De fysieke en geestelijke belasting van werken bij NS is aanzienlijk zwaarder dan FNV Bondgenoten tot nu toe heeft aangenomen. Dat vraagt om snelle aanpassingen, vindt vakbondsbestuurder Roel Berghuis. Maar deze lijn doortrekkend zijn er ook vergaande consequenties voor maatregelen om werknemers gezond de eindstreep te laten halen.
Bijna driekwart van de machinisten en conducteurs bij NS verwacht het werk niet tot aan de pensioenleeftijd
te kunnen blijven uitvoeren vanwege gezondheidsklachten als gevolg van het werk. Onder de servicemedewerkers
betreft dit iets meer dan de helft van de mensen, en van de onderhoudsmonteur verwacht ruim 60 procent niet in de zelfde functie het pensioen te kunnen halen. Allen vrezen voor lichamelijk en psychisch
(te) zwaar werk, belastende werktijden en (opvallend!) ongunstige veranderingen bij het bedrijf.
Oudere werknemers (vanaf 46 jaar) blijken het werk een stuk belastender te ervaren dan jongeren. Hoewel toch ook de groep jongste medewerkers (20-35 jaar) net als de groep oudste medewerkers (ouder dan 55 jaar) kampt met de meeste hoge burnout-klachten.
Goede oplossingen zouden volgens de NS-medewerkers kunnen zijn het hebben van meer invloed op het rooster, het voorkomen van dubbele onregelmatigheid, meer pauzes, beter spoor- en railonderhoud (vanwege ‘schuddende treinen’), betere werkplekken, meer rustmomenten en een voorlichtingscampagne voor reizigers over wat ‘normaal gedrag’ is in de trein.
Het bovenstaande is slechts een kleine greep uit de bevindingen in het eindrapport ‘Werkbelasting machinisten,
conducteurs, monteurs en servicemedewerkers bij NS; stand van zaken en mogelijke oplossingen’. Dit 171 pagina’s tellende eindrapport van het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid (Academisch Medisch Centrum/UvA) is het sluitstuk van de cao-afspraak tussen NS-directie en vakbonden – vastgelegd op uitdrukkelijk verzoek van FNV Bondgenoten – om onderzoek te laten doen naar de mate van fysieke en psychische belasting van deze geselecteerde groep NS-medewerkers, én naar mogelijke oplossingen.
Het onderzoek is hiermee afgesloten; het doorvoeren van de mogelijke oplossingen zal nog het nodige overleg vergen.
Om een beeld te geven van de omvang van de bevindingen van de onderzoekers: alleen al de samenvatting beslaat 14 dicht beschreven tekstpagina’s. De conclusies en aanbevelingen nemen 25 pagina’s in beslag.
Bestuurder Roel Berghuis van FNV Bondgenoten reageert geschokt op de uitkomsten van het onderzoek. Volgens hem is de lichamelijke en psychische belasting van de medewerkers bij NS een stuk zwaarder dan hij zelf ooit had durven voorspellen. “Het is duidelijk dat er snel zaken moeten worden veranderd”, zegt hij. “Daarom zal ik dan ook zo spoedig mogelijk met de NS-directie om de tafel gaan zitten. Er moeten knopen worden doorgehakt om te voorkomen dat mensen – onnodig – arbeidsongeschikt raken. Dat mag niet gebeuren,
en als we het goed doen kán dat ook niet gebeuren, omdat we nu weten wát we hoé hadden kunnen voorkomen.”
Jan Warning, adviseur arbeidsomstandigheden van FNV Bondgenoten en directeur Bureau Beroepsziekten van de FNV, is buitengewoon tevreden over de kwaliteit van het onderzoek: “Zelden heb ik als vakbondsman
zo’n alomvattend gedegen rapport onder ogen gehad. Het gaat om het aantal nekbewegingen per dag van de servicemedewerkers, de stresshormonen in de vroege ochtend van de machinisten en hinder van stof door monteurs. En nog veel meer. Het is mooi dat NS dit onderzoek samen met bonden heeft uitgevoerd. En nu komt het aan op de maatregelen.”
Roel Berghuis heeft wensen voor de langere termijn. “De uitkomsten van het onderzoek zeggen heel veel over hoe het ouderenbeleid bij NS moet worden ingevuld. Medewerkers die gaandeweg hun loopbaan langzaam
maar zeker opbranden vanwege de zwaarte van hun werk, moet je begeleiden, opvangen alternatieven bieden. Ook hierover dienen we nog de nodige noten te kraken, maar vast staat dat het hoe dan ook moet gebeuren. Ik ga eerst mijn achterban raadplegen over verdere ideeën voor oplossingen die leven.
De aanbevelingen
uit het onderzoek gaan natuurlijk in het komende CAO-onderhandelingen aan de orde komen.”
Op 7 april a.s. beginnen de CAO onderhandelingen bij de Nederlandse Spoorwegen
|