Arbosite FNV Bondgenoten…

0

laatste update: 18 april 2005

Over welk werk gaat het hier?

Staalconservering houdt in: het beschermen van metalen oppervlakken door er een coating (verf of lak) op aan te brengen. Dit wordt meestal gedaan door rollen of spuiten.

Voordat de coating wordt aangebracht, moet het metalen oppervlak worden ontvet of gestraald.

Het lakken van metalen gebeurt in allerlei soorten bedrijven, van de woningbouw tot autoproducenten en meubelfabrieken; het is geen ‘branche’ op zich. Met ‘staalconservering’ bedoelt men meestal: het coaten van stalen constructies in de bouw, offshore installaties, bruggen, pijpleidingen, lantarenpalen, hoogspanningsmasten etc. etc.. Daarnaast worden binnen in productiehallen allerlei producten in opdracht gelakt: bouwmachines, kermisattracties etc.

De branche-organsatie Vereniging van Metaalbeschermingsbedrijven (VMB) bestaat uit 75 bedrijven die samen 80% van de markt beslaan. Daarnaast is een aantal staalconserveringsbedrijven aangesloten bij de Sector Metaalconservering van de Fosag. Om hoeveel werknemers het precies gaat is niet bekend.

Schadelijke stoffen en hun gevaren

Er worden in de staalconservering nog veel stoffen gebruikt die schadelijk zijn voor de voortplanting:

  • In de staalconservering worden nog veel oplosmiddelrijke coatings gebruikt. Meer dan de helft van de gebruikte coatings is oplosmiddelrijk. Ook de ‘oplosmiddelarme’ coatings in de staalconservering bevatten nog behoorlijk wat oplosmiddel. Het gemiddelde oplosmiddel-gehalte is 32% (ter vergelijking: in bouwverven is dat 7%)

Bovendien worden nog steeds oplosmiddelen gebruikt waarvan sterke aanwijzingen bestaan dat ze schadelijk zijn voor het ongeboren kind, zoals xyleen en tolueen.

  • Er worden in de staalconservering nog steeds coatings gebruik die loodchromaat als pigment bevatten. Loodchromaat is bewezen schadelijk voor de vruchtbaarheid en voor het ongeboren kind. Dit pigment kan voorkomen in primers (o.a. zgn. ‘washprimers’), maar ook in ‘topcoats’ (aflakken).
  • Ook voor het ontvetten voordat de verf wordt aangebracht, en voor het reinigen van spuitapparatuur worden vaak nog thinners gebruikt die tolueen of xyleen kunnen bevatten. Ook andere oplosmiddelen in thinners of terpentines staan overigens onder verdenking.

Tijdens het verfspuiten of verfrollen, maar ook tijdens het ontvetten en reinigen ademen medewerkers soms grote hoeveelheden oplosmiddeldamp in. Spuitmaskers zijn lang niet altijd voldoende effectief, en worden niet altijd gebruikt. Ook kunnen oplosmiddelen door de huid heen worden opgenomen. Omdat de werkzaamheden vaak ‘op locatie’ worden verricht, worden wellicht niet altijd de juiste maatregelen genomen. Er is weinig informatie over de vraag of de medewerkers voldoende beschermd worden tegen effecten op de voortplanting.

Nog in 2004 stelde de Arbeidsinspectie vast dat bijna tweederde van de geïnspecteerde bedrijven in de metaalindustrie geen (verplichte) beoordeling had gemaakt van de blootsteling aan oplosmiddelen en andere stoffen. De geldende normen (MAC-waarden) bieden bovendien waarschijnlijk onvoldoende waarborgen.

Klik hier voor het complete Plan van Aanpak (pdf-document, 212 kB)

pijltop-6036960

bron-1523254