Praktische tips om overwerk
en werkdruk te beperken
Laatste update: 29 maart 2005
Overwerk:
je kan het maar beter voorkomen
Overwerk kan overal
wel eens voorkomen. Maar het wordt vervelend als te vaak terugkeert. Meestal
liggen hier structurele oorzaken aan ten grondslag. Bijvoorbeeld: het
niet goed plannen van vakanties.Of niet aan je werk toekomen door de vele
langdurige vergaderingen, of omdat je alleen maar bezig bent met branden
blussen. Het niet goed inwerken van nieuwe medewerkers,
onefficiënte processen en procedures, een verkeerde afstemming tussen
de werkhoeveelheid en de bezetting, allemaal factoren die overwerk in
de hand werken.
Door dit soort oorzaken
gericht aan te pakken is overwerk voor een gedeelte te voorkomen.
De kunst is dan ook te ontdekken door welke structurele oorzaken overwerk
voorkomt, zodat maatregelen genomen kunnen worden. Voor iedere organisatie
zal dat anders zijn. Maatwerk is dus vereist. Voor het krijgen van inzicht
in oorzaken en oplossingsrichtingen in een bedrijf is de Quick
Scan Werkdruk een goed instrument.
Ter illustratie staan
hieronder vier voorbeelden uitgewerkt van mogelijke oorzaken van overwerk
met bijbehorende maatregelen. De genoemde maatregelen zijn vaak voor de
hand liggend. Maar in de praktijk blijkt dat problemen rondom overwerk
te vaak blijven hangen in deeloplossingen.
De hieronder genoemde
voorbeelden pretenderen niet voor alle organisaties toepasbaar te zijn.
Niet voor iedere organisatie liggen oorzaken en oplossingen hetzelfde.
Deze voorbeelden hebben
de intentie stimulerend te werken en een paar problemen en oplossingen
van overwerk in een kader te stellen.
1. Goed plannen
van de vakantie
Een van de oorzaken
voor overwerk in vakantieperiodes is een gebrekkige vakantieplanning.
Iedereen wil graag in dezelfde periode op vakantie. Zijn er teveel mensen
tegelijkertijd weg, dan moeten de achterblijvers een stapje harder doen
en langer door werken. Met een goede vakantie planning zijn veel problemen
te voorkomen.
|
Regels
voor een goede vakantieplanning
-
Begin vroeg met het inventariseren van de vakantiewensen. Bij
voorkeur voor 1 april opgeven wanneer een ieder in het komende
jaar op vakantie wil.
-
Inventariseer tevens hoe het werkaanbod zich in de vakantieperiode
zal ontwikkelen. In sommige branches zie je dat het werkaanbod
in vakantieperiodes daadwerkelijk lager wordt; in andere branches
is dat wellicht hoger.
-
Spreek duidelijk af hoe vakantiewensen worden gehonoreerd. Bijvoorbeeld:
niet langer dan 3 weken aaneengesloten, werknemers met schoolgaande
kinderen krijgen voorrang bij het inplannen van vakantie, tijdens
de belangrijkste vakantieperiodes (zomer en kerst) kunnen geen
extra vrije dagen worden opgenomen.
-
Maak voor 1 maart de vakantieplanning definitief. In het eerste
kwartaal kunnen dan eventuele problemen doordat mensen te veel
tegelijkertijd op vakantie willen in overleg opgelost worden.
-
Beperk de werkzaamheden tijdens de grote vakantieperiodes. Bijvoorbeeld:
- geen onderhoud plannen
- geen scholingsdagen plannen
- zo mogelijk productie beperken
- wellicht een korte periode een collectieve vakantie
plannen
-
Maak afspraken wat de minimale bezetting op een afdeling of
per ploeg moet zijn. Bedenk dat het ziekteverzuim tijdens de
zomerperiode in de regel meestal lager is dan normaal.
-
Spreek af hoe een eventuele onderbezetting opgelost wordt:
- vakantiewerkers/uitzendkrachten
- overwerk
- terugkomdiensten
- overschakelen van 5 - naar 4 ploegendiensten gedurende een
beperkte periode.
