Arbobondgenoten signaleert: red de arbowet(1)

0


Van het actie- en onderhandelingsfront

De meldweek ‘Red de Arbowet’ van 4 – 8 april is goed verlopen. Meer dan 1200 werknemers hebben de meldlijn weten te vinden. Bijna 6000 klachten over onveilige en ongezonde werkplekken zijn gemeld.
Deze meldingen sterken de bond in het streven naar een goede wettelijke bescherming van werknemers tegen slechte arbeidsomstandigheden.

Meer info over de meldweek? Klik hier.

Op Workers Memorial Day, 28 april – de dag dat wereldwijd slachtoffers van slechte arbeidsomstandigheden worden herdacht – presenteerde de FNV de resultaten van een onderzoek naar dodelijke slachtoffers van slechte arbeidsomstandigheden in Nederland. Het rapport illustreerde op indringende wijze dat er ook in Nederland nog héél veel moet veranderen, willen werknemers hun werkplek en functie echt veilig en gezond kunnen noemen, en dat de overheid daarin absoluut zijn verantwoordelijkheid moet opnemen, in plaats van te ontlopen.

Meer info over het onderzoek naar werkgerelateerde sterfte in Nederland? Klik hier.

Tegelijk werd en wordt er in de SER-commissie Evaluatie Arbowet onderhandeld. Niet zozeer over de kabinetsvoorstellen, als wel over een door de FNV ingebracht alternatief.

Die onderhandelingen zijn momenteel in de eindfase. Tussen 24 mei en 9 juni zal dat resultaat voorgelegd worden aan de diverse achterbannen.
Bij FNV Bondgenoten is dat op 3 juni de centrale arbo-kadergroep, die getooid is met de naam ‘Beleids Overleg Platform VGWM’.

Voorafgaand daaraan zal het concept-SER-advies ook op www.arbobondgenoten.nl te lezen (en te becommentariëren) zijn.

De verwachting is dat het SER-advies héél dicht bij de FNV-inzet zal liggen:

  • geen onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ risico’s
  • geen beperking van de toegang tot de Arbeidsinspectie
  • geen verslechtering van de medezeggenschap
  • de overheid is verantwoordelijk voor het stellen van heldere en concrete – wettelijke – normen voor veligheid en gezondheid
  • werkgevers en werknemers krijgen méér ruimte om in overleg met elkaar te bepalen op welke wijze het best aan die normen kan worden voldaan
  • de arboregels worden overzichtelijker en toegankelijker: de vaak moeilijk te begrijpen arbobeleidsregels en dure NEN-normen moeten worden vervangen door een voor ieder toegankelijke en begrijpelijke ‘arbocatalogus’

Meer info over de voorstellen van de FNV? Klik hier.


Te moeilijk voor de media?

Midden april doken er in de media opeens berichten op dat ook de FNV had ingestemd met een halvering van de arbo-regels in Nederland. Hoe zit dat nu? Is de FNV toch minder gekant tegen de kabinetsvoorstellen dan eerder gemeld?
De zorg (en boosheid) dat de bond “wéér door de knieën ging”, was op vele gezichten af te lezen.

Maar niets is minder waar. Integendeel: het heeft er alle schijn van dat het door de FNV ingebrachte alternatief voor meer dan 90% door de SER gaat worden overgenomen.

Zijn werkgevers en kabinet dan ineens zo werknemers-lievend geworden? Zover is het voorlopig nog niet.

Maar wat wel dreigt te gaan lukken is de drie-dubbelslag die in de FNV voorstellen besloten ligt:

  1. het wettelijk beschermingniveau voor gezondheid en veiligheid van werknemers beter en steviger verankeren bij de overheid
  2. meer ruimte voor maatwerk op bedrijfs- en sectorniveau
  3. een stelsel van arboregels dat vooral een stuk helderder moet worden dan de huidige vaak erg vage en complexe regels. Iets waar werknemers én werkgevers belang bij hebben.

