of het bevalt”.)

Bevestigingspunten bij de Lichtreclame.

Het electrotechnisch bedrijf “Monnik” plaatst onder meer lichtreclames. Soms hangen die dingen op de meest onmogelijke plekken, waar je niet of slecht bij kunt. En hoewel dat eigenlijk niet mag, kwam het nogal eens voor de medewerkers hoog boven het straat-niveau met losse handen op een ladder stonden, om iets vast te zetten of aan te schroeven. Dat ging jarenlang goed, en niemand maakte er een echt probleem van.

Tot het moment waarop een collega eigenlijk een derde hand nodig had, even zijn evenwicht dreigde kwijt te raken en moest kiezen tussen zijn gereedschap en zichzelf. Intuïtief koos hij voor zichzelf, greep de ladder vast en liet zijn spullen uit zijn handen vallen. Alles ging goed, maar de wandelaar die net niet geraakt werd hing dezelfde avond nog bij Monnik aan de telefoon. Nu zijn overal goede bevestigingspunten geplaatst. Maar het voorval heeft de werknemers van Monnik wel alert gemaakt op andere risico’s: het is toch te gek dat een passerende wandelaar voor je veiligheid moet zorgen…..

8. Tips:

We hebben diverse werknemers in de Metaal & Techniek gevraagd, of zij tips hadden voor collega’s die met een VGW probleem aan de slag willen. De tips waren:

ü     Mensen zijn intelligente wezens, die heel goed samen oplossingen kunnen verzinnen voor hun eigen problemen. Dus: overleg met je collega’s! Samen pratend en denkend komen er vaak prachtige oplossingen te voorschijn.

ü     De medewerking van de werkgever is essentieel. Zorg, dat je niet met hem in conflict komt, dat brengt oplossingen bepaald niet dichterbij. Wees tactisch, zoek het juiste moment, denk mee. Laat merken dat je hem tot steun kunt en wilt zijn. En: maak een eind aan het gesprek als je je kwaad voelt worden, dreig niet te snel met de Arbeidsinspectie of de vakbond. Als je dat niet waar kunt maken, verlies je je geloofwaardigheid!

ü     Als een werkgever een oplossing te duur vindt, kijk of dat misschien vanuit de gemaakte winst van het bedrijf ook wel redelijk is. Zoek dan samen met hem naar goedkopere of gefaseerde oplossingen. En spreek tegelijkertijd af hoe er gespaard gaat worden om dergelijke investeringen in de toekomst wel te kunnen doen.

ü     Zorg dat je de benodigde informatie kent. Lees de nodige brochures, zoals je die bij de bond kunt krijgen. Je hoeft zeker als “beginner” geen specialist op de diverse technische terreinen te worden, maar het is wel handig om de wet- en regelgeving in hoofdlijnen te kennen.

ü     Kwesties op het gebied van arbo zijn voor veel collega’s van groot belang. Zeker met alle publiciteit van de laatste jaren, herkennen veel werknemers deze als erg belangrijk. Het kan alleen daarom al voor PVT’s een goede zaak zijn om het arbowerk in het hart van alle werkzaamheden te plaatsen.

ü     Voor PVT-leden die zich met arbokwesties bezighouden, staan veel door de bond of door FNV Formaat georganiseerde cursussen open.

ü     Functioneer als team. Solistische acies of geharrewar tussen PVT-leden uit verschillende vakbonden verzwakken het geheel aanzienlijk!

ü     Laat je niet weerhouden om altijd duidelijke uitleg van de werkgever of Arbodienst te vragen. Zij zijn pas helder als jij en je collega’s het begrijpen! Tenslotte moeten jullie de achterban kunnen informeren en dan moet je wel weten hoe de vork in de steel zit. Vraag dus altijd door tot je het begrijpt. Of: vat samen wat je ervan begrepen hebt en vraag of dat correct is.

Bijlage 1: Literatuur

Toelichting op de Arbowetgeving.

Een brochure waarin de voornaamste onderwerpen uit de Arbowet in normaal Nederlands worden uitgelegd. (Gratis)

De boete-inspectielijst.

Sinds de nieuwe Arbowet kan de Arbeidsinspectie boetes uitdelen in bedrijven waar de Arbowet wordt overtreden. Met deze folder kunt u de opvallendste overtredingen in uw bedrijf zelf constateren en de hoogte de boete berekenen.

Ik stond erbij en ik keek ernaar.

Een brochure over ongewenst gedrag (pesten) op het werk. Wat is dat, hoe herken je het, wat zijn de gevolgen en wat is ertegen te doen. (Gratis)

Checklist agressie, intimidatie en geweld.

