De realiteit: een aantal arbeidsongevallen beschreven

0
Case 5 ” Speciaal transportmiddel voor tapijtrollen.”

In een detailhandelsketen voor woninginrichting vinden regelmatig ongevallen plaats als gevolg van beklemming, snijden, tillen en aanrijdingen in verkeer. Desondanks beoordeelt respondent, OR-lid voor hele organisatie, veiligheid en het beleid als ‘goed’. Respondent was zelf slachtoffer van het beschreven ongeval.
Vast onderdeel in de aan- en afvoer van handelswaar is het transport van zware, tot vier meter lange tapijtrollen. De aanvoer gebeurt per vrachtwagen en wordt gelost met behulp van een electrisch aangedreven heftruck met een grote pen waar de tapijtrol op wordt gestoken. De bestuurder loopt achter dit speciale transportmiddel. Aan de voorkant van het transport loopt een collega die aanwijzingen geeft en de tapijtrol ‘stuurt’.

Het ongeval.

Een van de werknemers raakte bij het begeleiden, vasthouden en ‘sturen’ van een tapijtrol beklemd. Hierdoor raakten enkele van zijn tenen gekneusd. Het slachtoffer hoefde hiervoor niet te verzuimen, het liep nog relatief goed af. Het is ongeval is niet gemeld bij de Arbeidsinspectie.

Bijzondere omstandigheden van dit ongeval waren: Het lossen van de tapijtrollen gebeurt buiten het filiaal op een aangrenzend, klein laad- en losperron met te weinig ruimte om gemakkelijk met de tapijtrol te manoeuvreren. De rol moest op enkele momenten met de handen ‘bijgestuurd’ worden door een werknemer. Het laadperron bevindt zich op 1,10 – 1,20 m. hoogte. Een ontbrekende valbeveiliging is op advies van de arbo-dienst (via RI&E en Plan van aanpak) aangebracht; deze railing beperkt echter nog meer de manoevreerruimte. Het dragen van veiligheidsschoenen is normaal voor de mensen die dit laad/los-werk doen. Het slachtoffer van dit ongeval doet dit werk echter normaal niet, de vaste collega’s waren afwezig (krappe personele bezetting) doch het werk ‘moest toch gedaan worden’, maar dan zonder de routine van ervaren mensen erbij. Het slachtoffer beschouwt het niet dragen van wel beschikbare veiligheidsschoenen (er is een paar reserve schoenen voor algemeen gebruik) als zijn eigen fout, en ‘het was niet mijn vaste werk’. De vaste werknemers hebben geen speciale bedienings- en veiligheidsinstructie gehad voor dit taakelement waar toch substantiële gevaren aan verbonden zijn. Maar deze werknemers hebben wel de nodige routine en ervaring opgedaan. Het gaat dus vaak goed. Voor de invallende collega ligt dit anders. Hij heeft normaal niet te maken met dit apparaat, is onvoorbereid, heeft niet de routine. Veiligheidsschoenen worden niet aangedaan omdat het gevaar wordt onderschat of wel de noodzaak van gebruik niet wordt onderkend, het kost tijd om ze op te zoeken, aan te doen terwijl ze niet passen, vies zijn etcetera.

Het vergroten van het laadperron/de losplaats zou probleem-aanpak bij de bron zijn. Dit is echter naar zeggen niet mogelijk zonder zeer drastische verbouwingen van bestaande panden. Lijkt dus niet reëel, hoewel hier sprake is van één van de kern-logistieke activiteiten. Er wordt verder niets aan gedaan.

Een beeld van het arbo- en veiligheidsbeleid in deze organisatie: er is een redelijk tot goede risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en een Plan van Aanpak. De kwestie van de te kleine losplaats staat er niet in. Niet alles dat er wel in staat is of wordt verholpen. Zo is bijvoorbeeld de ventilatie van de kantooruimten pas na onderzoek en een directief van de Arbeidsinspectie verbeterd. Een veilige accu-laadruimte is er nog niet. De OR/VGWM-cie heeft geregeld overleg met de directie over het arbo-beleid. Het bedrijf verschaft geen jaarlijks overzicht van ongevallen/incidenten. De OR krijgt hier geen informatie over. De filiaalmanagers horen wel werkoverleg te houden. Maar dit is inhoudelijk niet sterk, wordt nogal eens uitgesteld onder druk van veel werk, gaat dan nog slechts summier over veiligheid en gezondheid. Dat zou beter moeten, vindt ook de OR en zijn VGWM-commissie.
Veiligheid en gezondheid lijdt onder werkdruk en krappe bezetting, getuige ook het beschreven ongeval. Er zijn ook grote problemen rond tillen, de kans op door de rug gaan en arbeidsongeschikt raken door rugklachten is groot. Instructie is de tapijtrollen (geschat een kilo of 50) met z’n tweeen in de schappen tillen. Lukt niet altijd, er is niet altijd een collega ‘bij de hand’. Het werk is zwaar, werknemers wijken ook uit naar fysiek minder zware banen. Er is groot verloop.