Branche-instrumenten voor de RIE

0

laatste update: 2 november 2005

Onder voorwaarden: lichtere RIE-toets

Tot 2005 moest elk bedrijf zijn Risico Inventarisatie en Evaluatie door de arbodienst laten toetsen op compleetheid, actualiteit en juistheid. Inclusief een rondgang door het bedrijf om de werkelijke situatie te aanschouwen.

Sinds 2005 is door het kabinet en door het instituut dat de certificatie van arbodiensten regelt een versoepeling van die toetsingsverplichting doorgevoerd:

Wat vindt FNV Bondgenoten daarvan?

Een goede RIE is in potentie een belangrijk instrument om systematisch de arbo-risico’s in een bedrijf aan te pakken, en daarmee veiligere en gezondere werksituaties voor werknemers tot stand te brengen. Jammer genoeg is de RIE nu vaak puur een papieren exercitie, waarbij de risico’s worden geïnventariseerd, waarna de ingevulde checklist en de adviezen in een bureaula verdwijnen.

FNV Bondgenoten wil juist dat de RIE een hulpmiddel is dat partijen in een bedrijf activeert om op een goede manier arboproblemen aan te pakken.

In vergelijking met de oude situatie vindt FNV Bondgenoten een branche RIE zonder dat de arbodienst langskomt niet per definitie een vooruitgang.
Zowel in de oude als de nieuwe situatie kan een RIE een papieren document blijven. FNV Bondgenoten staat daarom betrekkelijk neutraal tegenover het fenomeen branche-RIE’s: we zijn niet tegen, maar zeker ook niet voor.

Werkgevers willen maar al te graag

Veel werkgeversorganisaties zijn bijzonder happig om met de vakbond een branche-instrument voor de RI&E af te spreken. Ze weten hiermee aanzienlijke besparingen in geld voor hun leden – de werkgevers – te bereiken. Een RIE die niet of in mindere mate door de arbodienst hoeft te worden getoetst is immers een stuk goedkoper.

FNV Bondgenoten wordt dus veelvuldig benaderd door werkgeversorganisaties die tot een branche-RIE willen komen.

Wanneer doet FNV Bondgenoten mee?

Wanneer FNV Bondgenoten wordt benaderd door werkgeversorganisaties is de bond bereid om mee te werken aan de totstandkoming van een branche RIE als aan een aantal minimale voorwaarden is voldaan:

  1. het verzoek gaat uit van een bekende en betrouwbare werkgeversorganisatie. Wil men het instrument zonder verdere toetsing óók in bedrijven met minder dan 11 werknemers kunnen hanteren, dan is bovendien een vereiste dat afspraken in een CAO worden vastgelegd.
  2. er wordt in de branche voldoende aan preventief arbobeleid gedaan (dit blijkt bijvoorbeeld uit een arboconvenant, normen op arbogebied in de CAO, etc.);
  3. de branche RIE voldoet aan een aantal criteria (bijvoorbeeld: volledigheid en toegankelijkheid, de stand der techniek weergeven en niet subjectief vanuit de werkgever zijn in te vullen (klik hier voor een lijst met criteria);
  4. er is door de branche of werkgeversvereniging financiering geregeld zodat een door FNV Bondgenoten aan te wijzen externe deskundige namens de vakbond de technische beoordeling van de RIE kan verrichten. Helaas heeft FNV Bondgenoten zo ontzettend veel andere prioritaire arbo-onderwerpen op zijn bord dat voor deze operatie onvoldoende eigen krachten en middelen zijn vrij te maken.
    (klik hier voor meer informatie over de beoordeling van het instrument door de vakbond).

Brancheorganisaties die binnen het werkterrein van FNV Bondgenoten (grofweg: dienstverlening, handel, industrie, vervoer en landbouw) opereren en overeenstemming wensen over een digitale RI&E voor de branche, kunnen zich wenden tot de vakbondsbestuurder in debetreffende branche of tot FNV Bondgenoten, t.a.v. Jan Warning, Postbus 9208, 3506 GE Utrecht. Op korte termijn wordt dan contact opgenomen over de verdere procedure.