Een uitgebreide vragenlijst om na te gaan of in uw bedrijf pesten en agressie een probleem vormen. (Gratis)

Roetmeting dieselwagens

Een brochure over risico’s van blootstelling aan uitlaatgassen van dieselmotoren en eisen die aan een afzuigmachine gesteld moeten worden. (Gratis)

Oplosmiddelen

Een brochure voor de Metaal en Techniek, maar ook bruikbaar voor anderen. Over de gevaren van oplosmiddelen, en over wat je kunt doen als je OPS-klachten hebt. (Gratis)

Werkdruk, een aanpak in het midden- en kleinbedrijf

Een brochure waarin wordt uitgelegd wat werkdruk is, wat we eraan kunnen doen. Inclusief twee tests: één over werkdruk zelf, één over de oorzaken van werkdruk. (Gratis)

Jaarboek arbeidsomstandigheden 2000

Een co-productie van Samson, FNV Formaat en FNV Bondgenoten. Standaardwerk dat de voornaamste zaken waarmee werknemersvertegenwoordigers op Arbo-gebied te maken krijgen helder uiteenzet. (Maximaal een exemplaar per kadergroep gratis, andere bestellingen fl. 59,50 bij Samson. 0172  46 68 48)

Inzicht in de personeelsvertegenwoordiging

Het handboek voor de personeelsvertegenwoordiging uit de bekende ‘Inzicht’ reeks. Auteurs: mr. F.W.H. Vink en Th.H.A. van Leeuwen. Uitgegeven door SDU.Te bestellen in de boekhandel.

Bijlage 2: Aandachtspuntenlijst Arbeidsomstandigheden

De situatie in de diverse sectoren van de Metaal en Techniek is zo verschillend, dat een uitputtende lijst die overal voldoet niet te maken valt. Deze lijst is dan ook bedoeld als hulpmiddel om mogelijke arbo-risico’s op te sporen. Tevens kan de lijst gebruikt te worden om te zien of de RI&E van het bedrijf witte plekken vertoont. In de meeste gevallen zullen, per bedrijf, aanvullende vragen nodig zijn.

Voor een meer volledige checklist verwijzen we naar de uitgebreidere checklisten in het Jaarboek Arbeidsomstandigheden (zie literatuurlijst).

Als u niet over de deskundigheid beschikt om een vraag te beantwoorden, kunt u de hulp inroepen van de Arbo-dienst.

Algemeen Arbobeleid

Niet in orde

Actie nodig

1.

Zijn de arboregels, die in het bedrijf gelden, duidelijk en bij iedereen bekend?

2.

Houden leidinggevenden toezicht op de naleving van arboregels?

3.

Leven werknemers over het algemeen de arboregels na? Spreken zij elkaar aan op het naleven?

4.

Zijn er genoeg en afdoende persoonlijke beschermingsmiddelen en bedrijfskleding? Worden deze door de werkgever betaald?

5.

Worden persoonlijke beschermingsmiddelen en bedrijfskleding afdoende gedragen?

6.

Wordt er in het bedrijf voorlichting over arbo, met name over arborisico’s, gegeven?

7.

Wordt er een arbeidsomstandighedenspreekuur gehouden? Is dat arbeidsomstandighedenspreekuur bekend bij werknemers?

8.

Worden er, als werknemers op karwei zijn (of uitgeleend zijn) afspraken over arbozaken gemaakt met de verantwoordelijk werkgever daar?

9.

Is,  als werknemers op karwei zijn (of uitgeleend zijn) duidelijk waar zij met klachten en/of problemen heen kunnen?

10.

Is er in het bedrijf sprake van een ziekteverzuimbeleid?

11.

Bestaat er in het bedrijf een risico-inventarisatie- en evaluatie (RI&E)?

Is die inclusief Plan van Aanpak en Voortgangsrapportage?

12.

Bestaat er een contract met een Arbodienst?

13.

Bestaat er voldoende EHBO-materiaal, brandblusapparatuur en branddetectie-apparatuur? Worden deze voldoende getest of gecontroleerd?

14.

Zijn er voldoende bedrijfshulpverleners (BHV’ers) ?

Gevaarlijke stoffen

Niet in orde

Actie nodig

1.

Worden op het bedrijf gevaarlijke stoffen opgeslagen, vervoerd of gebruikt? Gebeurt dat volgens de voorschriften?

2.

Zijn er wel eens problemen bij het gebruik van gevaarlijke stoffen, of is wel eens sprake van ondeskundig gebruik?

3.

Ligt de manier van werken met gevaarlijke stoffen vast? Wordt dat gecontroleerd?

Apparaten, machines en transportmiddelen

Niet in orde

Actie nodig

1.

Bestaan er risico’s van stoten, snijden of pletten door (bewegende delen van) machines, apparaten of transportmiddelen?

2.

Zijn de machines voorzien van een (goed bereikbare) noodstop?

3.

Worden machines en apparaten tijdens onderhoud en reparaties afgesloten van elektrische spanning?

4.

Lopen werknemers risico’s door trillen en schokken van machines, apparaten of transportmiddelen?

5.

