Antwoord staatssekretaris n.a.v. toegenomen aantal ongevallen in de industrie

0
Uw brief van 14 februari jl., nr. 0137/JW/TB/13.4 geeft mij aanleiding om wat dieper op de materie van bedrijfsongevallen en de cijfers daaromtrent in te gaan. Ik ben met u van mening dat arbeidsongevallen zoveel als mogelijk moeten worden teruggedrongen. Analyse van de oorzaken speelt daarbij een belangrijke rol. Achtereenvolgens ga ik in mijn antwoord in op de status van de cijfers van de Arbeidsinspectie, de rol van deze dienst bij de afhandeling van ongevallen in relatie tot uw vragen en de maatregelen ter versterking van de analysemogelijkheden.

Als eerste de betekenis van de ongevallencijfers van de Arbeidsinspectie zoals die in de jaarverslagen van 1997 en 1998 van deze dienst zijn gepubliceerd. De daarin opgenomen gegevens met betrekking tot ongevallen vertegenwoordigen het aantal bedrijven dat door de Arbeidsinspectie is bezocht naar aanleiding van meldingen van ongevallen. Vaak blijkt bij dergelijke bezoeken dat het niet gaat om een meldingsplichtig ongeval. Deze gegevens geven dan ook geen juist beeld van het aantal in een jaar voorgekomen ernstige ongevallen. In de hierna volgende tabel zijn de aantallen gemelde ernstige ongevallen in het betreffende kalenderjaar opgenomen die zijn onderzocht door de Arbeidsinspectie. Het gaat hierbij om ongevallen die vallen binnen de definitie van artikel 9 Arbowet, dus de ongevallen waarvoor een meldingsplicht geldt.

  1996 1997 1998 1999*
Bouw 389 472 599 623
Diensten 228 279 399 351
Handel 245 255 327 328
Industrie 625 841 981 855
Landbouw 59 75 93 81
Vervoer 128 189 222 221
Onbekend 107 85 66 36
Totaal 1781 2196 2687 2495

* Het betreft hier de voorlopige cijfers over 1999.

De tabel geeft een stijgende tendens te zien van het aantal ongevallen in de industrie van 1996 tot 1998, zij het minder dramatisch dan uit de jaarverslagen van de Arbeidsinspectie zou kunnen worden opgemaakt. Een trend die zich, blijkens de tabel, in 1999 gelukkig niet heeft voortgezet.

Ten aanzien van de betekenis van de ongevallencijfers van de Arbeidsinspectie in zijn algemeenheid wijs ik u er overigens op dat het hierbij slechts om een zeer klein deel van het aantal arbeidsongevallen in Nederland gaat. Zo laat het Letsel Informatie Systeem van de Stichting Consument en Veiligheid zien dat bijvoorbeeld in 1998 het aantal slachtoffers van de arbeidsongevallen dat behandeld is op spoedeisende hulpafdelingen van ziekenhuizen circa 120.000 bedroeg. Dit betekent dat het aantal onderzochte ongevallen door de Arbeidsinspectie ten hoogste 2,2% van het aantal ongevallen beslaat, dat heeft geleid tot poliklinische hulp in een ziekenhuis.

Bovendien hangt het aantal onderzochte ongevallen in hoge mate af van de meldingsdiscipline van werkgevers. Ongevallen met dodelijke slachtoffers bereiken de Arbeidsinspectie vrijwel altijd. Ten aanzien van de overige ernstige ongevallen bestaat die zekerheid niet.

