RSI achter de schermen, een andere houding van werk- en wetgever

0

Rapport en voorstellen zoals uitgebracht door de Socialistiese Partij op donderdag 6 juli 2000

Publikatie van dit rapport op de VGWM-site betekent niet dat FNV Bondgenoten het op alle onderdelen met analyse en voorstellen eens is. Wel biedt het rapport zeer zinvolle aanknopingspunten voor en bijdragen aan de maatschappelijke diskussie over RSI in Nederland.

Inleiding

Volgens het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een miljoen Nederlanders last van RSI-klachten. En ruim tweeëneenhalf miljoen mensen lopen risico op RSI. Vandaar dat het ministerie en het onderzoeksinstituut TNO Arbeid RSI het op werkdruk na grootste arbo-probleem van de toekomst noemen. Maar wat is RSI, wat zijn de oorzaken en -vooral – wat kun je eraan doen?

Daarover gaat dit rapport, toegespitst op RSI bij beeldschermwerkers. Niet omdat RSI alleen bij beeldschermwerkers voorkomt – RSI komt bij sommige beroepen relatief zelfs nog meer voor – maar omdat de groep beeldschermwerkers kwantitatief de grootste risicogroep is en omdat er al relatief veel onderzoek naar is gedaan.

Behalve de werkplek en de werkhouding van de werknemer blijkt ook de organisatie van het werk een risicofactor voor RSI. Een lange werkduur en een hoge werkdruk, leidend tot minder pauzes, verhogen de kans op RSI aanzienlijk. Om dit risico te beperken moet niet alleen de werknemer op zijn houding letten, maar is volgens de SP ook een andere werkhouding nodig van werkgever, omdat deze erop zal moeten toezien dat de nodige pauzes wel genoten kunnen en zelfs móeten worden. En zelfs een andere houding van de wetgever is nodig, omdat effectieve controle door de Arbeidsinspectie op het pauze- en werktijdenbeleid ter voorkoming van RSI een wijziging van de wettelijke regels nodig maakt. De SP doet hiervoor in dit rapport een voorstel.

Het NIPO heeft in opdracht van de SP reeds de mening van de Nederlandse werknemers over het voorstel gepolst en we mogen gelukkig vaststellen dat een meerderheid voorstander is van de door ons voorgestelde wijziging in de regelgeving. (Zie bijlage)

We willen geenszins pretenderen dat ons voorstel zaligmakend is, dit voorstel is slechts een kleine stap aan het begin van een proces. Het voorkómen van RSI heeft waarschijnlijk veeleer een mentaliteitsverandering nodig, maar we hopen met ons voorstel daaraan een bijdrage te leveren. Een mentaliteitsverandering van de werknemer moet ondersteund worden doordat een verantwoorde manier van werken ook controleerbaar is en een mentaliteitsverandering bij de werkgever moet wellicht soms afgedwongen worden.

Daarnaast beperkt ons voorstel zich tot beeldschermwerkers, terwijl er beroepsgroepen zijn met een nog hoger RSI-risico en beduidend minder aandacht. Voor al die beroepsgroepen zullen ook nadere maatregelen genomen moeten worden. We kunnen wellicht leren van de maatregelen voor beeldschermwerkers die reeds genomen zijn en die nog genomen moeten worden. Wij zullen in elk geval niet ophouden met hierover na te blijven denken.

Juni 2000

Jan de Wit, lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal voor de fractie van de SP
Tuur Elzinga, medewerker Tweede-Kamerfractie SP

RSI

Repetitive Strain Injury (RSI) is een verzamelnaam voor (pijn)klachten in hand, pols, arm, nek of schouders, die het gevolg zijn repeterende bewegingen vanuit dezelfde (statische) houding. De muisarm is de bekendste vorm van RSI en in de volksmond synoniem. Dit is echter niet juist, want bij RSI is er in veel gevallen sprake van klachten aan de schouder of nek, in plaats van aan de arm. De benaming muisarm is eigenlijk ook niet juist, omdat bij beeldschermwerkers die niet met een muis werken net zo vaak RSI voorkomt als bij computergebruikers die wel een muis hanteren. RSI komt daarnaast ook bij andere beroepsgroepen voor, zoals bij kappers, kleermakers, loodgieters, lassers en musici om er een paar te noemen.

