Bureau Beroepsziekten

0

Persbericht 1999 FNV Bondgenoten.
Bureau Beroepsziekten is in werkelijkheid op 1/5/00 van start gegaan

FNV Bondgenoten start uiterlijk 1 januari 2000 met het Bureau Beroepsziekten. De bondsraad heeft het groene licht gegeven om met de voorbereidingen te beginnen. Het bestuur van de Bouw- & Houtbond FNV heeft bij de eigen bondsraad ook een positief advies neergelegd mee te doen. Met andere FNV bonden zijn besprekingen over deelname gaande, van de vakcentrale en FNV Ledenservice staat vast dat zij meedoen in dit initiatief. Bureau Beroepsziekten wordt een zelfstandig bedrijf met een juridische structuur die de zeggenschap van de initiĆ«rende bonden waarborgt. Het bureau zal voor FNV-leden opereren op ‘no cure, no pay’ basis.

Paul Ulenbelt, hoofd van de afdeling arbeidsomstandigheden bij FNV Bondgenoten, is van meet af aan betrokken bij het idee het bureau op te zetten. “De belangrijkste taken van het Bureau Beroepsziekten liggen op het terrein van onderzoek en het verhalen van schade als gevolg van een beroepsziekte”, aldus Ulenbelt. “Onderzoek omdat harde gegevens over de omvang van beroepsziekten in Nederland ontbreken. Er verdwijnen per jaar dertig- tot veertigduizend mensen per jaar in de WAO door hun werk. Een groot aantal van die gevallen betreft arbeidsongevallen. Daar bemoeit het bureau zich niet mee, dat doet ledenservice. Naar schatting tien- tot twintigduizend mensen komen per jaar in de WAO door een beroepsziekte. Het enorme verschil tussen die getallen geeft al aan dat er eigenlijk nog maar heel weinig over bekend is. Dat maakt nader onderzoek nodig. Zowel naar bestaande, bekende beroepsziekten als naar nieuwe. Door onderzoek naar bekende beroepsziekten kunnen wij tot een goed pakket preventieve maatregelen komen. Onderzoek naar nieuwe ziekten is noodzakelijk om ze erkend te krijgen als beroepsziekten. Dat gaat niet vanzelf, dat heeft de geschiedenis wel aangetoond.”

Het verhalen van schade door beroepsziekten is in Nederland zwaar onderontwikkeld, Ulenbelt denkt dat het straks om hele grote bedragen gaat. “Twee ontwikkelingen maken schade claimen interessant,” zegt Ulenbelt. “De FNV en aangesloten bonden hebben in tientallen jaren procederen gezorgd voor een fundamentele verandering in het aansprakelijkheidsrecht. Vroeger moest een werknemer bewijzen dat zijn ziekte veroorzaakt was door het werk. Nu ligt de bewijslast bij de werkgever. Bovendien was tot voor kort de materiĆ«le schade als gevolg van beroepsziekte in Nederland collectief vrijwel dekkend gecompenseerd. Door allerlei veranderingen in de sociale zekerheid is dat veranderd voor mensen met een beroepsziekte. Dat heeft de claimbereidheid een stuk groter gemaakt. Bij FNV en bonden zit heel veel deskundigheid op dit gebied. Die deskundigheid bundelen wij in het Bureau Beroepsziekten en daarmee staan wij de werknemers die in de WAO terecht zijn gekomen door een beroepsziekte bij met het indienen en realiseren van claims. Dat gaat dan om inkomensschade en smartegeld. Vooral bij inkomensschade kan het om grote bedragen gaan. Als je jong in de WAO komt kan het verschil tussen wat je als uitkering krijgt en wat je had kunnen verdienen als je gezond was gebleven in de tonnen lopen. Het verbond van verzekeraars schatte dat het totale claimbedrag in 2004 op zou kunnen lopen tot 638 miljoen per jaar. Ik denk dat het wel op kan lopen tot boven de een miljard per jaar.”