Arbeidsomstandigheden verbeteren

0

Arbeidsomstandigheden verbeteren

in bedrijven zonder OR of PVT

Colofon

Dit is een uitgave van FNV Bondgenoten, bedrijfsgroep Metaal & Techniek

Tekst: Hans van den Hurk, publicist en adviseur

Vormgeving: FNV Bondgenoten

Utrecht, april 2000

Oplage: 2500

Inhoudsopgave

1.                      ARBO in de Metaal en Techniek – omdat je zuinig moet zijn op je lijf.

Arbo in de Metaal en Techniek. Waarom het belangrijk is dat je in het bedrijf werkt aan betere arbeidsomstandigheden

2.                      ARBO in de Metaal en Techniek – Waar gaat het om?

Arbeidsomstandigheden kunnen verdeeld worden in een aantal hoofdcategorieën. Gevaarlijke stoffen, omgevingsfactoren, veiligheid, lichamelijke belasting en werkdruk.

3.                      De Arbo-wetgeving

Een schets van de Arbo-regelgeving. Met speciale aandacht voor de RI&E, de voortgangsrapportage en de bronaanpak. Tevens behandelen we de rechten die werknemers hebben als in een bedrijf geen OR of PVT is.

4.                      Arbo in de Metaal en Techniek: een stappenplan in kort bestek.

Hoe kunnen werknemers een bijdrage leveren aan betere omstandigheden? We maken onderscheid tussen twee situaties. In de ene situatie houdt de werkgever zich wel aan de Arbo-wet. In de andere situatie houdt de werkgever zich niet aan de Arbo-wet.

5.           De voordelen van een klein bedrijf

Er wordt nogal eens gemopperd op de nadelen van kleine bedrijven. Maar werken in een klein bedrijf heeft ook voordelen! We noemen er een paar.

6.                       Tips

Deze titel spreekt voor zichzelf!

7.                      Literatuur

Voor wie verder wil lezen. Een paar titels die door FNV Bondgenoten worden aanbevolen.

8.                       Bijlagen

Bijlage 1: literatuur

Bijlage 2: aandachtspuntenlijst arbeidsomstandigheden

Bijlage 3: nuttige adressen

1. ARBO in de Metaal en Techniek – omdat je zuinig moet zijn op je lijf.

Als je jaren ergens werkt, raak je gewend aan de gang van zaken. Aan rondslingerend gereedschap. Aan afvalbakken zonder deksel waar gevaarlijke stoffen in worden weggegooid. Aan nauwe kruipruimtes waar je lang in dezelfde houding zit te werken – soms zelfs met je neus in de lijmdampen. Aan lawaai, tocht, kou. En: aan collega’s die hun gehoorbescherming, handschoenen of veiligheidsbrillen niet gebruiken.

Je kunt daar aan wennen, omdat alles jaren goed kan gaan. Vluchtige toxische stoffen, lawaai, tocht, stof, verkeerde houdingen – je merkt er op de korte termijn nauwelijks iets van. Daardoor kunnen onverschilligheid, gemakzucht, soms ook overmoed en zelfs roekeloosheid ontstaan. Zij kunnen echter ziektes veroorzaken die op kousenvoeten aan komen sluipen, maar je nooit meer verlaten. Ziektes als lawaaidoofheid, gewrichtsaandoeningen, aantasting van de hersenen.

Typische sluipmoordenaars van onze gezondheid zijn ook zaken als een slechte sfeer op het werk. Werkdruk.. Pesten en agressie niet te vergeten, door collega’s of door klanten. Zorg voor betere arbeidsomstandigheden is en blijft hard nodig. Want veilig en gezond werken gaat niet vanzelf.

In deze brochure willen we laten zien dat werknemers ook in kleine bedrijven heel goed een bijdrage kunnen leveren aan betere arbeidsomstandigheden. We willen tevens een indruk geven hoe zij dat zouden kunnen aanpakken.

Wij hebben deze brochure leesbaar willen houden, en zijn ons ervan bewust dat we niet compleet zijn. Van de Arbo-regelgeving bijvoorbeeld wordt een korte schets gegeven. Voor wie meer wil weten heeft FNV Bondgenoten meer brochures. U kunt de arbotelefoon bellen (030 27 38 738),en onze website bezoeken. (WWW. Bondgenoten.fnv.nl/arbo) En u kunt steun vragen aan de vakbondsbestuurder. Voor telefoonnummers en titels: zie achterin deze brochure.

