Arbosite FNV Bondgenoten: petitie bestrijdingsmiddelen

0

Laatste update: 11 november 2003

FNV Bondgenoten is uiterst bezorgd over de risico’s die werknemers in de agrarische sectoren lopen als zij worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen.

Omdat overheden en branche-organisaties het nogal eens laten afweten wordt daarom in november 2003 een petitie opgesteld.

Tekenend voor de rare en riskante positie die bestrijdingsmiddelen bij de overeid innemen is het feit dat geen van de twee betrokken ministeries – Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan de ene en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan de andere kant – zich geroepen voelde de petitie in ontvangst te nemen. Vrolijk wees men naar elkaar als zijnde ‘ verantwoordelijk’ voor deze problematiek…

Met deze oproep richt de vakbond zich tot de Vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het doel van deze oproep is om ervoor te zorgen dat de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in zijn coördinerende rol met betrekking tot het beleid rond bestrijdingsmiddelen maatregelen neemt om de gezondheid van werknemers in de agrarische sectoren beter te waarborgen.

button_pijl_up-4606744 Wat is er aan de hand?
button_pijl_up-4606744 Wat moet er gebeuren?

Wat is er aan de hand?

Wij, FNV Bondgenoten, stellen vast dat

– LTO in haar sectorplannen niet of nauwelijks aandacht heeft besteed aan arbeidsomstandigheden;

– de uitzondering voor bestrijdingsmiddelen in maart 2002 uit de Arbowet is geschrapt;

– de Europese preparatenrichtlijn 1999/45/EG uiterlijk op 31 juli 2004 voor bestrijdingsmiddelen in Nederlandse wetgeving dient te zijn geïmplementeerd;

– in de certificeringen die in de sector worden gebruikt niet of nauwelijks eisen zijn opgenomen ten aanzien van de gezondheid van toepassers, gewaswerkers of andere werknemers die in de keten worden blootgesteld;

– in de dagelijkse landbouwkundige praktijk vele suboptimale omstandigheden voorkomen, zoals het illegaal gebruik van bestrijdingsmiddelen, het mengen van middelen, het ontbreken van (adequate) persoonlijke beschermingsmiddelen, het ontbreken van herbetredingstermijnen op etiketten, en taalproblemen door het grote aantal allochtonen dat in de sector werkt.

Wij menen daarom dat

– de gezondheid van werknemers in de agrarische sectoren onvoldoende wordt gewaarborgd;

– LTO zich te weinig actief opstelt om innovatieve ontwikkelingen in de sector te stimuleren, en zelfs defensief als het gaat om de gezondheid van de werknemers;

– het CTB zich gezien haar expertise en haar monopoliepositie eveneens te weinig actief opstelt om innovatieve ontwikkelingen in de sector te stimuleren;

– aan de procedure rond de vrijstellingen in 2003 het nodige was aan te merken wat betreft nauwkeurigheid, wetenschappelijke onderbouwing en haalbaarheid;

– de relevante ministeries (van LNV, VROM, SZW, VWS) het CTB te weinig aansturen en controleren.

Wat moet er gebeuren?

…randvoorwaarden te scheppen zodat:

  1. wordt vastgehouden aan het oorspronkelijke idee van een verplicht gewasbeschermingsplan voor alle boeren en tuinders;
  2. bescherming van de gezondheid van toepassers, gewaswerkers en andere werknemers in de keten structureel opgenomen wordt in de sectorplannen;
  3. de ministeriële toetsing van het CTB wordt versterkt, waarbij de resultaten naar de samenleving worden gecommuniceerd, of dat een onafhankelijke derde partij met deze taak wordt belast;
  4. bij vrijstellingen daadwerkelijk geen concessies worden gedaan aan de gezondheidsbescherming van toepassers en gewaswerkers. Daarbij moet onder meer worden afgezien van het stellen van irreële eisen ten aanzien van het maximaal te behandelen areaal;
  5. inspecties met kracht worden voortgezet;
  6. de nieuwe preparatenrichtlijn conform hetgeen in de richtlijn is vermeld uiterlijk op 31 juli 2004 in Nederlandse wetgeving wordt geïmplementeerd. Dat houdt in dat nieuwe etiketten en VIB’s voor alle toegelaten middelen beschikbaar zijn;
  7. de arbeidshygiënische strategie als uitgangspunt wordt gehanteerd bij het werken met bestrijdingsmiddelen. De voorkeur gaat uit naar het aanpassen van de toelatingsprocedure;
  8. het vervangen van kankerverwekkende bestrijdingsmiddelen krachtig ter hand wordt genomen;
  9. het illegaal gebruik (giftoerisme) krachtig wordt aangepakt;
  10. duidelijke richtlijnen worden opgesteld voor het mengen van middelen;
  11. het veilig en gezond werken met bestrijdingsmiddelen structureel wordt opgenomen in certificeringen.

pijltop-1402615