Al deze oplossingen hebben nadelen. En ze zijn niet in elk bedrijf
toepasbaar.
Uitgangspunt
moet in elk geval zijn dat de werknemers die niet op vakantie zijn,
niet extra hard en lang moeten werken om de werkzaamheden voor elkaar
te krijgen.
|
2. Ontdek de structuur
en oorzaken van overwerk en werkdruk i.p.v. branden blussen
In organisaties waar
veel afstemming plaats vindt kan men enorm veel tijd kwijt zijn om gemaakte
fouten en ontstane problemen op te lossen. Voor je het weet bestaat het
werk grotendeels uit branden blussen en is voor het eigenlijke werk onvoldoende
tijd, waardoor meer fouten gemaakt worden etc. De vicieuze cirkel rondom
branden blussen is hiermee geboren en alleen door structureel overwerk
krijgt men het werk nog af.
De kunst bij deze problematiek is om zicht te krijgen op structurele oorzaken
van problemen en fouten. Voor medewerkers van de afdeling zelf is dat
vaak lastig, omdat ze er zelf een onderdeel van zijn. Hulp van iemand
die niet direct op de afdeling werkt kan vaak goed helpen.
Aangezien deze aanpak
op korte termijn tijd kost (maar op lange termijn veel tijd oplevert),
moet de noodzaak gezien worden om hier prioriteit voor te maken. Zonder
dit besef is een structurele aanpak nutteloos.
|
Richtlijnen
voor een goede aanpak
- Gedurende
een korte periode moet iemand voor een deel van zijn tijd vrijgemaakt
worden om de kar te trekken. Steun van de leiding is hierbij
onontbeerlijk.
- Door gerichte
interviews, brainstormsessies, het bestuderen van beheersinformatie
of andere methoden kan de betreffende persoon inzicht krijgen
in de problemen en fouten en hun achterliggende oorzaken. Resultaat
van deze stap is een overzicht van problemen en fouten, hoe
vaak ze voorkomen en wat de oorzaken zijn.
- In overleg
met de afdeling en leiding worden maatregelen bedacht die de
problemen structureel kunnen oplossen.
- Na het
bepalen van de belangrijkste maatregelen worden deze projectmatig
en aangestuurd door de leiding ingevoerd. Begin altijd met enkele
quick wins', d.w.z. maatregelen die het snelst effect
sorteren en draagvlak vergroten.
- Ten slotte
vindt evaluatie van het geheel plaats. Belangrijke vraag hierbij
is of de maatregelen substantieel effect hebben gehad op overwerk.
|
3. Effectief en
efficiënt vergaderen
Sommige medewerkers
brengen relatief veel tijd door in de vergaderzaal. Het probleem kan zich
daarbij voordoen dat ze van de ene vergadering naar de andere rennen en
het gevoel hebben dat geen enkele vergadering een optimaal rendement meer
heeft. Bovendien ontbreekt het ze aan voldoende tijd om de afgesproken
acties ook uit te voeren, wat vaak weer leidt tot nieuwe vergaderingen...
Als medewerkers te veel vergaderen en vergaderingen niet goed georganiseerd
worden kan dit veel extra tijd kosten, waardoor andere zaken in het gedrang
kunnen komen en buiten werktijd uitgevoerd moeten worden. Door een goede
organisatie van vergaderen is te voorkomen dat dit structureel voorkomt.
Slechte organisatie
van vergaderingen betekent dat:
- er geen duidelijke agenda vooraf is
- relevante informatie niet vooraf wordt toegezonden, maar ter plekke
uitgedeeld
- vergaderingen te laat beginnen
- vergaderingen te lang duren, een geplande eindtijd ontbreekt, of overschreden
wordt
- een verslag of lijst met besluiten en actiepunten ontbreekt of veel
te laat wordt rondgestuurd
- afgesproken actiepunten niet goed worden nagekomen
- deelnemers niet worden aangesproken op het niet nakomen van afspraken
Dit lijstje is uiteraard
niet compleet. Afhankelijk van de situatie kunnen goede vergaderafspraken
een oplossing bieden. Maar met afspraken alleen kom je er niet, zeker
niet als het beperkt blijft tot een papiertje aan de muur. Verantwoordelijken
moeten de noodzaak zien van een goede vergaderorganisatie en hierin actief
optreden.