Deze brochure is specifiek bedoeld voor werknemers in bedrijven waar geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging (PVT) is. We zullen betogen dat ook in die situatie werknemers veel kunnen doen aan de zorg voor betere arbeidsomstandigheden.

Toch hebben werknemers meer bevoegdheden als er wel een OR of PVT is. Een ondernemingsraad is verplicht als in het bedrijf 50 werknemers of meer werken. Een PVT is verplicht als in het bedrijf tussen de 10 en de 50 werknemers werken, en de meerderheid van de werknemers wil een PVT. In bedrijven waar geen OR of PVT bestaat, is de werkgever verplicht twee keer per jaar met het hele personeel te overleggen. De wet spreekt dan van een personeelsvergadering (PV).

We hebben ook brochures die bestemd zijn voor PVTs en ondernemingsraden in de Metaal en Techniek, die zich met Arbo-kwesties willen bezighouden.

2. ARBO in de Metaal en Techniek – Waar gaat het om?

Bij de zorg voor goede arbeidsomstandigheden gaat het om veel uiteenlopende zaken. We kunnen die in een paar hoofdcategorieën onderverdelen:

ü                      Gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het, bijvoorbeeld, om roetdeeltjes, accuzuur of cfk’s. Spuitbussen en uitlaatgassen in garages. Mensen die daarmee werken lopen soms grote risico’s op aantasting van de huid, de ogen of op chronische, ernstige ziektes. Zodra een dergelijke aandoening wordt vastgesteld, is het vaak al te laat. Met de inrichting van aparte, goed afgezogen ruimtes, goede apparatuur en verstandig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen kan al veel worden gedaan. Werkoverleg kan helpen om een sfeer van stoerheid of gemakzucht te overwinnen.

ü                      Omgevingsfactoren. Dit zijn zaken als licht, stof, lawaai, hitte, kou en tocht. Dit zijn sterk onderschatte sluipende gevaren. Medewerkers lopen het gevaar op aandoeningen aan gewrichten en het gehoor. Chronische en onomkeerbare kwalen. Toch valt er veel aan te doen door vaak eenvoudige middelen, als tochtdeuren, warmteafzuiging, thermisch ondergoed. Ook hier kan werkoverleg van groot belang zijn.

ü                      Veiligheid. Bij veiligheid gaat het enerzijds om de meer klassieke gevaren als knel- plet- en snijgevaar. Veroorzaakt door scherpe randen, onzorgvuldig gebruik van machines of gereedschap, struikelen en vallen. Anderzijds ook om meer sociale factoren. Agressieve of zelfs gewelddadige klanten kunnen zowel lichamelijk als geestelijk letsel opleveren. Door onoplettendheid, onzorgvuldigheid en overmoedigheid werken werknemers niet zelden zichzelf in de problemen. Uiteraard moet de werkgever zorgen voor veilige machines, gereedschap en werkruimtes.

ü                      Lichamelijke belasting. Hiervan is sprake zodra werk gedaan moet worden waarbij getild, geduwd of getrokken moet worden. Of werk waarbij werknemers langdurig moeten staan of zitten in dezelfde houding. Of, moeten.. soms ook tillen werknemers zware lasten omdat het gebruik van een heftruck even lastig is. Soms staat iemand langdurig gebukt hoewel een hefbrug aanwezig is. Lichamelijke belasting kan rugklachten of gewrichtsklachten opleveren. Voetbalknietjes of tennisellebogen ontstaan niet alleen op het sportveld! Voldoende afwisseling, hulp bij het tillen, het  juiste gebruik en de juiste instelling van apparatuur etc. kan hier al veel doen.

3. De Arbo-wetgeving

3.1. De achtergrond van de Arbo-wet

De achtergrondfilosofie van de Arbo-regelgeving in Nederland is eenvoudig en effectief. De werkgever is verplicht om een zo goed mogelijk Arbo-beleid te voeren. Hij mag echter niet in zijn eentje bedenken hoe dat moet. Over het Arbo-beleid moet hij overleg plegen met zijn werknemers. Werkgevers en werknemers moeten samenwerken om te zorgen voor zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. Tevens moet de werkgever zich laten bijstaan door een gecertificeerde Arbo-dienst.

Voor werknemers in de Metaal en Techniek is nog het volgende van belang. Indien niet gewerkt wordt in het eigen bedrijf, maar op het terrein van anderen, moeten er goede afspraken worden gemaakt over arbeidsomstandigheden voor het werk begonnen wordt. Beide werkgevers zijn daarvoor verantwoordelijk.

