Arbosite FNV Bondgenoten

0

Wat is de visie van de FNV op de WAO-problematiek, een preventieve aanpak van de arbeidsomstandigheden en een actief (re)integratiebeleid? U leest het hier in 15 stappen samengevat. De kern van het arbeidsongeschiktheidsprobleem zit naar het oordeel van de FNV niet in de WAO zelf, maar in hetgeen wel en niet gebeurt op het vlak van preventie en reïntegratie. Er is geen enkele reden voor het (opnieuw) verslechteren van duur en hoogte van de WAO-uitkeringen. Hoewel het aantal WAO’ers een stijging laat zien, is er beslist geen aanleiding tot paniek. De kans om in de WAO in te stromen is de laatste jaren wel gestegen, maar nog steeds fors lager dan bijvoorbeeld elf jaar geleden. De vergrijzing en de stijging van de beroepsbevolking moeten meegewogen worden bij de beoordeling van de huidige situatie. Bovendien is er een groot verschil tussen mannen en vrouwen, zowel in de kansen op arbeidsongeschiktheid als in de kansen op reïntegratie. Het aandeel van de vrouwen in de beroepsbevolking stijgt, wat voor een deel de stijging van het aantal WAO’ers verklaart, maar vrouwen werken bovendien vaker in functies en sectoren waar door de arbeidsomstandigheden het WAO-risico groter is, zoals in de zorgsector. De FNV wil zijn verantwoordelijkheid nemen in het verbeteren van de preventie van arbeidsongeschiktheid en de reïntegratie van arbeidsgehandicapten. Door een gerichte aanpak in sectoren moet ook de problematiek van vrouwen en de WAO de juiste aandacht krijgen, met name op het vlak van de arbeidsomstandigheden.

Naast de aandacht die de FNV zelf aan de WAO-problematiek besteedt, is ook een aantal gerichte maatregelen nodig van de kant van de werkgever en andere partijen zoals de arbodiensten. Die worden hieronder in 15 stappen samengevat, maar u kunt deze ook hier downloaden als RTF-dokument..

In 15 stappen uit de WAO 1. Arbodiensten moeten in staat worden gesteld zich veel meer te richten op hun kerntaak: preventie. 2. De inhoud van arbopakketten moet via de Arbowet, het systeem van certificering en adequaat toezicht volwaardig en compleet zijn, met een gerichte analyse van de arbeidsomstandigheden. Inhoud en prijs van een arbopakket moeten transparant zijn voor de afnemer. 3. In de arbodienstverlening moet de medische aanpak minder centraal staan en vervangen worden door een multidisciplinaire aanpak. 4. De Arbeidsinspectie moet een centrale rol gaan vervullen in het toezicht op naleving van regelgeving, zowel door zelf actief in te grijpen, als in reactie op signalen van werknemers of arbodiensten. Er moet een mogelijkheid worden gecreëerd voor een functionaris van een arbodienst om een klacht tegen een in gebreke blijvende werkgever in te dienen. 5. Naast arboconvenanten zijn er wettelijke normen nodig voor bijvoorbeeld tillen en psychische belasting, de twee belangrijkste WAO-diagnoses. 6. De samenwerking tussen de arbodiensten en de uitvoerders van de sociale verzekeringen moet drastisch verbeteren. De FNV wil die samenwerking desnoods dwingend opleggen. 7. De poortwachterfunctie, het bewaken van de toegang tot de WAO, moet veel beter worden vormgegeven dan nu het geval is. Kernbegrip zou moeten zijn ‘een objectieve en onafhankelijke toetsing’. 8. De kwaliteit van de keuringen en de informatievoorziening vanuit de praktijk heeft ernstig te lijden gehad onder de doorvoering van de marktwerking tot nu toe. Beiden moeten nadrukkelijk verbeterd worden. Naast algemene landelijke informatie is ook per sector gerichte informatie nodig. 9. De verantwoordelijkheden en verplichtingen van de werkgever in de zin van ‘goed werkgeverschap’ moeten expliciet worden vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek. Daarbij moet het zowel gaan om preventieve activiteiten als om aanpassing van het werk aan eventuele beperkingen. 10. De loondoorbetalingverplichting die geldt in het eerste ziektejaar moet voor kleinere bedrijven teruggebracht worden tot de eerder geldende twee tot zes weken. Voor bedrijven van honderd werknemers of meer kan de huidige eigen risicoperiode blijven gelden. 11. De toets op het aanbieden van aangepast werk, met het oog op een eventuele ontslagvergunning, moet op onafhankelijke en objectieve wijze uitgevoerd worden. 12. Werkgevers krijgen een plicht tot reïntegratie, zowel in het eigen personeelsbestand als naar buiten de onderneming. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid moet een ‘selectief ontslagverbod’ gaan gelden. De werkgever betaalt feitelijk het loon door zolang geen aangepast werk is aangeboden, dan wel een herplaatsing bij een andere werkgever. Bij systematische nalatigheid van een werkgever moet een forse sanctie kunnen worden toegepast, bijvoorbeeld in de vorm van een verplichte donatie aan het Reintegratiefonds. 13. Tegenover deze plicht tot reïntegratie staat voor de werknemer een recht op reïntegratie. 14. De positie van de werknemer bij reintegratietrajecten moet versterkt worden. 15. De FNV zal zelf ook een veelheid aan activiteiten ontplooien om de situatie rond preventie en reïntegratie te verbeteren. Per sector zal gestreefd worden naar concrete doelstellingen, in de vorm van aantallen of percentages werkende arbeidsgehandicapten.

[Uit:brochure “In 15 stappen uit de WAO” van de FNV]