Arbowet:genante vertoning van Hoof

0

Woensdag 2 november 2005 overlegde staatssecretaris van Hoof met de vaste commissie van Sociale Zaken van de Tweede Kamer. Eén van de onderwerpen die aan de orde kwam, was zijn manier van omgaan met het SER-advies over de arbowet.

De staatssecretaris bezwoer in alle toonaarden dat hij de kerngedachten van het SER-advies overnam, en dat al wie daar anders over dacht het toch écht bij het verkeerde eind had.

Van mening kun je verschillen. Waarom dan toch een genante vertoning?

Omdat de wijze waarop van Hoof een draai geeft aan de werkelijkheid, daarbij overigens stevig geholpen door de werkgeversorganisaties, verbazingwekkend is. Als hij ronduit zou zeggen: ik ga mijn eigen gang, zou dat van karakter getuigen. Maar doen alsof je handelt in de geest van het SER-advies en dán je eigen gang gaan…Niet voor de eerste keer blijkt dat we met een onbetrouwbaar kabinet zitten opgezadeld. De diskussie líjkt daarbij over de zogenaamde ‘nationale kop’ (de arboregels die niet in Brussel maar Den Haag zijn gemaakt) te gaan, maar raakt in feite de kern van het SER-advies.

Heel in het kort komen de verschillen hierop neer:

De SER adviseert wettelijke voorschriften voor alle onderwerpen die op dit moment via de arbowet, het arbobesluit en de arboconvenanten aan de orde komen (SER-advies blz. 32).
De staatssecretaris gaat daaraan voorbij en wil onderwerpen als het recht op daglicht, langdurig staand werk en nog enkele andere thema’s waar heel wat werknemers elke dag tegenaan lopen, gewoon uit de wet halen

De SER adviseert een stelsel van doelvoorschriften met heldere bijbehorende grenswaarden: er moeten wetenschappelijk onderbouwde grenzen komen om aan te geven wat nog wel veilig en gezond is, en wat niet. Dat is een kernpunt uit het SER-advies én een absolute randvoorwaarde om het streven naar de zogenaamde arbocatalogus succesvol te laten zijn: hulpmiddelen kiezen uit zo’n catalogus heeft immer alleen zin als je weet waar ze toe dienen – uitkomen onder de grenswaarden. Maar door de manier waarop hij een wettelijke tilnorm afwees, gaf van Hoof aan juist deze kern van het SER-voorstel niet te willen begrijpen: “Ik ga toch niet zitten verordonneren of iemand 21,22 of 23 kilo mag tillen.”

Die luttele kilo’s maken nu juist het verschil tussen een gezonde en een kapotte rug. Dat weet ieder die een beetje thuis is op dit gebied, maar van Hoof en zijn ambtenaren kijken kennelijk de andere kant uit…

De SER adviseert om voorop te gaan in Europa met de ontwikkeling van het nieuwe stelsel. Van Hoof gaat achteraan hangen en doet geen gram meer dan Europa voorschrijft. Advies aan de staatssecretaris: herlees blz 28 en 30 van het SER-advies.

Tot slot wijst de SER het onderscheid tussen ´hoge´ en ´lage´ risico´s principieel van de hand. Maar Van Hoof praat nog steeds in die termen.

Vier kernpunten uit het SER-advies laat de staatssecretaris liggen. En dan toch nog zonder blikken of blozen zeggen dat je het SER-advies overneemt. Het kan verkeren, en het leidde in de kamer tot een genante welles-nietes vertoning.

Ook het andere – met veel pijn en moeite tot stand gekomen – SER-advies over gevaarlijke stoffen (‘een nieuw grenswaardenstelsel’) lijkt eenzelfde lot beschoren te zijn: grenswaarden voor gevaarlijke stoffen? Voor Van Hoof is dat vrijwel over de hele linie een zaak voor het bedrijfsleven.

Net als de grenswaarden voor andere arbo-risico’s. Wie met droge ogen durft te beweren dat dát de teneur van het SER-advies is, spreekt – laten we het netjes houden – grove onwaarheid.

Een uiterst dubieuze houding nemen overigens de werkgeversorganisaties in: zij prijzen de plannen van van Hoof en beweren dat die in lijn zijn met het SER-advies.
Terwijl in werkelijkheid juist de oorspronkelijke plannen van de staatsecretaris, waar het SER-advies een alternatief voor was, weer vooraan op de agenda staan.

Plannen waar de werkgevers overigens destijds géén principieel bezwaar tegen hadden, dus deze opportunistische draai was voor hen snel gemaakt.

De vraag rijst of er nog wel sprake is van ‘een’ SER-advies, nu de vakbonden de enige zijn die aan de kern van dat advies wensen vast te houden. Niet ten onrechte overigens, want de benadering die het “enige echte” SER-advies uitstraalt is en blijft er één waar werknemers volmondig ‘ja’ tegen kunnen zeggen.

Niet voor niets is dit alternatief voor de kabinetsplannen geboren in de schoot van de vakbeweging…en daar lijkt het helaas weer terug te zijn.

Ondertussen vráágt het kabinet simpelweg om een veel hardere koers van de vakbeweging. Want het gaat om de veiligheid en gezondheid van mensen. Die laten we niet zomaar aan de kant zetten.
Een andere koers, niet qua inhoud, maar wel qua aanpak. Want overtuigen en overleggen werkt alleen als alle betrokkenen een minimum aan integriteit in de diskussie aan de dag leggen. En die leek vandaag even héél ver weg.