3.2. De Arbo-regelgeving in vogelvlucht.

In deze korte brochure kunnen we alleen maar de belangrijkste aspecten van de Arbo-regelgeving behandelen. U kunt meer informatie vinden in de naslagwerken die in de bijlage staan genoemd. We behandelen hier in het kort:

ü                      De Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E),

ü                      De Voortgangsrapportage,

ü                      De Bronaanpak,

ü                      Het overleg met werknemers als er geen OR of PVT is.

3.3 Risico-inventarisatie en -evaluatie

Het hart van de Arbo-wet wordt gevormd door de plicht van de werkgever om een risico-inventarisatie en -evaluatie op te stellen. Kortweg RI&E. Alle bedrijven moeten zo’n RI&E maken, ongeacht hun grootte. Niet alle bedrijven houden zich aan hun wettelijke plicht, vooral in kleinere bedrijven wordt er nogal eens de hand mee gelicht. Bovendien is de kwaliteit niet altijd zoals het hoort.

De RI&E hoort uit driel aspecten te bestaan:

De risico-inventarisatie.

In de risico-inventarisatie staan de Arbo-knelpunten in het bedrijf. Het gaat om situaties en omstandigheden die gevaar opleveren. Het is goed denkbaar dat eerst een vrij grove opsomming wordt gemaakt. Na deze eerste globale inventarisatie hoort een zekere eerste beoordeling plaats te vinden. Daarbij hoort de vraag beantwoord te worden of de lijst compleet is, tevens of de risico’s juist worden ingeschat. Het is in deze fase van belang om scherp toe te zien of zaken als lichamelijke belasting en werkhouding afdoende in de inventarisatie terecht komen. Om één of andere reden zien we een collega die urenlang op zijn knieën zit of boven zijn macht werkt, makkelijker over het hoofd dan een bus met onbekende chemicaliën.

 De inventarisatie kan en mag gemaakt worden door (werknemers van) het bedrijf zelf, maar ook door een Arbo-dienst.


De risico-evaluatie.

Het hoort niet maar het gebeurt wel: in nogal wat gevallen blijft de RI&E beperkt tot een knelpuntenlijstje. Maar de risico’s moeten ook gewogen worden! Daarbij gaat het om drie belangrijke facetten:

_                         Hoe vaak worden medewerkers aan een bepaalde gevaarlijke situatie blootgesteld?

_                         Hoe groot is de kans dat een gevaarlijke situatie tot ongevallen of gezondheidsschade leidt,

_                         Indien dat gebeurt, hoe ernstig zijn de gevolgen daarvan.

Om dit goed te kunnen doen, zijn diverse methodes en handleidingen voorhanden. Een aantal branches in de Metaal en Techniek hebben zogenaamde branche-modellen of voorbeeldteksten. U kunt het bedrijfsschap of de branche-organisatie (de werkgeversorganisatie) waar uw bedrijf onder valt, daarover raadplegen. U kunt natuurlijk ook FNV Bondgenoten bellen.

Het Plan van Aanpak.

De RI&E hoort naast een lijst van knelpunten en een weging van de ernst daarvan, ook een Plan van Aanpak te bevatten.  In dat Plan van Aanpak staan de maatregelen die de problemen moeten wegnemen of verminderen. Om de goede maatregelen te kunnen nemen, is het nodig dat er een juist beeld bestaat van de oorzaak van de risico’s. Het komt nog al te vaak voor, dat allerlei technische maatregelen worden genomen die de oorzaak van het probleem niet wegnemen. Bijvoorbeeld dat werknemers die geregeld verf spuiten een snuitje krijgen in plaats van oplosmiddel-vrije verf.

Verder moet in het Plan van Aanpak worden vermeld:

ü                      Welke maatregelen genomen gaan worden om de benoemde risico’s weg te nemen of te verminderen,

ü                      Op welke termijn die maatregelen worden uitgevoerd,

ü                      Wie ervoor verantwoordelijk  zijn dat de maatregelen getroffen worden.

 De RI&E moet in zijn geheel getoetst worden door een Arbo-dienst. Dat mag niet vanuit een bureaustoel: er moet werkplek-onderzoek voor worden gedaan. Minstens éénmaal per jaar moet bekeken worden of de RI&E nog actueel is. Dat is een mooi moment om er met de werkgever over te overleggen.