Criteria waarop FNV Bondgenoten een branche-RIE beoordeelt

  1. De RIE moet leiden tot activiteiten
    De RIE moet niet alleen een beschrijving zijn van huidige bestaande risico’s, maar moet vooral bijdragen en leiden tot oplossingen.
  2. De RIE is volledig
    Alle arbo-risico ’s die in het bedrijf aan de orde zijn moeten onderdeel zijn van de RIE. Het gaat hier om algemeen erkende arbo-risico’s, die bijvoorbeeld worden genoemd in de arbo-informatiebladen van de overheid.
  3. De RIE moet de stand der techniek weergeven
    Voor veel risico’s zijn in de branche oplossingen beschikbaar. De branche RIE moet het bedrijf dat de RIE uitvoert als het ware naar de specifieke oplossingen leiden. Ook moet duidelijk zijn dat bedrijven eraan zijn gehouden om de stand der techniek toe te passen.
  4. Integratie branche-oplossingenboeken
    In veel branches zijn in het kader van een arboconvenant ‘oplossingenboeken’ opgesteld.
    Te denken valt aan een oplossingenhandboek fysieke belasting, een meetkoffer schadelijk geluid of richtlijnen voor het inroosteren van collega’s. Deze branche specifieke instrumenten vormen onderdeel van de stand der techniek en dienen dus onderdeel te vormen van de branche RIE.
  5. Toegankelijkheid
    De benaderingswijze en indeling van de branche RIE moet voor de gebruikers (d.w.z. in eerste instantie een preventiemedewerker uit de branche) logisch voorkomen.
  6. Niet subjectief vanuit de werkgever in te vullen
    Er zijn nogal wat arbo-risico’s waarover de werkgever en de werknemers in een bedrijf erg verschillend kunnen denken. Bij een vraag als ‘Is er sprake van hoge werkdruk in het bedrijf?’ kunnen verschillende partijen verschillende antwoorden geven. Een goede branche RIE geeft richting hoe risico’s op een objectieve wijze in kaart worden gebracht.
  7. Betrokkenheid werknemers in bedrijf
    Bij het maken van een RIE in een bedrijf moeten ook de werknemers worden betrokken.
  8. Betrokkenheid medezeggenschap bij opstellen branche RIE Uiteraard moet ook de ondernemingsraad of PVT een rol krijgen bij het opstellen van de RIE. En de rol van de medezeggenschap dient in de RIE te worden beschreven.
  9. Digitalisering maakt RIE meer toegankelijk
    Een digitale RIE voorkomt overbodige vragen (bij niet aanwezige bedrijfsprocessen) en maakt het mogelijk om door te vragen bij probleemsignalering. Verder kunnen berekeningen bij instrumenten worden geautomatiseerd. Ook kan de prioritering die leidt tot het plan van aanpak worden geautomatiseerd. Overigens dient wel gemotiveerd afgeweken te kunnen worden van deze prioritering.
  10. Rol, taak en faciliteiten preventiemedewerker
    De overheid heeft geen heldere omschrijving gegeven van taken, bevoegdheden en faciliteiten van de preventiemedewerker en verwijst daarvoor naar de RIE. Hieruit volgt dat de taak en faciliteiten van de preventiemedewerker in de branche RIE aan bod moeten komen.
  11. Begrenzing in de tijd
    Omdat de stand der techniek verandert zal een branche RIE altijd in de tijd gedateerd zijn. Een branche RIE zal slechts een beperkt aantal jaren mee kunnen en zal daarna moeten worden herzien.
  12. Werkgever blijft verantwoordelijk
    Duidelijk moet zijn dat een branche RIE een hulpmiddel is om risico’s in bedrijven in de branche in kaart te brengen. Het blijft echter mogelijk dat er in bepaalde bedrijven specifieke andere risico ’s zijn. De werkgever blijft verantwoordelijk om ook risico’s aan te pakken die niet in de branche RIE zijn genoemd.

FNV Bondgenoten beoordeelt de kwaliteit van de branche RI&E

FNV Bondgenoten maakt in voorkomende gevallen een eigen beoordeling of een aangeboden branche RI&E van voldoende goede kwaliteit is om er de handtekening onder te zetten. Veelal zijn branche RI&E’s gemaakt met behulp van deskundigen van een arbodienst of een gespecialiseerd bureau.

De betrokkenheid van een gerenommeerd bureau bij een branche RI&E ontslaat FNV Bondgenoten echter niet van de verantwoordelijkheid om ook zélf de RI&E nauwkeurig te beoordelen.

Een beoordeling, overleg met werknemers en met makers van de digitale RI&E kost veel tijd van gespecialiseerde mensen. Om toch aan de wens van veel werkgevers tegemoet te kunnen komen, is een klein netwerk opgericht van aan FNV Bondgenoten gelieerde externe deskundigen. Door dit netwerk van externe deskundigen kan een beoordeling door de vakbond toch relatief snel worden gedaan.

pijltop-4439328

bron-3635718