Arbosite FNV Bondgenoten: Persbericht SZW

0

(persbericht 00/122 SZW d.d. 21 juni 2000)

Het convenant over verbetering van arbeidsomstandigheden dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in 1994 met de agrarische bedrijfstak sloten, heeft geleid tot meer aandacht voor arbeidsomstandigheden in de sector. In de praktijk moet er echter nog veel gebeuren. Met name op het gebied van veiligheid. In de sector komen veel bedrijfsongevallen voor in verband met het werken met trekkers en landbouwmachines.
Dit blijkt uit het rapport `Evaluatieonderzoek Arboconvenant Agrarische sectoren 1994-1999′ dat in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is opgesteld door Marktplan Adviesgroep te Bussum. Staatssecretaris Hoogervorst heeft het rapport aan de Tweede Kamer gezonden.

Het Arboconvenant uit 1994 bevatte afspraken over het versterken van de arbozorg op bedrijfsniveau, het versterken van de arbo-infrastructuur en over het wegnemen van specifieke knelpunten op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn. Gedurende de looptijd van het convenant zijn 64 projecten uitgevoerd, die tezamen ongeveer 15 miljoen gulden hebben gekost. Hiervan nam het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij 7,5 miljoen gulden voor zijn rekening, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid circa 2,5 miljoen en het landbouwbedrijfsleven 5 miljoen gulden.

Om de arbozorg op bedrijfsniveau te versterken, is er in de agrarische sector veel aan gerichte voorlichting gedaan. Die voorlichting is in het algemeen goed ontvangen, aldus het evaluatierapport. Van de arbozorginstrumenten is met name de invoering van de risico-inventarisatie en -evaluatie gestimuleerd. Toch is anno 1999 pas in 35% van de bedrijven zo’n inventarisatie ingevoerd. Volgens de onderzoekers werkt met name het grote aantal kleine bedrijven in de agrarische bedrijfstak belemmerend voor invoering van arbozorg in bedrijven. Zo is er nog weinig sprake van regelmatig overleg tussen werkgevers en werknemers over arbeidsomstandigheden. Ook de bedrijfshulpverlening en het verzuimbeleid komen nog onvoldoende van de grond.

Ter versterking van de arbo-infrastructuur is in het convenant afgesproken meer aandacht te geven aan het thema arbeidsomstandigheden in het agrarisch onderwijs, bij voorlichting en advisering en bij onderzoek (ook praktijkonderzoek). De onderzoekers concluderen dat het convenant heeft geleid tot versterking van de arbo-infrastructuur, maar dat de effecten van de inspanningen op dat gebied nog moeilijk meetbaar zijn. Met name de positie van de arbodienst Stigas (nu RELAN) is versterkt. Wel is er wat betreft afstemming en overleg tussen diverse partijen nog het nodige te doen.

Voor het wegnemen van specifieke knelpunten is er in het kader van dit convenant veel aandacht uitgegaan naar projecten gericht op het terugbrengen van gezondheidsrisico’s. De projecten hadden bijvoorbeeld betrekking op de blootstelling aan asbest tijdens het schoonspuiten van varkensstallen, op klachten over de gezondheid bij hergebruik van melkspoelwater in de melkveehouderij en op het verantwoord gebruik van formaline in de champignonteelt. Minder aandacht werd besteed aan risico’s voor welzijn en veiligheid. De onderzoekers stellen vast dat vooral het aspect veiligheid onderbelicht is gebleven.

Volgens de onderzoekers is er in de agrarische sector weliswaar vooruitgang geboekt, maar van een structurele arbozorg in de praktijk is nog geen sprake. De grootste waarde van dit convenant is naar hun mening dat het een fundament heeft gelegd voor verbetering van de arbeidsomstandigheden. In een binnenkort te sluiten vervolgconvenant (convenant `nieuwe stijl’ ) tussen staatssecretaris Hoogervorst en de sociale partners in de agrarische sector kan hier op worden voortgebouwd, aldus de onderzoekers.

Het rapport `Evaluatieonderzoek Arboconvenant Agrarische sectoren 1994-1999 (ISBN 90 5749 577 5) kost f 69,- (€ 32,-) en is verkrijgbaar bij Elsevier bedrijfsinformatie bv, postbus 16500, 2500 BM Den Haag. Telefoon: 070-4415000.