3.4. De voortgangsrapportage

De Voortgangsrapportage werd vroeger Arbo-jaarverslag genoemd. De Voortgangsrapportage is bedoeld om na te gaan of de maatregelen die zijn aangekondigd in het Plan van Aanpak inderdaad effectief zijn. Het gaat hierbij om vragen als:

ü                      Zijn de maatregelen inderdaad uitgevoerd?

ü                      Is het probleem verholpen of verminderd?

ü                      Worden de persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt?

ü                      Zijn de verantwoordelijkheden duidelijk?

ü                      Is de tijdsplanning realistisch?


3.5. De bronaanpak

Er zijn grofweg 5 manieren om Arbo-problemen aan te pakken. De eerste (bronbestrijding) is de beste, de tweede is de op één na beste enzovoort. We benoemen de 5 manieren en geven steeds als voorbeeld een lawaaiige machine.

1.                      Bestrijding aan de bron. Dit is: het wegnemen van de oorzaak. Bijvoorbeeld het vervangen van een lawaaiige machine door een stillere.

2.                      Afschermen van de bron. Als een stillere machine niet bestaat of te duur is, kan deze worden afgeschermd door een kast.

3.                      Aanpassen van de omgeving. Dit kan door de bron apart ergens onder te brengen. Dus bijvoorbeeld een aantal lawaaiige machines in een aparte ruimte.

4.                      Blootstelling beperken. Als de drie bovenstaande mogelijkheden niet kunnen, kan het risico worden gespreid. Bijvoorbeeld door het werken aan lawaaiige machines te verdelen over meer mensen.

5.                     Afschermen van de mens. Dit betreft de persoonlijke beschermingsmiddelen. Dit zijn zaken als veiligheidsbrillen, veiligheidsschoenen, oordopjes etc.

De Arbo-wet schrijft voor dat bij arbo-problemen eerst getracht moet worden het probleem aan de bron te bestrijden. Als dat om technische redenen niet gaat, moet getracht worden de bron af te schermen. Het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen hoort dus pas in het vizier te komen als alle betere oplossingen in die specifieke situatie niet kunnen of niet afdoende zijn! Persoonlijke beschermingsmiddelen horen dus het sluitstuk te zijn van het Arbo-beleid. En niet, zoals in de praktijk in veel bedrijven het geval is, de kern van het Arbo-beleid.

3.6. Het overleg met werknemers als er geen OR/PVT is

De verplichting om een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid te voeren ligt bij de werkgever. Maar die mag niet op eigen houtje dat beleid vaststellen en uitvoeren. Hij moet volgens de Arbo-wet overleg plegen met de “belanghebbende werknemers”.  Als in een bedrijf een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging (PVT) bestaat, wordt die geacht de “belanghebbende werknemers” te vertegenwoordigen. Als er geen OR of PVT is, kan het overleg over Arbo-zaken plaats vinden in de Personeelsvergadering. Dat is de vergadering met het hele personeel, die de werkgever twee keer per jaar moet houden in bedrijven waar geen OR of PVT bestaat. In de praktijk wordt, ten onrechte, met deze plicht nogal eens de hand gelicht. De wet benoemt dat de werkgever met hen moet overleggen over de uitvoering van het Arbo-beleid, waarbij in elk geval de RI&E aan de orde moet komen. Tevens dat er overleg moet plaatsvinden voorafgaand aan de jaarlijkse rapportage over het Plan van Aanpak. Tevens hebben belanghebbende werknemers recht op een afschrift van de RI&E en het advies van de Arbo-dienst daarover. Iedere individuele werknemer heeft overigens recht op inzage in de RI&E!

Het is ook goed denkbaar dat één of meer werknemers zich bij de directie melden als vertegenwoordiger van de werknemers op het gebied van Arbo-zaken. Hoe een dergelijke werkgroep het beste kan opereren, geven we aan in het volgende hoofdstuk. Overigens: ook in een dergelijke situatie moet de werkgever twee keer per jaar een Personeelsvergadering houden!

4. Arbo in M&T: een stappenplan in kort bestek

De formele mogelijkheden om, als werknemer, in een klein bedrijf met Arbo aan de slag te gaan zijn kleiner dan die in een groot bedrijf. Er bestaat in een klein bedrijf meestal geen ondernemingsraad. De ondernemingsraad heeft van de wetgever de meest vergaande bevoegdheden gekregen.

Toch wil dit absoluut niet zeggen dat er niets mogelijk is. Wie op een verstandige manier de formele mogelijkheden combineert met de voordelen van het werken in een klein bedrijf, kan vaak heel wat voor elkaar krijgen.