De afspraken kunnen relatief snel gemaakt worden; daadwerkelijk invoeren
vergt vaak een stuk meer tijd en draagvlak.
In organisaties met
een ouderwetse vergadercultuur is het vaak zinvoller eerst te kijken naar
een aantal andere structurele zaken zoals
- wat voor vergaderingen zijn er allemaal
- wat zijn de doelstellingen van de vergaderingen
- wie hoort er bij welke vergadering aanwezig te zijn
- wat hoort de frequentie en duur van vergaderingen te zijn
Dit zijn fundamentele zaken die soms niet zonder weerstand te veranderen
zijn. Zorgvuldig bekijken en een gedegen van boven gedragen aanpak zijn
hierbij belangrijke succesfactoren.
4. Goed inwerken
van nieuwe (tijdelijke) medewerkers
Iedere organisatie
heeft te maken met nieuwe medewerkers, zowel tijdelijk als structureel.
Een nieuwe medewerker voelt zich zelden direct thuis; het is altijd even
wennen. Tevens presteert een nieuwe medewerker in de beginperiode nooit
zo goed als een ervaren medewerker. Hoe beter een nieuwe medewerker ingewerkt
wordt, hoe sneller zij of hij zich thuis voelt en hoe sneller en effectiever
zij of hij kan doen wat er van haar/ hem verwacht wordt.
Dit heeft ook een positief effect op de hoeveelheid werkzaamheden die
anderen doen, en daarmee op overwerk. Goed inwerken heeft zo dus indirect
een positieve invloed op het terugdringen van overwerk.
Goed inwerken kan beschreven worden in een inwerkplan. Aangezien inwerken
per afdeling en zelfs per functie kan verschillen geeft onderstaand inwerkplan
alleen een raamwerk aan, wat door leidinggevende verder ingevuld kan worden.
|
Algemene
regels voor een goed inwerkplan
-
Stel vast hoelang een introductieperiode duurt.
-
Zorg voor een goede begeleiding tijdens de inwerkperiode. Dat
kan naast de leidinggevende ook een mentor / coach zijn. De
direct leidinggevende is verantwoordelijk; zorg dat deze de
nieuwe medewerker regelmatig spreekt over de voortgang.
-
Zorg dat er een checklist is van zaken die moeten gebeuren voordat
de nieuwe medewerker daadwerkelijk begint. Stuur zo mogelijk
vooraf aan de medewerker informatie over de werkzaamheden (bijv.
taakinhoud, jaarplan en organogram).
-
Zorg voor een goede opvang van de medewerker de eerste dag.
De eerste klap is een daalder waard. Een prettige ontvangst,
duidelijke uitleg over wat er van hem verwacht wordt, een korte
uitleg van werkzaamheden, rondje door het gebouw en kennismaking
met een paar collega's die daar tijd voor krijgen zijn essentiële
onderdelen hierbij.
-
Zorg voor een gericht kennismakingspakket en neem dit door met
de medewerker. Dit kan variëren van spelregels op de afdeling,
ziekmeldingsprocedure tot uitleg van te gebruiken machines of
computer.
-
Maak een inwerkprogramma dat concreet gericht is op aspecten
die voor de functie in de introductieperiode geleerd moeten
worden. Zorg voor een actieve begeleiding gedurende de introductieperiode.
Richt het inwerkprogramma niet alleen op de directe werkzaamheden,
maar ook op de ondersteunende diensten (bijvoorbeeld ICT, facilitaire
zaken).
-
Eindig de introductieperiode met een gesprek, waarin wordt besproken
hoe de inwerkperiode is verlopen. Bespreek hierin expliciet
wat de medewerker nog moet leren om goed te functioneren.
|

|