
Het plan van het kabinet om zware beroepen te ontzien bij de AOW-leeftijdsverhoging biedt geen oplossing. Dat wijst onderzoek van TNS NIPO in opdracht van FNV Bondgenoten onder werkgevers uit. De overgrote meerderheid van de werkgevers ziet geen mogelijkheid werknemers na 30 jaar aan ander, lichter werk te helpen.
Het kabinet stelt deze maatregel voor in zijn plannen om de AOW-leeftjid te verhogen. Dat blijkt uit een onderzoek dat TNS NIPO in opdracht van FNV Bondgenoten heeft uitgevoerd onder werkgevers. Op de vraag of werkgevers denken mensen in het eigen bedrijf te kunnen herplaatsen, antwoordt 84 procent negatief.
Herplaatsing extern
Werkgevers zien het ook niet gebeuren dat zij hun mensen buiten het eigen bedrif geplaatst krijgen: 52 procent acht dat nagenoeg uitgesloten en nog eens 34 procent acht de kans klein, samen 86 procent. Over de mogelijkheid tot om- en bijscholing naar lichter werk zijn werkgevers iets positiever, maar toch ziet 72 procent daar weinig kans toe.
Onuitvoerbaar
Voor FNV Bondgenoten bevestigt deze uitslag de mening dat het kabinetsplan voor de AOW onuitvoerbaar is. Volgens voorzitter Henk van der Kolk noemt het kabinet het eigen plan ten onrechte 'sociaal'. "De discussie over wat een zwaar beroep is, is uitzichtloos, dat laat dit onderzoek zien. Maar het kabinet gooit het wel al over de schutting bij de sociale partners. 'Regelen jullie dat even.' Dat leidt niet tot een sociale oplossing."
Volgens Van der Kolk onderschatten zowel kabinet als werkgevers structureel de problematiek van de zware beroepen. "Het gaat niet alleen om fysieke belasting, zoals door trillingen, krachtsinspanning, nachtarbeid. Het gaat ook om psychische belasting, bijvoorbeeld door werkdruk." Zo'n 40 tot 50 procent van de werkende bevolking heeft met één of meerdere aspecten te maken, benadrukte de voorzitter van FNV Bondgenoten.
Laagopgeleiden
Volgens FNV Bondgenoten treft de verhoging van de AOW-leeftijd juist de laagopgeleiden, die veelal vanaf jonge leeftijd werken. "Het kabinet zegt wel dat die mensen met 65 jaar kunnen stoppen", stelt Van der Kolk. "Maar die groep kan dat niet betalen. Ook na 42 jaar onafgebroken werken, krijg je een 15 tot 20 procent lagere AOW-uitkering als je met 65 jaar stopt. Deze groep kan bovendien niet bijsparen door hun lage inkomen. Die groep wordt kind van de rekening."
FNV-plan is flexibel
De FNV staat met haar eigen plan voor een werkelijk flexibele AOW-regeling: stoppen met 65 jaar is mogelijk zijn met een fatsoenlijk inkomen. Langer doorwerken wordt beloond met een hogere uitkering. Mensen kunnen dan zelf kiezen. De discussie over zware kan op een andere, rechtvaardigere, wijze worden voortgezet.
Voor het TNS NIPO-onderzoek werden ongeveer 600 werkgevers ondervraagd uit de sectoren transport, industrie, bouw en zorg.
> Download het volledige rapport als pdf
|