Als werknemers in een bedrijf in de metaal en techniek bij willen dragen aan de verbetering van arbeidsomstandigheden, zijn daarvoor diverse mogelijkheden. We moeten daarbij onderscheid maken tussen twee situaties:

1.           De werkgever voldoet aan de verplichtingen van de Arbo-wet. Er is een RI&E, een Plan van Aanpak, een aansluiting bij een arbo-dienst etc.

2.                      De werkgever voldoet niet aan de verplichtingen van de Arbo-wet. Dat mag niet, maar het komt wel voor.

4.1. De werkgever voldoet aan de verplichtingen van de Arbo-wet.

Werknemers die werken in een bedrijf waar de werkgever aan zijn wettelijke verplichtingen voldoet, en graag een bijdrage aan betere arbeidsomstandigheden willen leveren, kunnen het beste zo te werk gaan:

ü                      U kunt het beste beginnen om een groepje te vormen met werknemers die ook aan de slag willen gaan met Arbo-kwesties. Dat kunnen gewoon een paar collega’s zijn, die gezamenlijk iets aan de arbeidsomstandigheden willen doen.

ü                      Dit groepje zal zich in eerste instantie zelf een beeld vormen van de belangrijkste arbo-knelpunten in het bedrijf. Meestal zijn die wel bekend. Een paar gesprekken met collega’s zijn in een klein bedrijf meestal wel voldoende. Er kan echter een zekere vorm van “bedrijfsblindheid” bestaan, het is dan verstandig een checklist of aandachtspuntenlijst te hanteren. Een aandachtspuntenlijst is achterin deze brochure opgenomen.

ü                      Daarnaast is er de RI&E van het bedrijf. Die kan gecontroleerd worden op:

1.             Zijn de benoemde knelpunten inderdaad de belangrijkste

2.             Is de RI&E uitsluitend een knelpuntenlijstje of worden de risico’s ook gewogen

3.             Bestaat er een Plan van Aanpak

4.             Worden in het plan van Aanpak de problemen bij de bron aangepakt

Ook voor het zoeken naar witte plekken in de RI&E is de aandachtspuntenlijst achterin deze brochure te gebruiken.

ü                      Het is verstandig om, in contact met uw collega’s, na te gaan of zij er bezwaar tegen hebben als het groepje zich als de “belanghebbende werknemers” gaat presenteren.

ü                      De vakbondsbestuurder kan een belangrijke bron van hulp en informatie zijn. Het is verstandig hem of haar te bellen en te informeren over uw plannen. Misschien heeft de bestuurder ideeën voor dit specifieke bedrijf.

ü                      De werkgever zal benaderd moeten worden. Het kan van belang zijn te benadrukken dat u niet de confrontatie zoekt. Arbo is in het belang van iedereen, en de werkgever kan ook belang hebben bij goed contact met geïnteresseerde collega’s.

ü                      Natuurlijk moet ook met de werkgever afgesproken worden hoe hij met u gaat overleggen over het Arbo-beleid. Meer in het bijzonder zal afgesproken moeten worden hoe en wanneer u de RI&E en de voortgangsrapportage ter beschikking kan krijgen.

ü                      Bij de Voortgangsrapportage is vooral van belang::

1.             Is de RI&E nog actueel,

2.             Worden de maatregelen uit het Plan van Aanpak inderdaad uitgevoerd,

3.             Zijn de maatregelen uit het Plan van Aanpak effectief.

4.2. De werkgever voldoet niet aan de verplichtingen van de Arbo-wet.

ü                      U kunt het beste beginnen om een groepje te vormen met werknemers die ook aan de slag willen gaan met Arbo-kwesties. Dat kunnen gewoon een paar collega’s zijn, die gezamenlijk iets aan de arbeidsomstandigheden willen doen.

ü                      Dit groepje zal zich een beeld moeten vormen van de belangrijkste arbo-knelpunten in het bedrijf. Meestal zijn die wel bekend. Een paar gesprekken met collega’s zijn in een klein bedrijf meestal wel voldoende. Er kan echter een zekere vorm van “bedrijfsblindheid” bestaan, het is dan verstandig een checklist of aandachtspuntenlijst te hanteren. Een aandachtspuntenlijst is achterin deze brochure opgenomen.