Zijn de machinebeveiligingen in goede staat en niet buiten bedrijf gesteld?

6.

Is de nulspanningsbeveiliging aanwezig en in werking?

Werkomgeving

Niet in orde

Actie nodig

1.

Bestaat er gevaar op vallen, uitglijden of struikelen door obstakels, gladde vloeren of ongelijke vloeren?

2.

Bestaan er risico’s bij transport binnen gebouwen of op het terrein? Zijn de looproutes en de transportroutes afdoende van elkaar gescheiden?

3.

Bestaan er risico’s dat (gestapelde) voorwerpen omvallen, of dat constructies instorten?

4.

Lopen werknemers risico’s te vallen vanwege het ontbreken van trappen, ladders of steigers? Zijn de gebruikte trappen, ladders of steigers deugdelijk?

5.

Is het klimaat in de werkomgeving prettig?

6.

Hebben de werknemers de beschikking over afdoende voorzieningen bij het werken in koude, tochtige, hete of vochtige omstandigheden?

7.

Worden er maatregelen genomen om schadelijke geluidsniveaus van >80 dB(A) te beperken?

8.

Kan er in de werkruimtes voldoende daglicht komen?

9.

Komt hinderlijke schittering, bijvoorbeeld op het beeldscherm, voor?

Ongewenst gedrag

Niet in orde

Actie nodig

1.

Komen agressie, (seksuele) intimidatie, discriminatie en/of pesten voor in het bedrijf?

2.

Bestaat er in het bedrijf beleid om ongewenst gedrag tegen te gaan?

Lichamelijke belasting en ergonomie

Niet in orde

Actie nodig

1.

Moeten werknemers geregeld in een ongunstige lichaamshouding werken?

2.

Moeten werknemers geregeld langdurig in dezelfde lichaamshouding werken?

3.

Zijn de machines, apparaten en de overige werkomgeving aangepast aan de werknemer?

Werkdruk en taakinhoud

Niet in orde

Actie nodig

Hebben werknemers voldoende afwisseling in het werk?

Werken werknemers geregeld onder (hoge) werkdruk?

Geeft de manier van leidinggeven vaak problemen?

Hebben werknemers geregeld problemen met een oncollegiale houding van hun collega’s?

Hebben de werknemers de gelegenheid om problemen in het werk tot op zekere hoogte zelf op te lossen?

Zijn de werknemers tevreden over de manier waarop werktijden, verlofdagen en pauzes zijn geregeld?

Overige voorzieningen

(Als er bedrijfskleding wordt gedragen:) Zijn er ruimtes waar mannen en vrouwen zich apart kunnen omkleden?

Zijn er voldoende toiletten? Worden die geregeld schoon gehouden?

Is er genoeg kantine-ruimte voor niet-rokers?

Zijn er nooduitgangen en vluchtwegen? Zijn deze vrij van obstakels?

Bijlage 3: Lijst met nuttige adressen en telefoonummers

Adressen FNV Bondgenoten

–            Hoofdkantoor

Postbus 9208, 3506 GE Utrecht (030-6638000)

www. bondgenoten.fnv.nl

–     Regio Noord

Postbus 11046, 9700 CA Groningen (050-3631000)

–     Regio Oost

Postbus 313, 4700 AH Deventer (0570-512000)

–     Regio Midden

Postbus 156, 3980 CD Bunnik (030-2637000)

–     Regio Noord-West

Postbus 9239, 1006 AE Amsterdam (020-5856000)

–     Regio West

Postbus 8696, 3009 AR Rotterdam (010-2335000)

–     Regio Zuid-West

Postbus 347, 4600 AH Bergen op Zoom (0164-264000)

–     Regio Zuid-Oost

Postbus 10250, 6000 GG Weert (0495-433000)

–            Infoservice (voor het bestellen van folders, brochures, cao’s e.d.): 0900-9690 (10 eurocent pm)_

–     OR-centrum: 030-2738739

–     arbotelefoon: 030-2738738

–            Hoofdkantoor FNV Ledenservice

Postbus 340, 3449 AH Woerden (0348-579400)

–            Ledenadministratie: 030-2738400

Andere nuttige adressen

De Arbeidsinspectie

–     Regio Noord-Nederland

Postbus 30016, 9700 RM Groningen (050-5225880)

–     Regio Oost-Nederland

Postbus 9018, 6800 DX Arnhem (026-3557111)

–     Regio Noord-West

Postbus 58366, 1040 HJ Amsterdam (020-5812612)

–     Regio Midden-Nederland

Postbus 820, 3500 AV Utrecht (030-2305600)

–     Regio Zuid-West

Postbus 9580, 3007 AN Rotterdam (010-4798300)

–     Regio Zuid-Nederland

Postbus 940, 6040 AX Roermond (0475-356666)

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

–            Publieksinformatie: 070-3334444

–     Bestellen brochures over arbeidsomstandigheden: 0800-9051

www.minszw.nl