Onveiligheid
spoort niet:
Aktie-top
10 FNV Bondgenoten
Laatste
update:18 september 2002
Het
voorjaar 2002 verschenen roodboek 'Onveiligheid spoort niet' bevatte een
catalogus van ruim 70 aktiepunten en oplossingsvoorstellen voor de problemen
met sociale veiligheid (agressie) en 'harde' veiligheid (materieel en
railinfrastructuur) .
Uiteraard
hebben we wel door dat al die punten niet hetzelfde gewicht hebben, en
ook niet allemaal tegelijk aan de orde kunnen komen.
Vandaar
deze aktie-top 10: de voor FNV Bondgenoten 10 meest belangrijke veiligheids-aktiepunten,
die ertoe moeten bijdragen dat het weer veilig toeven wordt op en rond
de Nederlandse spoorwegen.
Bemensing van treinen
en agressie:
1. de 'opvolging'
van agressiemeldingen: als personeel van de spoorwegen - en reizigers
- een beroep doen op overheidsinstanties - regiopolitie dan wel spoorwegpolitie/KLPD,
moeten zij ervan verzekerd kunnen zijn dat assistentie snel ter plekke
is. De reeds in 2000 geformuleerde 'service level' niveaus zijn voor ons
nog steeds maatgevend, en moeten wat FNV Bondgenoten betreft binnen een
jaar voor meer dan 85% gehaald worden.
De bemensing van
potentiële agressie-treinen moet binnen een jaar voor 95% verzekerd
zijn. Dat betekent:
2. garanderen dat
treinen die als potentieel risicovol te boek staan daadwerkelijk met minimaal
twee HC's bemenst zijn; garanderen dat ook in aanbestedingstrajecten sociale
veiligheid bevorderd wordt door de aanwezigheid van voldoende gekwalificeerd,
getraind en aanspreekbaar personeel (conducteur!) aan boord van de trein.
3. inzet van volwaardige PBT-teams op tijden en treinen waar nodig. De
geloofwaardigheid van PBT-teams naar personeel en reizigers moet verzekerd
worden. Dus geen incomplete PBT-teams inzetten, en evenmin op tijden/
treinen waarvan elk weldenkend mens weet dat de risico's marginaal zijn.
4. agressievrij maken van de 5 ernstigste agressielijnen: Zoetermeerlijn,
Hoekse Lijn, Schiphollijn (2x), Flevolijn en Zaanlijn. Ook bij afnemende
agressie vasthouden aan de intensivering van aktiviteiten, die daarna
tevens van toepassing wordt op andere (risico)lijnen. Dus niet verschuiven
van de inzet (en daarmee weer terughalen van de problemen), maar starten
op de vijf speerpuntlijnen, en vandaaruit als een olievlek verder.
Spoorwegveiligheid:
Het groeiend aantal
passages van Stoptonend Sein moet op de kortst mogelijke termijn worden
omgebogen. Daartoe zijn een viertal maatregelen dringend noodzakelijk
5. binnen 1 jaar
vervangen van alle slecht zichtbare dan wel dubbelzinnige seinopstellingen
6. binnen een jaar optimaliseren van ARI: geen gedeeltelijke rijwegvrijgaves
meer
7. vanaf 2003 tot 2005 versneld invoeren van 'ATB nieuwe generatie', die
ook bij snelheden van minder dan 40 km uur ingrijpt
8. binnen een jaar optimaliseren en vereenvoudigen van communicatiemiddelen
(geen 'witte vlekken' meer, geen gegoochel met een handvol verschillende
communicatiemiddelen), en de communicatie vanuit de trein richten op één
goed bereikbaar, bemenst en gekwalificeerd loket voor de afhandeling van
probleem-, storings- en calamiteitenmeldingen. Dit om te voorkomen dat
de aandacht van de machinist vermindert door slecht werkende hulpmiddelen
en onbereikbare organisatie (verkeersleiding, call centre). Bovendien
is dit een stap om te bereiken dat de informatie aan personeel én
reizigers weer op een aanvaardbaar niveau komt.
Eén onafhankelijke
Ombudsman voor spoorwegveiligheid, sociale veiligheid en arbo
9. binnen een jaar verbeteren van de afhandeling van agressie- en onveiligheidsmeldingen
door het instellen van één onafhankelijk, goed bereikbaar
en bemenst meldpunt voor spoorwegveiligheid, sociale veiligheid en arbo-knelpunten
('ombudsman') voor alle spoorgerelateerde bedrijven. Garanderen (en bewaken)
van de terugkoppeling van meldingen aan de melder en bewaken van het oplossingstraject.
Stations:
10. in samenwerking
met de overheid opstellen en ten uitvoer brengen van integrale plannen
om te komen tot veilige stations en emplacementen. Daarbij moet techniek
nadrukkelijk als aanvulling op menselijke aanwezigheid gelden en niet
als vervanging daarvoor. Deze maatregelen koppelen aan een in 2003 gezamenlijk
door spoorwegen, reizigersorganisaties en vakbonden in te stellen 'Keurmerk
Veilig Station'.
|