ü                      De diverse Arbo-problemen worden in volgorde van belangrijkheid gezet. Daarbij is een drietal aspecten van belang:

6.             Welk Arbo-probleem levert het meeste gevaar op?

7.             Welk Arbo-probleem “leeft” het meeste bij uw collega’s?

8.             Welk Arbo-probleem is waarschijnlijk het eenvoudigst oplosbaar?

ü                      Het is aan te bevelen dat deze drie aspecten zichtbaar zijn in een aantal Arbo-knelpunten, die u uitkiest om verder mee aan de gang te gaan. Het moet iedereen duidelijk zijn dat er inderdaad sprake is van een onwenselijke situatie, de collega’s moeten er oog voor hebben, en het moet niet om iets gaan dat technisch zeer moeilijk veranderbaar is.     

ü                      Het is in dit stadium van belang, dat u zich realiseert dat een globale inventarisatie en een “weging op de hand” van de belangrijkheid van de Arbo-problemen voldoende is. U stelt nu als het ware zelf een RI&E op, en daar kunnen niet dezelfde eisen aan gesteld worden als aan een professionele.

5. De voordelen van een klein bedrijf.

Wie iets wil doen aan Arbo-kwesties in een klein bedrijf loopt tegen een aantal nadelen op:

F                     De wettelijke instrumenten voor werknemers zijn kleiner dan die in een groot bedrijf (We vertellen iets over de rechten die u wel heeft in hoofdstuk 3.6. Verder verwijzen we u naar de brochure “Toelichting op de Arbo-wetgeving”, opgenomen in de literatuurlijst achterin deze brochure.)

F                     Het is vaak lastiger om een conflict met de werkgever te hebben. Je moet, met andere woorden, vaak voorzichtiger opereren.

F                     De omzet in kleine bedrijven is laag. En dat maakt Arbo-maatregelen relatief duur. Het is vaak zoeken naar maatregelen die even effectief, maar wel goedkoper zijn,

F                     In kleine bedrijven heerst vaak een sfeer van “snel even dit klusje afmaken, en daarna gauw even dat doen”. In de haast worden beveiligingen en persoonlijke beschermingsmiddelen maar even vergeten.

Toch zijn er ook nogal wat voordelen, en die worden vaak onderschat:

Voor het contact met collega’s:

F                     Het contact houden met collega’s is vaak veel eenvoudiger. In een klein bedrijf ken je vaak iedereen bij naam. Het is mogelijk om op een informele manier, weinig in het oog lopend, te vragen wat de collega’s van arbo-problemen vinden.

F                     Het vormen van een werkgroepje is eenvoudiger. Je hoeft niet te wachten op ledenvergaderingen, en je hoeft niet veel aandacht te besteden aan structuren en formaliteiten.

Voor het inventariseren van risico’‘s:

F                     Het zicht krijgen op Arbo-knelpunten is in grote bedrijven is vaak heel lastig. In kleinere bedrijven is alles veel eenvoudiger te overzien.

Voor het contact met de werkgever.

In grotere bedrijven is de directie vaak nauwelijks zichtbaar. In kleine bedrijven is een veel informeler contact mogelijk. De baas heeft in veel gevallen vroeger zelf het handwerk nog gedaan. Er is ook geen of minder burocratie: de baas kan zelf beslissingen nemen. Daarvan kan gebruik gemaakt worden door:

F                     Informele contacten te leggen op gelukkige momenten (er is net iets heel goed gegaan, als het krijgen van een grote order).

F                     Een beroep te doen op de tijd dat de baas zelf nog mee werkte (“jij had toch ook altijd zo’n hekel aan ….)

F                     Een beroep te doen op de kennis die de baas van zijn bedrijf en het vak heeft (“je weet toch nog wel dat Jim vorig jaar dat ongeluk kreeg?”)

F                     Voorstellen te doen om te experimenteren (“laten we één of twee van die dingen kopen en kijken of het bevalt”.)

Bijlage 1: Literatuur

Toelichting op de arbowetgeving.

Een brochure waarin de voornaamste onderwerpen uit de Arbowet in normaal Nederlands worden uitgelegd. (Gratis)

Ik stond erbij en ik keek ernaar.

Een brochure over ongewenst gedrag (pesten) op het werk. Wat is dat, hoe herken je het, wat zijn de gevolgen en wat is ertegen te doen. (Gratis)

Checklist agressie, intimidatie en geweld.

