PERSBERICHT: RSI

0

GEZONDHEIDSRAAD – PERSBERICHT 27 NOVEMBER 2000

RSI verdient meer aandacht

Vooral in de beroepsbevolking geeft het klachtensyndroom RSI veel problemen. Vaak betekent het een forse aanslag op iemands kwaliteit van leven, soms zelfs de onmogelijkheid om nog aan het arbeidsproces deel te nemen. Er is weinig bekend over de oorzaken en over effectieve methoden voor preventie en therapie. Vrijwel altijd is een complex van risicofactoren in het geding. Het voorschrijven van absolute rust aan een RSI-patiënt verdient geen aanbeveling. Dit schrijft de Gezondheidsraad – vaststellend dat er dringend behoefte is aan wetenschappelijk onderzoek – in een vandaag verschenen advies aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De benaming repetitive strain injury (RSI) staat voor een syndroom van klachten in de nek, bovenrug, schouder, boven- of onderarm, elleboog pols of hand die leiden tot beperkingen en participatieproblemen. Het ziektebeeld is een uiting van een verstoorde balans tussen belasting en belastbaarheid, ontstaan na activiteiten met herhaalde bewegingen of juist een statische houding. Over de oorzakelijke lichamelijke mechanismen is nog maar weinig bekend. Te denken valt aan spier-, pees- of zenuwafwijkingen.

Ongeacht de last en de duur van de klachten hebben jaarlijks naar schatting twee tot vier op de tien werkende mensen weleens last van RSI. Gaat het om klachten die leiden tot beperkingen bij de dagelijkse bezigheden dan zijn de geschatte jaarlijkse prevalenties ongeveer tien (nek/schouder/bovenrug) en vijf procent (elleboog/pols/ hand).

Risicofactoren voor RSI zijn overmatige krachtuitoefening of werken in ongemakkelijke houdingen, in voortdurend dezelfde houding of met repeterende bewegingen. Bijkomende factoren kunnen de kans op klachten vergroten (werkdruk, werkstress, werktempo, gebrekkige begeleiding, enzovoort).

In bedrijven en instellingen tracht men via allerlei maatregelen RSI te voorkomen. Er is echter nog hoegenaamd geen wetenschappelijk bewijs voor de doeltreffendheid van zulke pogingen. Van groot belang voor de preventie is, hoe dan ook, een aanpak die niet beperkt blijft tot slechts één van de mogelijke risicofactoren.

Evenals over de preventie is ook zeer weinig bekend over de doeltreffendheid van therapieën. Tot nog toe ondergaat een RSI-patiënt vaak allerlei behandelingen, zonder afdoende resultaat. Dat geeft veel ongerustheid, onzekerheid en extra leed. De in de eerstelijn aan patiënten gegeven adviezen moeten eensluidend zijn. Goede voorlichting is belangrijk. De eerste stap van elke behandeling dient te bestaan uit vermindering van de blootstelling aan veronderstelde risicofactoren en uit het bevorderen van lichaamsbeweging met het oog op verhoging van de belastbaarheid. Absolute rust is volgens het advies uit den boze.

Nadere inlichtingen geeft mevrouw dr PMM Beemsterboer, tel. (070) 340 67 34, e-mail [email protected]

Datum: 27 november 2000

GEZONDHEIDSRAAD – PERSBERICHT 27 NOVEMBER 2000