Manifest
FNV Bondgenoten
"De gevaarlijke
klant"
Vakbond en
sociale veiligheid
Laatste
update: 18 november 2002
1.
Elk bedrijf met risico's op gebied van sociale onveiligheid moet in de
risico-inventarisatie en evaluatie expliciet deze risico's in kaart brengen
en een plan van aanpak opstellen
Op dit moment moet,
volgens de letter van de Arbowet, in de risico-inventarisatie en evaluatie
(ri&e) van bedrijven aandacht worden besteed aan risico's op gebied
van sociale veiligheid. Het gebeurt alleen niet in de praktijk. Er bestaat
weinig expertise van arbodiensten op dit onderwerp en ook de Arbeidsinspectie
controleert niet of deze onderwerpen in de ri&e zijn opgenomen.
Het is daarom van belang deze verplichting expliciet in de Arbowet op
te nemen en hierop te controleren. Elk bedrijf moet minimaal op drie onderwerpen
een plan van aanpak opstellen: voorzieningen, mensen en procedures (zie
voor een uitwerking de volgende punten in het mani-fest).
2. Elk
bedrijf moet jaarlijks de communicatie met klanten evalueren op onderwerpen
die moge-lijk tot agressief gedrag kunnen leiden
Agressief gedrag
valt niet goed te praten. Toch moet erkend worden dat bedrijven soms andere
verwachtingen over de dienstverlening wekken dan wordt waargemaakt. Als
de bus vertraging heeft of als de klant eindeloos moet wachten voordat
hij of zij aan de telefoon of de balie wordt geholpen, dan wekt dat irritatie
op.
Het is daarom noodzakelijk dat bedrijven de communicatie met klanten tegen
het licht houden. Worden verwachtingen waargemaakt? Zijn procedures helder
en vanuit het oogpunt van de klant niet onnodig omslachtig? Als er een
storing is in de dienstverlening, hoe vindt dan de communicatie met klanten
plaats?
3. Elk
bedrijf met risico's op gebied van sociale onveiligheid moet investeren
in voorzieningen om de veiligheid te vergroten
Er bestaat een
hele reeks voorzieningen die in aanmerking komen:
a. vermindering van de beschikbaarheid van contant geld binnen handbereik
van werknemers (door het automatisch afvoeren van geld of het mogelijk
maken of be-vorderen van pin-betalingen);
b. beveiliging van goederen;
c. toezicht door middel van camera's of andere elektronische registratie;
d. toegangscontrole (bijvoorbeeld in het openbaar vervoer).
De overheid kan de aanschaf van deze investeringen aantrekkelijker maken
door fiscale maatre-gelen (de farbo-regeling).
Het ondernemingsbeleid mag zich niet uitsluitend richten op de aanschaf
van voorzieningen. de techniek is een aanvulling op mogelijkheden van
werknemers en geen vervanging van werkne-mers.
4. Elk
bedrijf moet procedures vastleggen om risico's te verminderen en hoe te
handelen bij calamiteiten
Bedrijven kunnen
sociale veiligheid vergroten door te werken volgens goede procedures.
Proce-dures kunnen betrekking hebben op het communiceren met klanten,
het omgaan met klachten van klanten, het beveiligen van goederen, het
omgaan met voorzieningen en het handelen bij calamiteiten.
5. Elk
bedrijf moet ofwel professioneel beveiligingspersoneel zelf in dienst
hebben ofwel (mo-gelijk in groepsverband) een overeenkomst hebben met
een bewakingsbedrijf of de politie
Het toezicht houden,
gezag uitstralen, handelen bij escalaties en eventueel fysiek optreden
is een vak apart en mag niet tot de taak van de gewone werknemer worden
gerekend.
Daarvoor dienen bedrijven, mogelijk in groepsverband (zoals de winkeliersvereniging),
een over-eenkomst af te sluiten met een beveiligingsbedrijf of de politie.
Grotere bedrijven dienen bewa-kingspersoneel zelf in dienst te hebben.
6. Elk
bedrijf moet minimaal één keer per jaar een training geven
aan het personeel over hoe om te gaan met gevaarlijke situaties
Net zoals met fysieke
veiligheid is het noodzakelijk dat werknemers bij sociale veiligheid weten
hoe te handelen. Welke procedures moeten worden gevolgd? Hoe om te gaan
met agressieve of criminele klanten? Hoe te voorkomen dat een situatie
escaleert? Hoe wordt slachtofferhulp geboden?
Elke werknemer moet jaarlijks een training krijgen om gevaarlijke situaties
het hoofd te bieden. Uiteraard moeten de aangewezen bedrijfshulpverleners
extra opleiding krijgen op het gebied van slachtofferhulp of ontruiming
bij calamiteiten.
De trainingen moeten een onderdeel vormen van een leercyclus: doelen stellen,
effect meten, bijsturen. Veel trainingen zijn hier nog onvoldoende op
gericht.