Een uitgebreide vragenlijst om na te gaan of in uw bedrijf pesten en agressie een probleem vormen. (Gratis)

Roetmeting dieselwagens

Een brochure over risico’s van blootstelling aan uitlaatgassen van dieselmotoren en eisen die aan een afzuigmachine gesteld moeten worden. (Gratis)

Oplosmiddelen

Een brochure voor de Metaal en Techniek, maar ook bruikbaar voor anderen. Over de gevaren van oplosmiddelen, en over wat je kunt doen als je OPS-klachten hebt. (Gratis)

Werkdruk, een aanpak in het midden- en kleinbedrijf

Een brochure waarin wordt uitgelegd wat werkdruk is, wat we eraan kunnen doen. Inclusief twee tests: één over werkdruk zelf, één over de oorzaken van werkdruk. (Gratis)

Jaarboek arbeidsomstandigheden 2000

Een co-productie van Samson, FNV Formaat en FNV Bondgenoten. Standaardwerk dat de voornaamste zaken waarmee werknemersvertegenwoordigers op Arbo-gebied te maken krijgen helder uiteenzet. (Maximaal een exemplaar per kadergroep gratis, andere bestellingen fl. 59,50 bij Samson. 0172  46 68 48)

Bijlage 2: Aandachtspuntenlijst Arbeidsomstandigheden

De situatie in de diverse sectoren van de Metaal en Techniek is zo verschillend, dat een uitputtende lijst die overal voldoet niet te maken valt. Deze lijst is dan ook bedoeld als hulpmiddel om mogelijke arbo-risico’s op te sporen. Tevens kan de lijst gebruikt worden om te zien of de RI&E van het bedrijf witte plekken vertoont. In de meeste gevallen zullen, per bedrijf, aanvullende vragen nodig zijn.

Voor een meer volledige checklist verwijzen we naar de uitgebreidere checklisten in het Jaarboek Arbeidsomstandigheden (zie literatuurlijst).

Als u niet over de deskundigheid beschikt om een vraag te beantwoorden, kunt u de hulp inroepen van de Arbo-dienst.

U kunt per punt bekijken of het in orde is en of u het nodig vindt actie te ondernemen.

Algemeen Arbo-beleid

Niet in orde

Actie nodig

1.

Zijn de Arbo-regels, die in het bedrijf gelden, duidelijk en bij iedereen bekend?

2.

Houden leidinggevenden toezicht op de naleving van Arbo-regels?

3.

Leven werknemers over het algemeen de Arbo-regels na? Spreken zij elkaar aan op het naleven?

4.

Zijn er genoeg en afdoende persoonlijke beschermingsmiddelen en bedrijfskleding? Worden deze door de werkgever betaald?

5.

Worden persoonlijke beschermingsmiddelen en bedrijfskleding afdoende gedragen?

6.

Wordt er in het bedrijf voorlichting over Arbo, met name over Arbo-risico’s, gegeven?

7.

Wordt er een arbeidsomstandighedenspreekuur gehouden? Is dat arbeidsomstandighedenspreekuur bekend bij werknemers?

8.

Worden er, als werknemers op karwei zijn (of uitgeleend zijn, afspraken over Arbo-zaken gemaakt met de verantwoordelijk werkgever daar?

9.

Is,  als werknemers op karwei zijn (of uitgeleend zijn), duidelijk waar zij met klachten en/of problemen heen kunnen?

10.

Is er in het bedrijf sprake van een ziekteverzuimbeleid?

11.

Bestaat er in het bedrijf een risico-inventarisatie- en evaluatie (RI&E)? Is die inclusief Plan van Aanpak en Voortgangsrapportage?

12.

Bestaat er een contract met een Arbodienst?

13.

Bestaat er voldoende EHBO-materiaal, brandblusapparatuur en branddetectie-apparatuur? Worden deze voldoende getest of gecontroleerd?

14.

Zijn er voldoende bedrijfshulpverleners (BHVers) ?

Gevaarlijke stoffen

Niet in orde

Actie nodig

1.

Worden op het bedrijf gevaarlijke stoffen opgeslagen, vervoerd of gebruikt? Gebeurt dat volgens de voorschriften?

2.

Zijn er wel eens problemen bij het gebruik van gevaarlijke stoffen, of is wel eens sprake van ondeskundig gebruik?

3.

Ligt de manier van werken met gevaarlijke stoffen vast? Wordt dat gecontroleerd?

Apparaten, machines en transportmiddelen

Niet in orde

Actie nodig

1.

Bestaan er risico’s van stoten, snijden of pletten door (bewegende delen van) machines, apparaten of transportmiddelen?

2.

Zijn de machines voorzien van een (goed bereikbare) noodstop?

