Arboconvenanten themakaart oplosmiddelen

0

‘Oplosmiddelen’ is een verzamelnaam voor vluchtige (=makkelijk verdampende) organische stoffen waarin andere stoffen oplossen. Tolueen, benzeen, terpentine, xyleen, thinner, aceton en ether zijn voorbeelden van organische oplosmiddelen. Organische oplosmiddelen worden in tal van producten toegepast. De meest bekende zijn verven/coatings/inkten, reinigings- en ontvettingsmiddelen, lijmen en kitten.
Organische oplosmiddelen hebben giftige (neurotoxische) eigenschappen. Via inademing en huidopname kunnen deze stoffen in het lichaam worden opgenomen. Eenmaal in het lichaam kan het zenuwstelsel worden aangetast. De hersenen zijn het meest gevoelig. Een oplosmiddelvergiftiging kent twee vormen: acute vergiftiging en chronische vergiftiging.
 

Omvang van het arborisico

Sectoren waar sprake is van risicovolle blootstelling zijn: wonenbranche (vloerenleggers), leer/lederwaren en schoenindustrie, autoreparatie, verfindustrie, scheepsbouw, metaalbewerking, staalconservering, schoonmaak en industriële reiniging, polyesterverwerkende industrie. Andere risicovolle (niet-Bondgenoten) sectoren zijn (onderhouds)schilderwerk, hout-, meubel- en timmerindustrie en grafische industrie. Apart genoemd wordt de agrarische sector. Blootstelling van werknemers aan bestrijdingsmiddelen kan ook tot OPS leiden. Het Ministerie van Sociale Zaken schat dat zo’n een half miljoen werknemers regelmatig met oplosmiddelen in aanraking komen. Alleen al in 1999, 2000 en 2001 zijn in onderzoek door twee zgn. solvent teams 185 OPS-slachtoffers erkend.

Bij deze cijfers moeten we niet vergeten dat het hier om personen gaat die zich in een vergevorderd OPS-stadium bevinden terwijl al veel eerder OPS-symptomen kunnen worden waargenomen. Het betreft dan ook een topje van de ijsberg!

 

Landelijke doelstelling ministerie SZW

In 1997 heeft de SER een advies uitgebracht over OPS. Hiermee is voor het eerst erkenning gekomen voor OPS als beroepsgerelateerde aandoening. Vervolgens heeft de politiek besloten om over te gaan tot bronaanpak: in alle sectoren waar sprake is van risicovolle blootstelling moeten de oplosmiddelen of producten die oplosmiddelen bevatten, vervangen worden door oplosmiddelarme of oplosmiddelvrije producten. Per sector of branche wordt invulling aan dit algemene vervangingsbeleid gegeven. De vervangingsregelgeving is sinds 1999 vastgelegd in het Arbobesluit (Artikel 4.62b). In de Arboregeling worden sectoren aangewezen waarvoor de vervangingsplicht geldt. In 2003 zijn regelingen van kracht voor binnenschilderwerk, het verlijmen van tapijt en parket, de grafische branche en de autoschadeherstelsector. Een regeling voor de timmerindustrie wordt naar verwachting per 1 januari 2004 van kracht. Voor de scheepsbouw komt er in elk geval een vervangingsregeling voor het schilderen in binnenruimtes. In de verfindustrie hebben bonden en werkgevers op eigen initiatief afspraken gemaakt. In o.a. de leer-/lederwaren- en schoenindustrie, mobiliteitssector, meubelbranche, schoonmaak en industriële reiniging is OPS één van de convenantsthema’s.

Werknemers die jarenlang blootgesteld worden aan organische oplosmiddelen kunnen de ziekte OPS oplopen. Er worden drie stadia onderscheiden: licht, mild en ernstig OPS. Werknemers met ernstig OPS hebben klachten als slaapstoornissen, neerslachtigheid, prikkelbaarheid, geheugenverlies en verlies van oriëntatievermogen. Andere veel voorkomende klachten zijn hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, lusteloosheid en hartkloppingen. De ziekte OPS is niet te genezen. OPS-patienten komen meestal in de WAO terecht.  

