Arboconvenanten en arbo-risico's

0
Welke onderwerpen worden er in arboconvenanten afgesproken en wie bepaalt dat?

De arboconvenanten nieuwe stijl zijn gericht op:

* bedrijfstakken (met name ‘hoogrisico-bedrijfstakken)
* risico-onderwerpen (‘prioritaire arbeidsrisico’s’)

Zowel de ernst van het risico als het aantal blootgestelde werknemers zijn factoren die een convenant noodzakelijk kunnen maken. Op basis van gegevens van de Arbeidsinspectie en het CBS (arbomonitor) heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een eerste selectie gemaakt van bedrijfstakken en onderwerpen waarin men in elk geval tot arboconvenanten wil komen.

Bij het koppelen van onderwerpen aan bedrijfstakken, hanteert de overheid de volgende maatstaven:

* 40% van de mensen die in die bedrijfstak werkt is aan het arbeidsrisico blootgesteld
OF * er werken minimaal 50.000 mensen in die bedrijfstak
Prioritaire onderwerpen:

  1. tillen
  2. werkdruk
  3. OPS (organisch psycho-syndroom tengevolge van blootstelling aan oplosmiddelen)
  4. RSI (‘muisarm’)
  5. schadelijk geluid
  6. blootstelling aan allergie-opwekkende stoffen (allergenen)
  7. blootstelling aan kwarts, schadelijk geluid (meer dan 80 decibel)

Daarnaast bestaat ook ruimte om afspraken over reïntegratie van arbeidsongeschikte werknemers in een convenant op te nemen. FNV Bondgenoten acht deze ‘end of pipe’ methode (het kwaad is al geschied) alleen zinvol als deze onderdeel is van een voor iedereen geldende preventieve aanpak en dus niet op zichzelf staat. Bedrijfstakken kunnen zich ook zelf melden of zelf risico’s aangeven waarover ze een convenant willen afsluiten. Dit zijn de zogenaamde ‘zelfmelders’. Hierbij geldt overigens dat werkgevers en werknemers het met elkaar eens moeten zijn.

Tot slot kunnen bedrijfstakken ook zelf onderwerpen (arbeidsrisico’s) in het convenant opnemen (b.v. arbeidsongevallen) als daar voldoende aanleiding voor is. Dit geldt ook voor maatregelen om zieke werknemers weer aan het arbeidsproces te laten deelnemen.