De medische wetenschap is wat betreft RSI nog niet heel ver gevorderd. Men weet inmiddels dat de aandoening veel te maken heeft met spierspanning en de doorbloeding van de spieren. Het syndroom treft behalve spieren ook pezen, zenuwen en kapsels. In sommige gevallen kan er een bursitis, tendinitis, carpaaltunnelsyndroom, frozen shoulder syndroom of nog een andere aandoening gediagnosticeerd worden, maar vaak ook is het beeld heel diffuus en is medische diagnose moeilijk. Een diagnose RSI is ook nog lang niet altijd onomstreden. Er zijn tot dusverre in Nederland nog maar weinig specialisten die zich bezig houden met wetenschappelijk onderzoek naar de medische oorzaken van RSI of naar herstel van RSI. Vanwege deze relatieve onbekendheid wagen veel artsen zich (nog) niet aan een diagnose RSI.

Over het algemeen is er wel een duidelijke overeenkomst in symptomen en het verloop. Meestal begint RSI met een tintelend, zwaar of vervelend vermoeid gevoel in hand, pols, arm, nek of schouder. Na het werk of in een pauze gaat dit weer over. Dit kan vervolgens erger worden en overgaan in een tintelende, brandende, stekende of juist doffe pijn die ook na het werk niet meer wegtrekt. Uiteindelijk kan de kracht in hand en arm afnemen en kan er zelfs functievermindering optreden. De klachten zijn in de eerste fase nog vrij eenvoudig te negeren, zodat nog wel kan worden doorgewerkt, maar toch moet meteen aandacht aan de klachten worden geschonken, want in fase 1 is RSI nog vrij goed te bestrijden. Genezen is relatief gemakkelijk en erger kan vrij eenvoudig worden voorkomen. In de volgende fasen is bestrijding van de klachten veel moeilijker. Het verloop tussen de eerste en de derde (meest ernstige) fase kan heel snel gaan. Eenmaal beland in fase 3 is het werk vrijwel onmogelijk geworden. Hoe langer de klachten aanhouden, hoe lastiger het wordt om er weer vanaf te komen.

De gevolgen

Zoals gezegd bestaat er een tamelijk groot verschil tussen de ernst van de klachten bij beginnende en gevorderde RSI. Van wat vermoeide of pijnlijke spieren kunnen de klachten oplopen tot een niveau waarbij het onmogelijk is om een jampot open te draaien, af te wassen of soms zelfs een kopje vast te houden. Hetzelfde werk blijven doen is nagenoeg onmogelijk, terwijl het maar de vraag is of er werk is wat wel vol te houden is. Een bijkomende complicatie is dat door de ingewikkelde diagnose RSI lang niet altijd wordt (h)erkend door een keuringsarts en er daarom geen WAO-uitkering wordt verstrekt. Omdat een gebrek aan inkomen stress oplevert en omdat stress een factor is die RSI bevordert en herstel bemoeilijkt, vertraagt hierdoor het herstel. De geringe mogelijkheid om te werken, of zelfs het huis een beetje op orde te houden of sociale contacten te onderhouden vergroot ook de stress. Uiteindelijk kan iemand met RSI door de combinatie van chronische pijnklachten en de sombere herstelprognose in een (sociaal) isolement of zelfs een depressie geraken.

De belangrijkste oorzaken

Met name een toenemend computergebruik en hoge werkdruk hebben een snel stijgend aantal RSI-patiënten tot gevolg. RSI-klachten zijn niet altijd (geheel) op het conto van het werk te schrijven, maar volgens TNO Arbeid heeft onderzoek wel uitgewezen dat 26,7 procent van het kantoorpersoneel in Nederland arbeidsgebonden RSI-klachten heeft. Het meest recente onderzoek van TNO Arbeid laat zien dat langdurige of regelmatig terugkerende RSI-klachten (de meer ernstige dus) bij 20 procent van de werknemers (= 1,2 miljoen personen) voor komt en zelfs bij 31 procent van secretaresses en typisten.