Dan nu uw vraag over de mogelijke oorzaken van ongevallen. Zoals u wellicht weet, werd de toedracht van ongevallen door de Arbeidsinspectie voor de inwerkingtreding van de Arbowet 1998 per 1 november 1999 vastgelegd in processen-verbaal en ongevalsrapporten. Sinds die datum gebeurt dit in ongevallenboeterapporten en ongevalsrapporten en incidenteel in processen-verbaal. Deze laatste vorm van vastleggen vindt alleen nog plaats indien een vermoeden van misdrijf aan een ongeval ten grondslag heeft gelegen. Het ongevalsonderzoek van de Arbeidsinspectie richt zich, gelet op zijn wettelijke taak, op het eventuele directe causale verband tussen een ongeval en een beboetbaar of strafbaar feit, en niet zozeer op de achterliggende tendensen van algemeen maatschappelijke/economische aard. Het doorspitten en analyseren van al de processen-verbaal en ongevalsrapporten van de afgelopen jaren zou een onverantwoorde claim op de capaciteit van de Arbeidsinspectie leggen. Dit laat uiteraard onverlet dat de Arbeidsinspectie respectievelijk het ministerie zich wel ten doel stelt een zinvolle indruk te krijgen van genoemde algemeen maatschappelijk/economische tendensen.

Er heeft overigens wel een analyse plaatsgevonden van de ongevallen waarbij sprake was van dodelijke slachtoffers. In de analyse van dit soort ongevallen is onder andere gekeken naar directe en basisoorzaken. De meest voorkomende directe doodsoorzaken zijn “beklemd raken”, “geraakt worden door” en “ongelijkvloerse val”. Basisoorzaken zijn onder te verdelen in persoonsgebonden en werkgebonden factoren. Bij veel dodelijke ongevallen spelen de persoonsgebonden factoren “gebrek aan kennis” en “gebrek aan vaardigheid” een belangrijke rol. Bij de werkgebonden factoren zijn dit vooral “een onjuiste werkmethode”, “onvoldoende leiding en toezicht” en “verkeerd gebruik of misbruik”.

Voorts kan ik u mededelen dat in maart van dit jaar een opleiding voor inspecteurs start om niet alleen achterliggende oorzaken te kunnen achterhalen maar deze tevens te registreren. Het zal dan in de toekomst mogelijk zijn hierop meer trendmatige analyses los te laten. Deze analyses zullen echter voor een groot deel beperkt zijn tot de oorzaken in het bedrijf zelf. Het doen van algemeen geldende uitspraken over achterliggende oorzaken op branche- of bedrijfstakniveau is, mede gelet op het relatief geringe aantal ernstige ongevallen, statistisch niet verantwoord.

Ten behoeve van een beter inzicht in de ontwikkeling van arbeidsongevallen is een module over arbeidsongevallen opgenomen in de Enquête Beroepsbevolking (EBB) van het CBS. De eerste resultaten worden in 2001 verwacht.

Het is op dit moment dus niet mogelijk om de in uw brief genoemde hypothesen te toetsen aan de ongevalsonderzoeken van de Arbeidsinspectie. Overigens acht ik een tijdelijke toename van het aantal arbeidsongevallen ten dele verklaarbaar door de explosieve groei van het arbeidsvolume in de afgelopen jaren. Ook sluit ik niet uit dat werkdruk en inzet van tijdelijke krachten een bijdrage aan deze toename hebben geleverd.

Uw veronderstelling dat toename van de ongevallen in de industrie tot 1999 toegeschreven zou kunnen worden aan de verruimde aandacht van de Arbeidsinspectie voor de bouw, zou ik willen relativeren. Ongevallen hebben vele oorzaken, en het zijn in de eerste plaats werkgever en werknemers die, met steun van de arbodienst, risicovolle situaties in hun bedrijf kunnen aanpakken en daardoor ongevallen weten te beperken.
Met de opbouw van informatie over arbeidsongevallen, zoals dat thans geschiedt via het Letsel Informatie Systeem en de Enquête Beroepsbevolking, neemt de mogelijkheid toe om risicogroepen te identificeren en naar overeenkomsten in de achtergronden van de arbeidsongevallen te zoeken. Kennis hierover draagt bij aan het verbeteren van het inzicht in de oorzaken van arbeidsongevallen en aangrijpingspunten voor de preventie ervan.

Een afschrift van deze brief heb ik op verzoek daartoe aan de Voorzitter van de Vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer gezonden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,

J.F. Hoogervorst