Arbosite FNV Bondgenoten: Persbericht SZW

0
 

(persbericht 99/027 SZW d.d. 3 maart 1999)

Concrete afspraken over een gezamenlijke aanpak van de lichamelijke belasting en de werkdruk in de thuiszorg. Dat is het belangrijkste doel van het Convenant Arbeidsomstandigheden Thuiszorg dat op 3 maart is ondertekend in Den Haag.

De staatssecretarissen Hoogervorst (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Vliegenthart (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) alsmede aan werkgeverszijde de Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT) en Branchebelang Thuiszorg Nederland (BTN) en de werknemersorganisaties AbvaKabo FNV, de CNV-bond CFO, NU’91 en de LAD (artsen in dienstverband) ondertekenden het convenant.

In de thuiszorg werken circa 150.000 werknemers. Het convenant is de eerste in de reeks `Arboconvenanten nieuwe stijl’, waarvoor tijdens het Najaarsoverleg op 3 december 1998 door kabinet en Stichting van de Arbeid een eerste aanzet is gegeven met de ondertekening van een gemeenschappelijke verklaring.

De uitgangspunten van de convenantenaanpak staan beschreven in de nota `Arboconvenanten nieuwe stijl: beleidsstrategie voor de komende vier jaar (1999-2002)’ van staatssecretaris Hoogervorst.

In de thuiszorg wordt door werknemers veel en zwaar getild. De zwaarte van het werk leidt tot een hoog ziekteverzuim en instroom in de WAO. Het ziekteverzuim en het aantal WAO’ers in deze branche liggen boven het landelijk gemiddelde.
De sector thuiszorg steekt al geruime tijd veel energie in de aanpak van het verzuim. Het nu afgesloten convenant is een logische stap in een reeks van activiteiten in deze sector.

Het convenant maakt onder meer gebruik van de zogeheten praktijkregels voor vermindering van lichamelijke belasting zoals tillen. Deze regels zijn in opdracht van sociale partners door TNO Arbeid ontwikkeld. Bijna iedereen in de thuiszorg werkt bij een cliënt thuis. Het betreft onder meer het bieden van verpleegkundige zorg, de verzorging van het huishouden, ondersteuning van de cliënt bij de lichamelijke verzorging en het verlenen van kraamzorg aan moeder en kind. Het zelfstandig werken bij cliënten thuis wordt door velen als één van de aantrekkelijke kanten van het werken in de thuiszorg gezien.

Keerzijde is dat er meestal geen beroep kan worden gedaan op collega’s in de directe nabijheid als er getild moet worden of wanneer personen of dingen moeten worden verplaatst. Bovendien is elke woning weer anders van indeling, ligging en inrichting.

De door sociale partners ontwikkelde praktijkregels zijn afgestemd op deze voor de thuiszorg specifieke omstandigheden. De ondertekening van het arboconvenant vormt het officiële startsein voor het project `Stilstaan bij bewegen’. Alle medewerkers krijgen een brochure uitgereikt met praktijkregels gericht op de eigen werksituatie.

De instellingen voor thuiszorg zullen binnen een jaar een plan van aanpak opstellen voor het hanteren van deze praktijkregels, waarin bijvoorbeeld concrete maatregelen worden opgenomen om in de praktijk het tillen tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. De instellingen zullen daarbij desgewenst worden geadviseerd door TNO Arbeid. Over de financiering daarvan zijn, in het kader van het sectorfonds voor de thuiszorg, afspraken gemaakt tussen werkgevers- en werknemersorganisaties.

`Stilstaan bij bewegen’ biedt instellingen de mogelijkheid om conform de afspraken in het convenant, in overleg met de uitvoerenden te komen tot een stappenplan, gericht op vermindering van lichamelijke belasting.
Werkplekken zullen zo moeten worden ingericht dat ongunstige werkhoudingen worden voorkomen. Het gebruik van bepaalde hulpmiddelen moet het werk minder zwaar maken. Te zwaar tillen en te veel bukken moet zoveel mogelijk worden teruggedrongen.

Dit betekent in ieder geval dat uiterlijk over vijf jaar het tillen en verplaatsen van mensen niet meer door één hulpverlener alleen gebeurt. Ook kan het in werksituaties noodzakelijk blijken dat meer dan één werknemer tegelijk bij een cliënt werkt. Om de doelstellingen van het convenant te realiseren zal het aantal hulpmiddelen moeten worden uitgebreid. De werkdruk zal eerst via een `medewerkersraadpleging’ in kaart worden gebracht. Daarna volgt ook op dit punt een concreet plan van aanpak.

Voor de totale zorgsector wordt een regeling gecreëerd om investeringen in hulpmiddelen voor tillen van patiënten financieel te ondersteunen.
Het ministerie van SZW heeft hiervoor 10 miljoen gulden per jaar gereserveerd. In 1999 komt het hele bedrag ten goede aan de sector thuiszorg.

Dit is een gezamenlijk persbericht van partijen, betrokken bij de opstelling van het Arboconvenant voor de Thuiszorg.
Inlichtingen bij: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: 070-3334256 Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport: 070-3406007 Landelijke Vereniging voor Thuiszorg, directeur F. Clevers: 030-6596222 Branchebelang Thuiszorg Nederland, J. Paap: 06-22542998 Landelijke Vereniging Artsen in Dienstverband, Mw. E. Dissel: 030-2823335 AbvaKabo FNV: Mw. J. van Pijpen 020-5818484 CFO, CNV-bond: D. de Geus: 070-4167140 NU’91, Mw De Bode: 030-2964144