Niet alleen bij beeldschermwerkers komt RSI voor. Ook bij bijvoorbeeld naaisters, kappers of lopende-bandwerkers. De overeenkomst is dat vanuit een langdurige, statische (slechte) werkhouding repeterende, veelal kleine, bewegingen worden gemaakt. De aard van de bewegingen geeft de spieren doorgaans in absolute zin geen grote inspanningen te verduren, maar staat ze ook niet toe zich te ontspannen. Het resultaat is een bijna permanente lage spierspanning, waardoor ontspannen steeds moeilijker wordt. De aandacht voor RSI gaat echter voor het grootste deel uit naar beeldschermwerkers, omdat dit in absolute zin verreweg de grootste en bovendien groeiende risicogroep is. Het aantal werknemers dat regelmatig achter een beeldscherm zit is, blijkens de arbo-balans 1999, tussen 1996 tot 1998 gestegen van 38 procent tot 43 procent. Al met al is computergebruik een risicofactor van betekenis. Uit NIPO-onderzoek, in opdracht van de SP gedaan, blijkt dat iemand die meer dan 20 uur per week achter de computer werkt een drie maal hogere kans op RSI-klachten heeft dan iemand die niet of nauwelijks met een computer werkt.

De belangrijkste risicofactoren bij het ontstaan van RSI zijn: een lange werkduur, een hoge werkdruk, een slechte werkplek, werkhouding (zowel de fysieke als de mentale: perfectionistische harde werkers hebben meer kans op RSI) en werksfeer. Dus niet alleen de werkplek, maar ook de organisatie van het werk heeft een grote invloed op het RSI-risico. Het zijn met name deze factoren die leiden tot een verhoogde (structurele, statische) spierspanning die uiteindelijk weer leidt tot RSI. Statistisch is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek het oorzakelijk verband met de lichamelijke werkbelasting het meest duidelijk. Specifieker: langdurig met het bovenlichaam in dezelfde houding werken vergroot de kans op RSI met een factor 2,5. De factor werkdruk zou vooral in een grotere RSI-kans worden vertaald doordat er vaker pauzes worden overgeslagen. Werkdruk zelf is zeer complex en moeilijk te bestrijden, maar het overslaan van pauzes is natuurlijk wel heel concreet en kan wel worden tegengegaan.

Wat valt er aan RSI te doen

Preventief is er een heleboel aan RSI te doen. Een goede ergonomisch verantwoorde werkplek is natuurlijk een eerste vereiste, maar daarop moet ook met een goede houding gewerkt worden. Voorlichting daarover is dus een tweede must. Werkdruk, bijvoorbeeld als gevolg van een naderende deadline, is minder eenvoudig aan te pakken. Een van de gevolgen van werkdruk, het non-stop doorwerken achter de computer, kan wel worden bestreden, namelijk met afwisseling van het werk en met pauzes. Ook de werkduur kan natuurlijk worden beïnvloed.

De internetsite van het ministerie van SZW waarschuwt dat wanneer afwisseling van de werkzaamheden niet mogelijk is na één uur beeldschermwerk ten minste tien minuten pauze moet worden genomen, zodat de spieren weer de kans krijgen om even te ontspannen. Het maximum aan beeldschermwerk per dag mag niet meer dan vijf tot zes uur zijn. Uit het meest recente onderzoek van TNO Arbeid blijkt dat er bij de onderzochte vrouwen een duidelijk verband betstaat tussen het meer dan vier uur per dag beeldschermwerk verrichten en het hebben van RSI-klachten. Verder is het goed tussen het beeldschermwerk door zogenaamde micropauzes in te lassen. In hele korte pauzes kunnen de spieren niet echt ontspannen, maar kan het patroon van permanente belasting toch doorbroken worden. Het effect kan verbeterd worden door het doen van een paar korte oefeningen om de bloedsomloop in de spieren te stimuleren.

Wanneer er eenmaal sprake is van RSI, dan is het belangrijk dat er zo spoedig mogelijk wordt gehandeld. In het begin is RSI nog vrij goed te behandelen. Een snelle bewustwording van verantwoord werken kan samen met therapeutisch begeleiding het schip nog keren. Er zijn vele therapieën die bij de bestrijding van RSI worden aangewend, waarvan niet van iedere even duidelijk is wat de genezende werking is. Met name fysiotherapie en houdingstherapieën zijn de meest gangbare therapieën.

