Arboconvenanten en overheid

0
Hoe kunnen we de naleving van convenanten controleren en eventueel afdwingen?

Hierover wordt nog driftig gedebatteerd. Toch tekent zich een aantal mogelijkheden af:

a) van convenantspartijen wordt in elk geval verwacht dat ze in een convenant afspraken maken over de wijze waarop ze controle en naleving (handhaving) gaan regelen. De Arbeidsinspectie kan daar eventueel een rol in spelen, maar stelt zich tot op heden nogal terughoudend op t.a.v. een handhavende rol in het kader van arboconvenanten.

b) door een ‘schakelbepaling’ op te nemen in de CAO kan een arboconvenant deel uitmaken van een contract tussen werkgevers en bonden. Beide partijen zouden langs die weg ook juridisch aanspreekbaar zijn op de naleving van het convenant. Bovendien kan in een bedrijfstak-CAO het convenant op die manier binnen het kader van de ‘Algemeen Verbinden Verklaring’ worden getrokken: de gemaakte afspraken gelden voor iedereen in de bedrijfstak.

c) Algemeen Verbindend Verklaren van het arboconvenant zelf: wat voor een totale CAO geldt, zou desgewenst ook voor een arboconvenant afzonderlijk kunnen gelden: de mogelijkheid tot ‘Algemeen Verbindend Verklaren ‘ (AVVen in vakbonds- en werkgeversjargon). Daarmee gelden de gemaakte afspraken voor alle bedrijven in de betreffende bedrijfstak.(Collectieve overeenkomst) vallen. De haalbaarheid van deze constructie wordt momenteel onderzocht, en zou extra aantrekkelijk kunnen zijn voor bedrijfstakken waar geen bedrijfstak-CAO, maar wel een arboconvenant van kracht wordt.

d) convenantsafspraken zouden een ‘vertaalslag’ op bedrijfsniveau kunnen krijgen middels een bedrijfsconvenant. Afsluitende partijen (werkgever, medezeggenschapsorgaan en/of vakbond) zouden ook op dit niveau kunnen overeenkomen, de naleving van de afspraken geheel of gedeeltelijk afdwingbaar te maken.

e) om haar handhavende rol op juridisch juiste wijze te kunnen vervullen, moet de Arbeidsinspectie zich kunnen baseren op (semi-)wettelijke voorschriften, waar betrokkenen zich aan hebben te houden. Alleen het overtreden van dergelijke voorschriften kan leiden tot juridische actie. Kort en goed: de Arbeidsinspectie moet kunnen aangeven dat u artikel zus en zo hebt overtreden. Daarom overweegt de overheid de bepalingen in arboconvenanten te gebruiken voor het formuleren van zogenaamde beleidsregels. Dit zijn semi-wettelijke voorschriften die de Arbeidsinspectie gebruikt bij haar handhavende taak. Hoewel de discussie nog in volle gang is, gaan de gedachten uit naar twee mogelijkheden:

  • beleidsregels die van toepassing zijn op convenanten die in een bepaalde sector zijn afgesproken (sectoraal geldige beleidsregels dus); probleem daarbij is het risico dat ‘rechtsongelijkheid’ ontstaat tussen verschillende sectoren: een beleidsregel die voor probleem a in sector b geldt, zou ook van kracht moeten zijn voor probleem a in sector c, althans wanneer de sectoren enigszins vergelijkbaar zijn. Hier dreigt een spanningsveld tussen maatwerk, afdwingbaarheid en rechtsgelijkheid!
  • het vertalen van maatregelen en oplossingen in een bepaalde sector naar bepalingen die overal geldig zijn (algemeengeldige beleidsregels).

Nadeel van de aanpak door middel van beleidsregels is:

  • òf er ontstaat opnieuw een oerwoud van (verschillende) regels per sector (en daar had de overheid net in 1997 een einde aan gemaakt door alle sectorale arbobesluiten om te bouwen tot 1 arbobesluit); dit nog los van de juridische aspecten (rechtsongelijkheid)
  • òf het maatwerk dat met convenanten wordt beoogd, verdwijnt weer middels een meer algemeengeldige beleidsregel;
  • òf zeer veel onderdelen van een convenant komen niet in aanmerking voor ‘vertaling’ naar een beleidsregel, en zijn – langs die weg – dan ook niet of moeilijk te handhaven

f) daarnaast zullen veel arboconvenanten bepalingen bevatten die een nadere invulling en concretisering zijn van al bestaande wettelijke voorschriften. In dat geval kan de Arbeidsinspectie zich dus altijd baseren op de al bestaande wetgeving om verbaliserend op te treden. De Arbeidsinspectie heeft dan een aantal middelen ter beschikking, variërend van waarschuwing en bestuurlijke boete tot proces-verbaal, eis en aanwijzing.

g) Overigens hebben ook werkgevers er belang bij dat goede handhavingsafspraken worden gemaakt. Anders zou wellicht concurrentievervalsing optreden van de zijde van malafide werkgevers.

FNV Bondgenoten vindt goede afspraken over de handhaving van arboconvenanten van het grootste belang, om de doelstellingen van arboconvenanten daadwerkelijk te realiseren, en om onwillige werkgevers niet de ruimte te geven de convenantsdoelstellingen en – afspraken te ondergraven. Knelpunten met werkgevers die zich zelf actief en positief opstellen om de convenantsafspraken uit te voeren, zullen dan uiteraard op andere wijze moeten worden opgelost. Verder waarschuwen wij voor een onderscheid tussen ‘witte’ (= middels b.v. beleidsregels te handhaven) en ‘grijze’ (niet op die wijze te handhaven) convenantsafspraken. Het heeft waarschijnlijk de voorkeur de afspraken in een convenant in hun geheel onder een ‘handhavingsregime’ te brengen.
daarnaast moeten ook andere, minder rigoureuze middelen om knelpunten op te lossen tot ontwikkeling gebracht worden.

Tot slot nog dit: ook al lijkt het er op dat de juridische afdwingbaarheid te wensen overlaat, het feit dat bedrijfstakken door het afsluiten van arboconvenanten publiekelijk ‘de nek uitsteken’, en zich publiekelijk committeren aan doelstellingen en resultaten is een grote stap vooruit, vergeleken met de situatie waarin het wel of niet actief werken aan betere arbeidsomstandigheden feitelijk ‘in het verborgene’ plaatsvond. Dit stuk ‘openbaarheid’ van arbeidsomstandighedenbeleid binnen bedrijfstakken is misschien wel een betere ‘stok achter de deur’ voor het boeken van resultaten dan langdurige, en voor weinigen te doorgronden juridische procedures .
Voorwaarde is uiteraard wel dat afspraken, vorderingen en resultaten zoveel mogelijk openbaar zijn!