7. Alle
werknemers in beroepen met risico's op agressie en criminaliteit moeten
worden voor-zien van een mogelijkheid om binnen drie minuut hulp in te
roepen
Veel onveilige
situaties in contacten met klanten doen zich voor als de werknemer alleen
is of zich in een kwetsbare positie bevindt. Het komt voor als de werknemer
alleen in de winkel of het openbaar vervoermiddel is of zich bijvoorbeeld
met een geldcassette op de weg begeeft. Veel situaties kun je als werknemer
bovendien zien aankomen, omdat de klant of de passagier zich verdacht
gedraagt of de situatie uit de hand dreigt te lopen. Als de werknemer
over een mogelijkheid beschikt via een melder op het lichaam of in de
kleding een noodsignaal te verzen-den kan er snel hulp komen waardoor
de situatie wellicht niet escaleert dan wel de werknemer uit de benarde
positie wordt bevrijd. De melder moet zijn aangesloten op een lokale meldlijn,
hetzij van het eigen bedrijf, hetzij van de politie (bijvoorbeeld in het
geval van bus- of taxiver-voer), hetzij van de winkeliersvereniging. De
meldlijn garandeert professionele hulp binnen drie minuten.
8. Ongevallen
als gevolg van sociale onveiligheid met mogelijk ernstig lichamelijk of
geestelijk letsel tot gevolg moeten altijd bij de Arbeidsinspectie worden
gemeld
Op het ogenblik
moeten volgens de Arbowet alle ongevallen in de werksituatie die leiden
tot ziekenhuisopname of ernstig lichamelijk of geestelijk letsel worden
gemeld bij de Arbeidsinspec-tie. De Arbeidsinspectie doet vervolgens een
ongevalsonderzoek waarbij de toedracht van het ongeval in kaart wordt
gebracht en wordt gekeken of er overtredingen zijn begaan.
Op het ogenblik moeten, volgens de letter van de wet, ook ernstige ongevallen
als gevolg van sociale onveiligheid de Arbeidsinspectie worden gemeld.
Dit is echter niet gebruikelijk en de Arbeidsinspectie wijst hier niet
op in de eigen voorlichting. Daarom wordt bij een overval en agressie
veelal alleen de politie gewaarschuwd om de dader te pakken te nemen.
Hier wordt echter een kans gemist om mogelijk onveilige situaties in het
bedrijf te verbeteren.
9. De
overheid moet een actief beleid voeren om recidive te voorkomen
Ondernemingen en
werknemers klagen er met recht over dat de overheid in gebreke blijft
als het gaat om het vervolgen van daders en het voorkomen dat daders opnieuw
in de fout gaan. Werknemers worden soms telkens door dezelfde gevaarlijke
klanten bedreigd. Er dienen dus overeenkomsten te worden afgesloten tussen
branches en de landelijke overheid. Ook kunnen er lokale afspraken worden
gemaakt afhankelijk van de lokale omstandigheden. Hierbij moet er sprake
zijn van een wederzijdse resultaatverlichting: ondernemingen dienen een
preventiebeleid te voeren (zie de eerste punten van dit manifest) maar
dan moet de overheid zich een betrouwbare partner tonen.
10. Op
slachtofferhulp mag niet worden bezuinigd
Slachtofferhulp
voor werknemers is belangrijk. Door een goede hulp aan slachtoffers kan
wor-den voorkomen dat werknemers getraumatiseerd blijven. Hier ligt uiteraard
een taak voor on-dernemingen, daarnaast dient de overheid te zorgen voor
een goede infrastructuur. Subsidie van de overheid op de Stichting Slachtofferhulp
moet gehandhaafd blijven.
Overigens zal FNV Bondgenoten leden de weg wijzen naar snelle en goede
opvang en begelei-ding, wanneer zij te maken hebben gehad met vormen van
agressie of geweld.
11. Groepen
in de samenleving mogen niet worden gestigmatiseerd
Een gevaar voor
intensivering van beleid op sociale veiligheid is dat er een klimaat wordt
ge-schapen waarin groepen klanten makkelijk kunnen worden gestigmatiseerd.
Bijvoorbeeld over-last door middelbare schooljongeren in een winkelcentrum
kan ertoe leiden dat de winkeliers-vereniging contact opneemt met de directie
van de middelbare school en bepaalde procedures afspreekt. Dat mag er
niet toe leiden dat alle jongeren uit toevallig dezelfde leeftijdscategorie
met een toegangsverbod worden geconfronteerd.
12. FNV
Bondgenoten zet zich in op meerdere niveaus voor sociale veiligheid
De eisen in het
manifest zijn voor een deel verlangens aan de politiek. FNV Bondgenoten
zal dit wensenlijstje inbrengen (via de FNV) bij de politiek en centrale
werkgeversorganisaties.
Daarnaast is ook het CAO-overleg een mogelijkheid om punten uit het manifest
in te brengen. Dat is overigens nu al gebeurd in de supermarktsector,
de spoorwegen en de slijterijen.
Het is wenselijk dat FNV Bondgenoten met werkgevers in bepaalde risicobranches
en de over-heid een arboconvenant afsluiten over dit onderwerp.
Verder kan in het kader van afspraken over branchegerichte arbodienstverlening
het beleid en de ondersteuning door arbodiensten op het terrein van sociale
veiligheid aan de orde komen.
Daarnaast zal FNV Bondgenoten in de toekomst kaderleden in staat te stellen
het onderwerp sociale veiligheid in het bedrijf aan de orde te stellen.
Kaderleden kunnen via de arbotelefoon van de bond advies op maat krijgen.
TERUG
NAAR TOP PAGINA
|