Bij een verder gevorderde RSI gaat herstel echter zeer moeizaam. Een multidisciplinaire aanpak, waaronder werkhervatting op zeer voorzichtige therapeutische basis, kan dan nog wel verlichting bieden, maar dit leidt lang niet altijd tot volledig herstel. Veelal lukt het wel om vanuit een derde-fase RSI weer terug te komen in de tweede fase met een enigszins draagbaar pijnniveau, maar helemaal verdwijnen doen de klachten dan nog maar zelden. Kortom, de behandeling wordt gedurende het verloop steeds moeilijker. Het is dus zaak om in zo’n vroeg mogelijk stadium in te grijpen. En voorkomen is beter dan genezen!

Wettelijke bescherming

Er bestaan arbo-normen voor de ergonomisch verantwoorde inrichting van de werkplek en de arbeidsinspectie kan dit ook controleren. Een juiste werkhouding en werksfeer zijn helaas nauwelijks controleerbaar. In het arbeidsomstandighedenbesluit staan weer wel wettelijke bepalingen omtrent beeldschermwerktijden en pauzes. Per dag mag er maximaal 5 á 6 uur beeldschermwerk worden gedaan en maximaal 2 uur aan één stuk. Als het werk niet na maximaal 2 uur kan worden afgewisseld met andere werkzaamheden, dan moet er een pauze van tenminste 10 minuten worden ingelast en die pauze telt dan ook mee als werktijd. Deze bepalingen worden echter over het algemeen niet nageleefd – zeker niet als de baas een deadline voor het werk heeft gesteld – en zijn door de arbeidsinspectie ook nauwelijks te controleren. Een enquête van FNV-Bondgenoten wees uit dat bijna de helft van de respondenten meer dan zes uur beeldschermwerk per dag deed en meer dan de helft regelmatig een pauze oversloeg. Op twee van de belangrijkste RSI-risico’s, namelijk de werkduur en de werkdruk, is dus wel een arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing, maar de naleving daarvan kan nauwelijks worden afgedwongen. Daar zit dus een duidelijk manco.

Momenteel wordt er ook in een aantal branches gewerkt aan zogenaamde arbo-convenanten. Een aantal heeft ook specifiek betrekking op RSI. Het aantal personen dat met deze convenanten wordt gedekt is echter niet meer dan 164.000. Niet niks, maar vergeleken met een risicopopulatie van 2,5 miljoen werknemers helaas onvoldoende. Het werken met convenanten zorgt automatisch dat iedereen die buiten het bereik van het convenant valt ook niet de bescherming geniet. Bovendien is het de vraag hoever die bescherming gaat. Andere convenanten hebben al laten zien dat normen die uit het oogpunt van gezondheid en veiligheid van werknemers gehanteerd zouden moeten worden verruimd zijn om aan de werkgeversbelangen tegemoet te komen. Convenanten zijn immers per definitie afspraken tussen werknemers en werkgevers. Daarom pleit de SP voor wettelijke maatregelen, in plaats van de preventie van RSI uitsluitend over te laten aan de goede wil van de partijen in een sector.

Een nieuw Beeldschermtijdenbesluit Als hulpje bij de controle van de gewerkte uren achter de computer heeft FNV-Bondgenoten – vergelijkbaar met de tachograaf voor chauffeurs die moet waken over het naleven van het Rijtijdenbesluit – een beeldschermtachograaf ontwikkeld. De FNV beeldschermtachograaf kan effectief de beeldschermwerktijd beperken en in ieder geval registreren. Theoretisch maakt dit controle op de naleving van het arbeidsomstandighedenbesluit op dit punt mogelijk.

Echter, deze tachograaf is niet verplicht en wordt door de Arbeidsinspectie niet als handhavingsinstrument erkend. Een registratie van de beeldschermwerktijden is niet verplicht, waardoor controle door de Arbeidsinspectie nagenoeg onmogelijk is.

