Arbosite FNV Bondgenoten…

0

Laatste update: 3 januari 2005

Teams die al in fase 3 zitten, laat staan in fase 4, komen vrijwel nergens voor. Recent onderzoek van de Katholieke Universiteit Nijmegen wijst uit, dat de overgrote meerderheid van de ondernemingen die al jaren met ZT’s werken niet verder is gekomen dan fase 2. Blijkbaar stagneert de teamontwikkeling bij de overgang van fase 2 naar 3. Voor sommige organisaties is dat prima. Voor andere niet. Zij willen wel verder komen,maar botsen op barrières bij de overgang van fase 2 naar 3. Een reden kan zijn dat deze overgang het nodige op sociaal vlak vergt. Teamleden moeten elkaar bijvoorbeeld aanspreken op gedrag en zelf conflicten oplossen. Deze sociale volwassenheid is lastig. Ook blijken leidinggevenden vaak niet in staat (of bereid) om teams echt een rol te geven bij het vaststellen van doelen of resultaten. Gevolg is dat een doorgroei naar volledige zelfstandigheid achterwege blijft. Er wordt wel veel zelf geregeld, maar binnen opgelegde grenzen. Denk hierbij aan werkmethoden, werkverdeling, opstellen van planning en roosters, kwaliteitscontrole, orde en veiligheid, en (eenvoudig) onderhoud.

In fraai jargon zeggen we dan dat de ‘interne regelcapaciteit’ hoog is. Maar het zelfstandig sturen op resultaten blijkt beperkt. Dan gaat het om zaken als doelen stellen, budget bepalen en bewaken, vaststellen van kwaliteitsnormen, afstemmen met externe klanten, enz.. In het jargon spreken we van geringe ‘externe regelcapaciteit’.

Terug naar ontwikkelingsfases

pijltop-3380403