r

Arbocatalogus in de maak

Anja Jongbloed op symposium arbocatalogus

28/02/07

Op 15 februari werd in Woerden een symposium over de arbocatalogus georganiseerd. Anja Jongbloed, lid van het Hoofdbestuur van FNV Bondgenoten , spraak daar. Op deze pagina de kernpunten van haar boodschap.

Voornaamste uitgangspunten FNV Bondgenoten bij het overleg over arbocatalogi

De arbocatalogus is onderdeel van een herschikking van verantwoordelijkheden tussen overheid en sociale partners. Dit gebeurt op basis van het SER-advies over de arbowet. De kern van dit advies luidt:

  • de overheid is verantwoordelijk voor het vaststellen van concrete doelvoorschriften, dat zijn doelvoorschriften die vergezeld gaan van gezondheidskundige en veiligheidskundige grenswaarden. Grenswaarden markeren de grens tussen ‘gezond’ en ‘ongezond’ voor werknemers
  • de SER adviseerde dergelijke concrete doelvoorschriften voor alle in arbowet, arbobesluit en arboconvenanten aan de orde komende arbeidsrisico’s, dus óók voor risico’s die worden omschreven als “de nationale kop”.
  • werkgevers en werknemers bepalen in overleg met elkaar, en primair op bedrijfsniveau de middelen waarmee ze aan de gezonde en veilige kant van de grens denken te blijven
  • werkgevers en werknemers bieden op sectorniveau een keuzehulp in de vorm van een arbocatalogus, ofwel ‘oplossingenboek’.

Het kabinet Balkenende III heeft van dit advies helaas alleen de verpakking overgenomen: er verdwijnen meer grenswaarden (klimaat, lichamelijke belasting, inrichting werkplekken, gevaarlijke stoffen) dan er verschijnen. Feitelijk laat dit kabinet – in strijd met het SER-advies het stellen van gezondheidskundige grenzen over aan sociale partners.

Dat zadelt werkgevers en werknemers met extra problemen op, en lokt uit dat de arbocatalogus, in plaats van een keuzehulp, een corset van semi-regelgeving wordt. Het betekent tevens dat staatssecretaris van Hoof een gouden kans om de arbowetgeving werkelijk langs heldere lijnen te vereenvoudigen heeft laten liggen.

Omdat de wetgever – in tegenstellling tot de SER- nauwelijks invulling geeft aan het fenomeen arbocatalogus, dreigt ook hier wildgroei: iedereen stort zich op de arbocatalogus, vanuit de eigen visie, de eigen definitie, de eigen aanpak. Daarmee dreigt een enorme verspilling van tijd, geld en energie, behalve voor hen die er juist geld aan denken te verdienen, maar dat zijn niét werkgevers en werknemers!

Daarom staat FNV Bondgenoten de volgende aanpak voor:

  • coördinatie van de totstandkoming van arbocatalogi via de Stichting van de Arbeid (STAR)
  • 2007 beschouwen als een “pilot”-jaar, waarin we ervaring kunnen opdoen in een beperkt aantal sectoren, zodat anderen kunnen leren welke aanpak en welke vormgeving werkt en welke niet
  • in diezelfde periode zorg dragen voor een overkoepelend “basisboek” waaruit sectoren kunnen putten: leentjebuur spelen als het om arbo-oplossingen gaat mág en moet
  • de catalogus hoort een sectorinstrument te zijn: de feitelijke keuzes voor concrete oplossingen maken we in de bedrijven, maar de keuzehulp hoort voor de hele sector te gelden.
  • werknemers moeten een zware stem hebben in het bepalen van prioriteiten voor de catalogus: het gaat om hún veiligheid en hún gezondheid. Bovendien zijn zij in de bedrijven de gesprekspartner van werkgevers, met een zware stem in de te maken keuzes. Dat kan alleen goed werken bij vroegtijdige en intensieve betrokkenheid van werknemers. Dat gaat wat ons betreft overigens verder dan de geinstitutionaliseerde betrokkenheid van vakbonden aan de onderhandelingstafel
  • deskundigen en professionals kunnen een belangrijke rol hebben in het proces naar een succesvolle arbocatalogus, maar zij behoren niet aan de stuurknuppel te zitten, zoals nu bij tijd en wijle het geval lijkt.
    De regie hoort thuis bij werkgevers en werknemers. Daarom is ons advies aan de soms iets té gretige arbo-consultants: don’t call us, we call you

Het resultaat moet een voor de direct betrokkenen (werkgevers, werknemers) toegankelijk, begrijpelijk en hanteerbare arbocatalogus zijn, die ze gráág gebruiken, omdat hij daadwerkelijk helpt bij het onder controle krijgen van arbeidsrisico’s. Dat betekent overigens ook dat het inschakelen van dure deskundigheid hiermee sterk beperkt kan worden.
Bovenstaande impliceert dat de ‘quick and dirty’-methode, bestaande uit het lukraak overschrijven van NEN-normen, veiligheidshandboeken, beleidsregels of andere typische specialistenpublicaties, in de regel géén bruikbare arbocatalogus zal opleveren.

Tot slot. Niet onbelangrijk is wat ons betreft: een nieuw kabinet, dus nieuwe kansen.
Gezondheidskundige grenswaarden horen in het publieke domein, en dienen geen onderhandelingsvoer voor sociale partners te zijn. Veiligheid en gezondheid van werknemers moeten in dit opzicht niet anders benaderd worden dan andere aspecten van volksgezondheid.
Ook al hebben wij grote bezwaren tegen de wijze waarop staatssecretaris van Hoof de arbowetgeving per 1 januari heeft vormgegeven: de ruimte om binnen de kaders van de wet alsnog invulling te geven aan de overheidsverantwoordelijkheid, en te komen tot duidelijke gezondheidskundige grenswaarden voor een reeks arbeidsrisico’s , is er wel degelijk. Dit mede dankzij de door de Tweede Kamer aangenomen motie Koopmans-Stuurman, die wat ons betreft dan ook zonder terughoudendheid moet worden uitgevoerd.


naar top pagina

Arbosite FNV Bondgenoten

Werk veilig en gezond, word nu lid van de bond