De SP stelt daarom voor om tot een nieuw beeldschermtijdenbesluit te komen, waarin voor werkgevers een verplichting wordt opgenomen om het aantal uren bij te houden dat hun werknemers achter hun computer doorbrengen. Dit maakt de broodnodige handhaving ook daadwerkelijk mogelijk en zelfs tamelijk eenvoudig. Deze registratie kan met behulp van de FNV beeldschermtachograaf plaatsvinden, maar ook met andere middelen. De kern is dát deze registratie gaat plaatsvinden. De uitwerking van dit voorstel kan op meerdere manieren plaatsvinden: het zou kunnen via een wetswijziging, maar het meest eenvoudig is waarschijnlijk een aanpassing van het arbeidsomstandighedenbesluit.

Concreet stelt de SP dus voor om in het arbeidsomstandighedenbesluit een verplichte beeldschermurenregistratie op te nemen, zodat de bepalingen over de maximale beeldschermwerktijden niet meer slechts een feitelijk dode letter zijn.

Verder wil de SP pleiten voor een aanscherping van de huidige normen. Als onderzoek aantoont dat na ieder uur een pauze van tien minuten dringend is gewenst, zoals onder andere staat te lezen op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en zelfs in de toelichting op het arbeidsomstandighedenbesluit is dit het uitgangspunt, dan moet dit ook de norm zijn in het arbeidsomstandighedenbesluit zelf. En niet tien minuten pauze na twee uur beeldschermwerk. Twee uur non-stop beeldschermwerk is onverantwoord lang en twee keer vijf minuten pauze per twee uur is onvoldoende garantie dat de spieren echt kunnen ontspannen. Wederom staat ook in de toelichting op het arbeidsomstandighedenbesluit te lezen dat een pauze minimaal tien minuten moet duren.

Tevens moet het mogelijk worden om voor bepaalde gevallen nog andere normen te stellen. In geval van reïntegratie na RSI is bijvoorbeeld een uur achter elkaar doorwerken al te lang. In andere bijzondere gevallen is misschien 6 uur per dag nog te veel. Dan moet het mogelijk zijn dat op de situatie aangepaste normen gehandhaafd kunnen worden.

Het NIPO-onderzoek

In opdracht van de SP heeft het NIPO de houding van de Nederlandse werknemer ten aanzien van de FNV beeldschermtachograaf en ten aanzien van het SP-voorstel onderzocht. Zowel de beeldschermtachograaf als instrument, als het voorstel tot een verplichte registratie van de beeldschermuren krijgen een opvallend grote steun. Zo’n 70% van de werknemers vindt de beeldschermtachograaf een goed idee en zo’n 60% vindt dat een wettelijk verplichte registratie er moet komen. Slechts een kwart is het daar niet mee eens.

Naarmate men meer uren achter een beeldscherm zit, blijkt men er een duidelijker mening over de FNV beeldschermtachograaf en het SP-voorstel op na te houden. De steun voor beide neemt aanvankelijk toe naarmate er langer op de computer wordt gewerkt, maar op een bepaald moment vindt er een omslag plaats. Frappant is dat bij de groep die het meest achter de computer zit – dus de groep die in feite het meeste baat zou hebben bij de tachograaf en urenregistratie – het voorstel de minste steun blijkt te vinden, hoewel ook hier nog steeds een meerderheid het voorstel steunt. Men schijnt hier in een grote minderheid te (willen) denken dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. Echter, onder de meest frequente computergebruikers is ook het aantal mensen dat zelf kampt met RSI-klachten of mensen kent die last hebben van RSI het grootst. En bij werknemers met RSI-klachten is de steun voor een wettelijk verplichte registratie wel weer merkbaar groter. Zeventig procent van de zogenaamde ervaringsdeskundigen, de groep mensen die weet dat je RSI zeer serieus moet nemen, steunt ons voorstel.

Opvallend is dat de FNV beeldschermtachograaf onder de aanhang van bijna alle politieke partijen ongeveer gelijk scoort, terwijl het SP-voorstel om tot een wettelijke registratie te komen een duidelijk grotere steun krijgt van de linkse kiezer dan van de rechtse kiezer. De achterbannen van VVD, CDA en klein christelijk steunen voor 50 tot 55 procent het voorstel, die van D66 voor bijna 60 procent en de aanhang van PvdA, GroenLinks en SP respectievelijk 67, 68 en 69 procent.