Organische oplosmiddelen horen thuis onder het hoofdstuk gevaarlijke stoffen (hoofdstuk 4 van het arbobesluit). Belangrijke aspecten zijn: – het bijhouden van een register gevaarlijke stoffen (Wet Milieugevaarlijke Stoffen) – het inschatten van aard, mate en duur van blootstelling van werknemers (Arbobesluit art. 4.2). Voor het bepalen van de mate van blootstelling zijn metingen noodzakelijk! – het nemen van beheersmaatregelen volgens de zgn. arbeidshygiënische strategie (Arbobesluit art. 4.9). N.B:: bronaanpak is de eerste stap in deze strategie! – het geven van voorlichting en instructie over risico’s en beheersing daarvan aan medewerkers.

– het uitvoeren van wettelijke vervangingsregelingen voor diverse sectoren.

Voor een groot aantal oplosmiddelen bestaat een MAC-waarde.MAC staat voor ‘maximaal aanvaarde concentratie’ . De uitkomst van metingen moet worden getoetst aan de MAC-waarde. De MAC-waarde mag niet worden overschreden.

Sprekend over oplosmiddelen hebben we in veel gevallen te maken met wettelijk bepaalde normen en afspraken (vervangingsregelingen). Dergelijke afspraken hebben voorrang op arboconvenanten over OPS. Daar waar gesprekken over het afsluiten van een arboconvenant de intentie krijgen om wettelijke vervangingsregelingenaf te zwakken, te omzeilen of te vertragen, zal FNV Bondgenoten niet meewerken aan dergelijke afspraken.  

Het mechanisme voor het ontstaan van OPS is helaas nog lang niet volledig opgehelderd. Ook een duidelijke kwantitatieve relatie tussen blootstelling en effect is nog niet vastgesteld. Daarom is het ook niet zeker of het voldoen aan de huidige MAC-waarden voldoende bescherming biedt tegen het ontstaan van OPS.

Zolang dit niet zeker is, is FNV Bondgenoten van mening dat er naar gestreefd moet worden om de blootstellingsindex op iedere dag beneden de 50% van de gecombineerde MAC-waarde te houden. In het arboconvenant voor de verfproducerende sector is dit de lange-termijn doelstelling.

Hierbij moet onderscheid gemaakt worden in a) preventie van blootstelling en b) begeleiding van blootgestelde werknemers en c) juridische bijstand

a) Preventie van blootstelling – Individuele bedrijven: Maatregelen op basis van de Risico-inventarisatie en -evaluatie en naleving Arbowet – Branches: afspraken in het kader van vervangingsbeleid (algemene werkingssfeer) eventueel aangevuld met afspraken in convenanten

– onderzoek naar vervangingsmogelijkheden

b) Begeleiding van blootgestelde werknemers – Individuele bedrijven: PAGO, NSC 60-vragenlijst, NES-test, doorverwijzing door bedrijfsarts naar Solvent Team

– Branches: afspraken met arbodienst in kader van collectief contract. Hierin kunnen de elementen NSC 60-vragenlijst en NES-test worden meegenomen.

c) Juridische bijstand
Afdeling Letselschade van Ledenservice en Bureau Beroepsziekte van de FNV staan OPS-patiënten bij bij het indienen van een schadeclaims bij de werkgever.  

Hulpmiddelen, (meet)instrumenten

– NSC60-vragenlijst. Dit is een schriftelijke vragenlijst die door TNO Voeding is ontwikkeld en getest. De vragenlijst wordt gebruikt om mensen op te sporen die neurasthene klachten (1e fase OPS) vertonen

– NES-test. Dit is een computerprogramma met verschillende testen. De NES-test wordt afgenomen bij mensen met neurasthene klachten. In de meeste gevallen wordt dit bij het Solvent Team gedaan. Sommige Arbodiensten nemen de testen ook af.