De pauze van ten minste tien minuten na twee uur beeldschermwerk is noodzakelijk als het niet mogelijk is beeldschermwerk af te wisselen met andersoortig werk.
De duur van de pauze is afhankelijk van de intensiteit van het beeldschermwerk.
In de ministeriële toelichting op het arbobesluit van 1997 wordt tien minuten als minimale maatstaf gehanteerd. Daarmee heeft dit voor de rechter en voor de Arbeidsinspectie de waarde van een te hahdhaven 'norm' gekregen. De minister baseert zich daarbij overigens op wetensachappelijk onderzoek, net als bij de bepaling van de maximale dagelijkse beeldschermwerktijd op 5 tot 6 uur.
Precies staat er in de ministeriële toelichting het volgende:
"Indien de arbeid aan een beeldscherm wordt afgewisseld door rusttijden verdient het
aanbeveling de lengte van deze rusttijden (afhankelijk van de intensiteit van de arbeid) te bepalen op
ten minste tien minuten." (Toelichting op arbobesluit artikel 5.2.4)
|