Kernvraag is of de wet voldoende bescherming biedt tegen de risico’s die veiligheid en gezondheid op het werk bedreigen.
Alle risico’s waar de arbowet nu wettelijke beschermingseisen aan stelt, plus de risico’s waarover in arboconvenanten maatregelen zijn afgesproken moeten volgens de SER ook in de toekomst onder de wettelijke bescherming vallen.

De vraag is dan ook niet die van het aantal regels, maar die naar de kwaliteit en werkbaarheid ervan. Dat werkgevers en wellicht de komende tijd ook het kabinet het komende SER-advies richting de eigen achterbannen vooral presenteren als halvering van het aantal regels, doet dan ook géén recht aan wat er in het overleg is bereikt. Maar kennelijk hebben ze deze uitleg nodig.

Wij zeggen: wie de FNV voorstellen – en zeer binnenkort het SER-advies – goed bekijkt, zal ontdekken dat er voor alle betrokkenen ‘voordeel’ te behalen is, maar dat het zekerstellen van het recht op een veilige en gezonde werkplek centraal staat.

Maar het SER-advies in-aanmaak gaat verder: in voor de SER heldere bewoordingen wordt de kern van de kabinetsplannen afgewezen.

Dus:

  • geen onderscheid tussen hoge en lage risico’s
  • geen hoge drempel vooraleer je terecht kunt bij de Arbeidsinspectie
  • geen verslechtering van de medezeggenschap

Toch is de stelling dat het aantal regels zal verminderen op zich niet onjuist. Want ook ons voorstel leidt tot minder wettelijke regels. Dat zit met name in de aanzienlijke hoeveelheid “middelvoorschriften” die uit de wet verdwijnen. Immers, als we de hele serie beleidsregels en alle daaraan gekoppelde NEN- en ISO-normen optellen is dat misschien wel de helft van alle “arboregelgeving”. Arboregelgeving tussen aanhalingstekens omdat beleidsregels en NEN-normen formeel helemaal niet de status van ‘wet’ hebben.

Daarnaast komen ook veel middelvoorschriften in met name het Arbobesluit en de Arboregeling in aanmerking om uiteindelijk uit de wet te verdwijnen – als dat te rijmen is met de Europese regelgeving.

Het betekent echter niet dat werkgevers voortaan volledige vrijheid krijgen om te bepalen hoe men het beleid vorm geeft. Vakbonden en werkgevers maken volgens het SER-advies per branche een zogenaamde ‘arbocatalogus’. Deze arbocatalogus geeft een lijst met voor de betreffende sector toepasbare en praktische maatregelen.

De werkgever kan in relatieve vrijheid uit deze arbocatalogus putten voor het bedrijfsbeleid, maar dan wel binnen een aantal strakke randvoorwaarden:

  • hij moet de te gebruiken middelen bepalen in overleg met de ondernemingsraad, personeelsvertegenwoordiging of betrokken werknemers
  • de maatregelen moeten bij voorkeur aan de bron getroffen worden; persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals oordoppen, blijven ‘een laatste redmiddel’, als andere oplossingen niet mogelijk blijken
  • de maatregelen moeten het doel dienen, met andere woorden: ertoe leiden dat werknemers niet meer in een onveilige of ongezonde situatie moeten werken. Om te bepalen of dat het geval is moet voor alle belangrijke risico’s op het werk een stelsel van wettelijke ‘grenswaarden’ worden ontwikkeld.

Tegenover deze trend om middelvoorschriften uit de wet te halen staat, dat doelvoorschriften en grenswaarden die nu nog niet in de arbowetgeving staan, daar in de toekomst juist wél deel van zullen gaan uitmaken.