Hoe nu verder

De SP zal zich de komende periode gaan inzetten om het voorstel een wettelijke status te geven. In eerste instantie zal aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gevraagd worden om te kijken of een aanpassing van het arbeidsomstandighedenbesluit in bovengenoemde zin mogelijk is. Mocht een reactie van de staatssecretaris uitblijven, dan zullen we aandringen op een uitspraak van de Kamer op dit punt.

Een voordeel van een verplichte registratie is bovendien dat er nog meer kennis over RSI en beeldschermwerk kan worden ontwikkeld. Dit is van groot belang om de normen voor specifieke gevallen en speciale situaties nog adequater te kunnen stellen. De SP wil er dan ook voor pleiten dat de statistische informatie die dankzij de verplichte registratie verzameld kan worden, ook wordt benut om tot verdere verbetering van RSI-preventiemaatregelen te komen.

Daarnaast is er ook meer medische kennis van RSI nodig. Er moet meer onderzoek gedaan worden naar de medische oorzaken van het syndroom en ook naar de beste manieren om tot herstel te komen. We kunnen niet berusten in de huidige hoge aantallen RSI-patiënten. De SP wil daarom ook de regering oproepen om ruimhartig RSI-onderzoek te financieren.

Zodra er wetenschappelijk meer bekend is over reïntegratie van RSI moet dit ook leiden tot een keurmerk voor RSI-reïntegratie, want er moet momenteel gevreesd worden dat lang niet alle herstel- en reïntegratieprogramma’s die voor RSI-patiënten worden aangeboden ook in het belang van (het herstel van) die groep zijn. Op een zich snel ontwikkelende commerciële reïntegratiemarkt – waar de werkgevers voor de reïntegratie betalen – is de kans groot dat een snelle reïntegratie voorrang krijgt boven een goed en zo permanent mogelijk herstel. Nu al zie je regelmatig advertenties voor reïntegratie van RSI-patiënten die wonderbaarlijk snel zou kunnen plaats vinden. Het is mooi als het mogelijk is, maar de wetenschappelijke scepsis is groot.

Verder is het van groot belang om ook bij alle overige beroepsgroepen waarvan een risicoinventarisatie uitwijst dat er een hoog RSI-risico bestaat, onderzoek te doen naar wat nog een aanvaardbare en verantwoorde belasting is. De ervaring die wordt opgedaan bij het wettelijk vastleggen van de normen voor beeldschermwerk en de handhaving daarvan kan worden gebruikt om ook bij deze beroepsgroepen heldere wettelijke richtlijnen op te stellen.
Er zou in ieder geval gedacht moeten worden over het normeren en effectief handhaven van de werktijd achter de kassa en de lopende band en de effectieve kniptijd van kappers en kleermakers om maar enkele voorbeelden te noemen.

RSI is, zoals gezegd, het op een na grootste arbo-risico van de toekomst en is daarmee te belangrijk om niet uitgebreid bij stil te staan. RSI komt te vaak voor, het moet voorkómen worden. Om te beginnen moet RSI achter de schermen vandaan!

Conclusies en aanbevelingen

Er moet in het arbeidsomstandighedenbesluit een verplichting voor werkgevers worden opgenomen om de gewerkte beeldschermtijd van de werknemers te registreren, zodat een effectieve handhaving door de Arbeidsinspectie van de wettelijke normen voor beeldschermwerktijden mogelijk wordt.

De huidige normen voor beeldschermwerk moeten worden aangepast aan wat volgens de huidige stand van de ergonomische wetenschap verantwoord en gezond mogelijk is. In ieder geval moet artikel 5.10 van het arbeidsomstandighedenbesluit worden aangepast aan de toelichting op dat besluit in die zin dat er nog maximaal één uur onafgebroken beeldschermwerk mag worden verricht. Daarna dient het werk afgewisseld te worden of onderbroken door een pauze van ten minste tien minuten.

Verder onderzoek naar de medische oorzaak en het herstel van RSI is nodig en moet gestimuleerd en gefinancierd worden.

Op basis van verder onderzoek moet er een richtlijn en mogelijk een keurmerk komen voor RSI herstel- en reïntegratieprogramma’s en therapieën.

Voor andere beroepsgroepen met verhoogd RSI-risico moeten er zo spoedig mogelijk ook wettelijke belastings- en arbeidsduurnormen en handhavingsprocedures worden afgesproken.

Zie ook de internetsite van de SP