Arbosite FNV Bondgenoten

0

Bent u werknemer dan kunt u als u een jaar ziek bent, in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). U bent verzekerd voor arbeidsongeschiktheid als u werknemer bent, ofwel in dienstbetrekking werkt, en als u jonger bent dan 65 jaar. Verzekerd voor de WAO zijn verder onder meer ontvangers van een WW-uitkering, onder bepaalde voorwaarden vertegenwoordigers, musici en artiesten, thuiswerkers, stagiairs (ook al krijgen zij geen beloning), zwangere werkneemsters. U valt niet onder de WAO als u als zelfstandig ondernemer werkt, of op minder dan drie dagen in dezelfde particuliere huishouding werkt. U heeft recht op WAO als u na een wachttijd van 52 weken arbeidsongeschiktheid nog voor tenminste 15 procent arbeidsongeschikt bent. Voor die wachttijd worden ziekteperioden bij elkaar opgeteld als ze elkaar binnen 4 weken opvolgen. Arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO is echter iets anders dan arbeidsongeschiktheid in de zin van de Ziektewet. Volgens de WAO bent u arbeidsongeschikt als u geheel of gedeeltelijk niet in staat bent tot werk in het algemeen. Voor de Ziektewet bent u arbeidsongeschikt als u door ziekte of ongeval niet in staat bent uw eigen werk te doen.

Hoogte van de uitkering

De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid en het loon dat u verdiende. Ook de leeftijd waarop u in de WAO komt, speelt een rol. De WAO kent twee uitkeringen: – de loondervingsuitkering; – de vervolguitkering. De loondervingsuitkering is een percentage van het dagloon (sinds 1 januari 2002 maximaal €159,99 per dag). Voor de berekening van het dagloon gaat de uitkeringsinstantie uit van het loon dat u gemiddeld per dag verdiende in het jaar voordat u arbeidsongeschikt werd. Alle ‘vaste’ onderdelen van het loon worden meegeteld. Dus ook vakantietoeslag en dergelijke. Spaarloon en pensioenpremie tellen echter niet mee. Verder wordt rekening gehouden met eventuele loonsverhogingen in het jaar voordat u ziek werd, of daarna, tot uiterlijk de eerste WAO-dag. Ook hangt de hoogte van de uitkering af van de mate waarin u arbeidsongeschikt bent. Dagloon kunt u als volgt berekenen: (maandloon x 12 + vakantietoeslag + vaste loonbestanddelen) gedeeld door 261 = dagloon.

Duur loondervingsuitkering

De duur van deze uitkering hangt af van de leeftijd waarop u een WAO-uitkering gaat ontvangen:

Leeftijd op moment dat u WAO krijgt Duur van de uitkering
t/m 32 jaar 0 jaar
33 t/m 37 jaar 0,5 jaar
38 t/m 42 jaar 1 jaar
43 t/m 47 jaar 1,5 jaar
48 t/m 52 2 jaar
53 t/m 57 jaar 3 jaar
58 jaar 6 jaar
59 jaar en ouder tot 65e jaar

Na afloop van deze uitkering krijgt u, als u nog steeds arbeidsongeschikt bent, een vervolguitkering. Bent u jonger dan 33 jaar, dan ontvangt u al meteen de vervolguitkering.

Vervolguitkering

Deze uitkering is een percentage van het vervolgdagloon (tot een bepaald maximum). U berekent het als volgt: voor elk jaar dat u op het moment dat de WAO-uitkering ingaat ouder bent dan 15 jaar, telt u 2 procent van het verschil tussen uw vroegere loon en het minimumloon op bij het minimumloon. Deze vervolguitkering kan, als u deze steeds opnieuw aanvraagt, doorlopen tot uw 65e jaar.

WAO-gat

Doordat de WAO sinds 1994 anders wordt berekend, is de WAO-uitkering lager naarmate men jonger in de WAO komt. Hoe hoger het salaris was, hoe hoger de inkomensachteruitgang. Het verschil tussen de loondervingsuitkering en de vervolguitkering heet het WAO-gat. Dit WAO-gat is groter naarmate het vroeger verdiende loon hoger is en de leeftijd van de uitkeringsgerechtigde lager. Voor veel werknemers is het WAO-gat gerepareerd. Dat kan op allerlei manieren, bijvoorbeeld via het pensioenfonds of collectief via een particuliere verzekeraar. Door deze reparatie hebben werknemers toch vaak recht op 70 procent van het laatstverdiende loon als zij arbeidsongeschikt worden. De werkgever draagt in de meeste gevallen bij in de kosten van de reparatie.

Gedeeltelijk afgekeurd?

Wordt u gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en hebt u verder geen werk, dan heeft u meestal naast een WAO-uitkering een WW-uitkering.

Blijft u werkloos dan kunt u eventueel in aanmerking komen voor de IOAW-uitkering (de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers). Voorwaarde is dat het inkomen van u en uw eventuele partner onder het sociaal minimum ligt. Deze IOAW-uitkering vormt dan een aanvulling op de WAO-uitkering die u gedeeltelijk krijgt.

bron: site FNV Bondgenoten – www.bondgenoten.nl