Hoe zat het ook alweer? De kabinetsplannen

In juni 2004 maakt de toenmalige staatssecretaris Rutte bekend dat 30% tot 50% van de arboregels wel kon worden geschrapt. Een half jaar later, in november, kwam zijn opvolger met adviesaanvraag aan de SER. In deze adviesaanvraag werd een nieuw stelsel van wettelijke bescherming van arbeidsomstandigheden geschetst:

  • Cruciaal is het onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ risico’s. Er is sprake van een hoog risico als een werknemer hieraan kan overlijden of blijvend gehandicapt raken of als met het risico aanzienlijke kosten zijn gemoeid voor de samenleving.
  • De lage risico’s verdwijnen uit de Arbowet. De volgende serie risico’s werden genoemd als voorbeeld: lang staan, trillingen, RSI, geen daglicht, extreem hoge of extreem lage temperaturen, klimaat op het werk, toiletten en kleedruimten op het werk, gladde vloeren, werken met beeldschermen. Dit was echter slechts een niet gelimiteerde rij, dus we mogen aannemen dat de bescherming voor méér risico’s uit de wet zouden verdwijnen.
  • Voor de hoge risico’s dienen werkgevers en vakbonden in branches samen normen af te spreken wat nog toelaatbaar is. Als sociale partners hier niet in slagen is er sprake van een rol van de overheid. Dit kan leiden tot verschillen in bescherming tussen de ene branche en de andere branche.
  • De mogelijkheid van werknemers om een klacht in te dienen bij de Arbeidsinspectie wordt drastisch beperkt. Dit zou alleen maar mogelijk moeten zijn nadat de werknemer naar de eigen werkgever zou zijn gestapt om verbeteringen te vragen.

Dit was de ernstigste aanval op de wettelijke bescherming van de gezondheid van werknemers van de afgelopen dertig jaar.

Meer info over de kabinetsplannen? Klik hier.


Tweesporenstrategie FNV

De FNV koos eind 2004 voor een tweesporenstrategie:

  1. duidelijk maken met doelgerichte acties hoe belangrijk goede arbeidsomstandigheden zijn
  2. proberen de SER te winnen voor alternatieve voorstellen

Wat spoor één betreft, daar is de meldweek een voorbeeld van.

Wat spoor twee betreft is mede door FNV Bondgenoten een plan ontwikkeld voor een andere opzet van de arbowet.

In dit plan wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijke voorschriften die een norm voor gezond werken vaststellen (de zogenaamde doelvoorschriften) en wettelijke voorschriften die aangeven hoe deze norm bereikt moet worden (de zogenaamde middelvoorschriften). De FNV pleit ervoor om de doelvoorschriften helder en concreet vast te leggen in de wet. De doelvoorschriften gelden ook voor alle risico’s op het werk. Deze normen gelden bijvoorbeeld voor tillen op het werk, voor schadelijk geluid, voor hoge werkdruk, voor lang staan etc.

De middelvoorschriften zijn vaak maatwerk en per branche verschillend. Dit kan wel uit de wet verdwijnen, mits er door sociale partners in de branche afspraken worden gemaakt welke middelen er zijn. Door de FNV is voorgesteld om per branche een arbocatalogus te maken waar werkgevers en werknemers in bedrijven uit kunnen kiezen welke maatregelen men gaat treffen om de norm te halen.

Een meer uitgebreide samenvatting van het FNV-voorstel is te vinden op www.arbobondgenoten.nl

Uiteindelijk zijn na veel overlegrondes ook de werkgevers in grote lijnen bereid dit FNV-voorstel tot een SER-voorstel te maken. Er lijkt zich dus een unaniem advies af te tekenen op basis van onze inbreng.

Dit advies is – 18 mei – nog niet klaar. Maar wordt wel vóór het eind van de maand mei verwacht.

In het Haagse arbojargon is veelvuldig sprake van doelvoorschriften, middelvoorschriften en grenswaarden:

doelvoorschriften: geven aan wát bereikt moet worden, bijvoorbeeld een werknemer mag geen gehoorschade oplopen door teveel lawaai op het werk

grenswaarde: de harde ‘norm’ om aan het doelvoorschrift te voldoen; in het geval van lawaai: een maximale lawaaiblootstelling van 80 decibel.

middelvoorschriften: schrijven voor hoe dat doel bereikt moet worden, b.v. door een machine te omkasten of door oorkappen te verstrekken

Klik hieronder voor de vorige arboberichten

nr 1
(februari 2005)

nr 2
(maart 2005)

nr 3
(april 2005)