Arbobondgenoten signaleert…

0

FNV Bondgenoten is onthutst over het nieuwste voorstel van het kabinet om anders om te gaan met gevaarlijke stoffen op het werk. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid constateert dat het voor bedrijven moeilijk en duur is om met een wettelijke grenswaarde voor stoffen om te gaan. Daarom wil staatsssecretaris Van Hoof het aantal stoffen waarvoor de wet een norm voorschrijft verminderen. FNV Federatiebestuurder Ton Heerts: ‘Hiermee plaatst het kabinet eigenlijk winstgevendheid van bedrijven boven gezondheid van werknemers. Dat is niet acceptabel voor de FNV.’ De vakbeweging is met name kwaad omdat het er net op leek dat partijen weer met elkaar in gesprek proberen te raken. Ton Heerts: ‘Staatssecretaris van Hoof denkt kennelijk dat dit niet geldt voor het onderwerp veiligheid en gezondheid op het werk.’ Sinds twintig jaar bestaat er in Nederland een uitgebalanceerd systeem om de maximale concentratie voor stoffen vast te stellen. Ook de FNV participeert in deze besluitvormingsprocedure. De FNV is ook best bereid om mee te denken over vernieuwing van de huidige beoordelingsprocedure. Het blijkt bijvoorbeeld dat de procedure veel tijd vergt en dat er in bedrijven weinig metingen plaats vinden. Heerts: ‘Met ons valt altijd te praten over verbeteringen van wetgevingsprocedures, omdat ook wij vinden dat wetgeving helder, transparant en niet uitgebreider dan nodig moet zijn. Maar het kabinet wil onder het mom van vernieuwing de gezondheidsbescherming op het werk verminderen. Daar maken wij principieel bezwaar tegen.’ Van Hoof stelt voor om onderscheid te maken tussen stoffen met een hoog en een laag risico. De maximale concentratie voor stoffen met een hoog risico blijft wettelijk voorgeschreven. In de adviesaanvraag worden zogenaamde sensibiliserende stoffen, irriterende en reprotoxische stoffen niet tot de hoog risico-stoffen gerekend. Sensibiliserende stoffen zijn stoffen waarvoor werknemers in de loop der tijd een gevoeligheid voor ontwikkelen. Een voorbeeld is meelstof waarvoor werknemers ‘bakkersallergie’ ontwikkelen en het beroep moeten gaan verlaten. Voorbeelden van reprotoxische stoffen zijn stoffen die gevolgen hebben voor het nageslacht, zoals sommige verfproducten.

Voor deze stoffen moeten volgens het voorstel van Van Hoof op bedrijfsniveau de maximale concentraties worden vastgesteld. Werknemers die gevoelig zijn voor een dergelijk stof of zich zorgen maken kunnen geen beroep meer doen op handhaving door de Arbeidsinspectie maar moeten naar de rechter om hun gelijk te halen.