3.

Worden machines en apparaten tijdens onderhoud en reparaties afgesloten van elektrische spanning?

4.

Lopen werknemers risico’s door trillen en schokken van machines, apparaten of transportmiddelen?

Werkomgeving

Niet in orde

Actie nodig

1.

Bestaat er gevaar op vallen, uitglijden of struikelen door obstakels, gladde vloeren of ongelijke vloeren?

2.

Bestaan er risico’s bij transport binnen gebouwen of op het terrein? Zijn de looproutes en de transportroutes afdoende van elkaar gescheiden?

3.

Bestaan er risico’s dat (gestapelde) voorwerpen omvallen, of dat constructies instorten?

4.

Lopen werknemers risico’s te vallen vanwege het ontbreken van trappen, ladders of steigers? Zijn de gebruikte trappen, ladders of steigers deugdelijk?

5.

Is het klimaat in de werkomgeving prettig?

6.

Hebben de werknemers de beschikking over afdoende voorzieningen bij het werken in koude, tochtige, hete of vochtige omstandigheden?

7.

Worden er maatregelen genomen om schadelijke geluidsniveaus van >80 dB(A) te beperken?

8.

Kan er in de werkruimtes voldoende daglicht komen?

9.

Komt hinderlijke schittering, bijvoorbeeld op het beeldscherm, voor?

Ongewenst gedrag

Niet in orde

Actie nodig

1.

Komen agressie, (seksuele) intimidatie, discriminatie en/of pesten voor in het bedrijf?

2.

Bestaat er in het bedrijf beleid om ongewenst gedrag tegen te gaan?

Lichamelijke belasting en ergonomie

Niet in orde

Actie nodig

1.

Moeten werknemers geregeld in een ongunstige lichaamshouding werken?

2.

Moeten werknemers geregeld langdurig in dezelfde lichaamshouding werken?

3.

Zijn de machines, apparaten en de overige werkomgeving aangepast aan de werknemer?

Werkdruk en taakinhoud

Niet in orde

Actie nodig

1.

Hebben werknemers voldoende afwisseling in het werk?

2.

Werken werknemers geregeld onder (hoge) werkdruk?

3.

Geeft de manier van leidinggeven vaak problemen?

4.

Hebben werknemers geregeld problemen met een oncollegiale houding van hun collega’s?

5.

Hebben de werknemers de gelegenheid om problemen in het werk tot op zekere hoogte zelf op te lossen?

6.

Zijn de werknemers tevreden over de manier waarop werktijden, verlofdagen en pauzes zijn geregeld?

Overige voorzieningen

Niet in orde

Actie nodig

1.

(Als er bedrijfskleding wordt gedragen:) Zijn er ruimtes waar mannen en vrouwen zich apart kunnen omkleden?

2.

Zijn er voldoende toiletten? Worden die geregeld schoon gehouden?

3.

Is er genoeg kantine-ruimte voor niet-rokers?

4.

Zijn er nooduitgangen en vluchtwegen? Zijn deze vrij van obstakels?

Bijlage 3: Lijst met nuttige adressen en telefoonummers

Adressen FNV Bondgenoten

–          Hoofdkantoor

Postbus 9208, 3506 GE Utrecht (030-6638000)

www. bondgenoten.fnv.nl

–          Klantenservice (voor het bestellen van folders, brochures, cao’s e.d.): 0900-9690 (10 eurocent pm)

–             OR-centrum: 030-2738739

–          arbotelefoon: 030-2738738

–          Hoofdkantoor FNV Ledenservice

Postbus 340, 3449 AH Woerden (0348-579400)

–          Ledenadministratie: 030-2738400

Andere nuttige adressen

De Arbeidsinspectie

–          Regio Noord-Nederland

Postbus 30016, 9700 RM Groningen (050-5225880)

–          Regio Oost-Nederland

Postbus 9018, 6800 DX Arnhem (026-3557111)

–          Regio Noord-West

Postbus 58366, 1040 HJ Amsterdam (020-5812612)

–          Regio Midden-Nederland

Postbus 820, 3500 AV Utrecht (030-2305600)

–          Regio Zuid-West

Postbus 9580, 3007 AN Rotterdam (010-4798300)

–          Regio Zuid-Nederland

Postbus 940, 6040 AX Roermond (0475-356666)

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

–          Publieksinformatie: 070-3334444

–          Bestellen brochures over arbeidsomstandigheden: 0800-9051

www.minszw.nl